*

 

Verveling grootste bedreiging van welzijn varken

Van onze verslaggeefster Anja Sligter − 15/08/07, 02:46

Varkens moeten kunnen wroeten om gelukkig te zijn. Alleen ongelukkige varkens bijten elkaars staart af...

‘Een legbatterijkip legt de meeste eieren. Aan haar productiviteit kun je dus niet aflezen hoe de kip zich voelt, zegt onderzoeker Karel de Greef van de Wageningen Universiteit.

Dat geldt ook voor het varken. Een varken op 0,8 vierkante meter groeit even hard als een varken met meer ruimte, meer afleiding, of zelfs met een uitloop naar buiten. Was het maar niet zo, dan zou een discussie over megastallen zo beslecht zijn. Dan zouden alle veehouders het verdriet van hun varkens direct in hun portemonnee voelen.

Op het eerste gezicht hebben zwangere zeugen het betere leven, zowel in de reguliere als in de biologische veehouderij. Bij de proefboerderij in Raalte hebben de biologische zeugen de beschikking over een grote wei. Van de zestig varkens ligt een handvol onder een paar bomen, de rest verkiest het stro binnen.

Verzorger Marcel legt uit dat varkens lang siƫsta houden en daarna weer naar buiten komen om te grazen en te wroeten. Ook bij boer Dick van der Vegt in Dalfsen komt een groot hok tegemoet aan dat mediterrane ritme en alle andere basisbehoeften.

Heel anders is het gesteld met de varkens die met 110 kilo naar de slager gaan: de vleesvarkens. Zowel op reguliere boerderij in Dalfsen als de biologische in Raalte is hun ruimte beperkt. De uitloop in Raalte is een betonnen bak, waar ze vanwege de warmte hutje-mutje verkoeling zoeken. Bij Van der Vegt hebben de varkens veel leefruimte, maar is er geen buiten, nauwelijks daglicht, geen stro en weinig afleiding.

Toch blijft het gissen. Wanneer lijdt een varken? Die vraag is het werk van wetenschapper De Greef. In Raalte houdt hij zich bezig met het welzijn van varkens. Drie proefopstellingen staan er om te worden vergeleken: een reguliere, een biologische en de zogenoemde comfortclass stal, die deze twee zienswijzen verbindt.

Hij weet een ding zeker: dierenwelzijn heeft niets te maken met de grootte van de stallen, maar vooral met de inrichting van het hok. Wordt daarin aan zijn behoeften tegemoet gekomen, dan heeft het varken het naar zijn zin. ‘Zonder enige twijfel doe je het varken het meeste plezier met een grote wei, maar we hebben het niet over zijn maximale geluk, we hebben over zijn basisbehoeften.’

De reguliere veehouderij komt aan de meeste tegemoet (zoals onbeperkt eten en drinken, leven in een groep), maar vergeet er twee: afleiding en het scheiden van functies. In de comfortclass stal kan het varken in een warm hok liggen, in stro wroeten, eten, drinken en poepen op gescheiden plaatsen. De Greef vindt dat voor een varken geen uitloop naar buiten nodig is en dat aan zijn ingebakken behoefte om te wroeten kan worden volstaan met speeltjes en creatieve drinkbakken.

De stal, die LTO, dierenbescherming en universiteit samen ontwierpen, zal er niet komen. De Greef: ‘Mijn verhaal is even simpel als onhaalbaar. Een klein rekensommetje leert dat een veehouder per kilo varkensvlees een paar cent verdient. Hij zal die paar centen niet uitgeven aan stro, iets wat het leven van een varken al enorm verrijkt.’

Veehouder Van der Vegt krijgt deze week 1,40 euro voor een kilo, en zijn kosten zijn 1,55 euro. ‘Wij leggen er 15 eurocent bij.’

In samenspraak met De Greef maakte hij in drie hokken grotere groepen, waardoor er meer leefruimte ontstond en hing hij ter afleiding manden met stro in de ruimtes van de speenvarkens. ‘Mijn uitdaging is meer welzijn met behoud van economisch resultaat.’

Hij merkt dat zijn varkens zich beter voelen, maar wil dat ook bewijzen. Daarom laat hij de staarten van biggen sinds vier weken intact. Varkens bijten elkaars staarten eraf uit verveling en stress. ‘Als ze over een half jaar er nog aan zitten, hebben ze het goed gehad.’

mailIcon print |