*

 

De ‘kloof’ is ook te wijten aan burgers, vinden Kamerleden

Van onze verslaggeefster Map Oberndorff − 03/04/07, 02:46

Ruim de helft van de Nederlandse parlementariërs vindt dat burgers medeverantwoordelijk zijn voor de steeds grotere kloof tussen kiezers en parlement....

Aan het onderzoek, dat vlak voor de verkiezingen van november is uitgevoerd, heeft driekwart van de Kamerleden meegewerkt. Aanleiding was het signaal van vervreemding tussen politiek en samenleving. ‘De Kamer steekt hiervoor ook de hand in eigen boezem’, aldus professor Jacques Thomassen, een van de onderzoekers en verbonden aan de Universiteit Twente. ‘Er moet beter geluisterd worden naar de burgers.’

Deze les werd getrokken uit onder meer het referendum over de Europese Grondwet: 60 procent van de bevolking stemde tegen, terwijl een groot deel van de Kamer voorstander was. Thomassen: ‘Politici willen meer betrokkenheid van de burger, maar vinden het blijkbaar lastig om de boodschap over te moeten brengen.’

Van de Kamerleden noemt 80 procent de wijze van verslaglegging van journalisten als een andere oorzaak van de kloof. De media zouden meer gericht zijn op het politieke spel dan op de inhoud.

Zelf zouden Kamerleden te veel op incidenten en berichten in de media reageren. Ze stellen vooral Kamervragen om in de publiciteit te komen. Peter Lankhorst, lid van de Raad en oud-Kamerlid voor GroenLinks, stelt dat de massamedia een belangrijke rol hebben. ‘Politici moeten zich minder afhankelijk opstellen en zelf voorwaarden scheppen. Bijvoorbeeld door niet iedere keer dat een tbs’er uitbreekt een spoeddebat aan te vragen.’

De meeste Kamerleden zijn tevreden over het functioneren van de democratie en het parlement. Wel is er ruimte voor verbetering. Zo vindt bijna 80 procent dat minder strakke regeerakkoorden de parlementaire democratie ten goede zouden komen.

Bij de mate van tevredenheid lijkt het van belang of de volksvertegenwoordiger in een oppositiepartij zit, of in een coalitiepartij. Zo toont 90 procent van de CDA-fractieleden zich nu tevreden. Bij een vergelijkend onderzoek in 2001 – toen het CDA in de oppositie zat – was dat minder dan de helft.

Volgens Thomassen hebben Kamerleden een defensieve houding aangenomen. ‘Er is weinig wederzijds vertrouwen, want ook vanuit politici heerst een groeiend wantrouwen naar burgers. Ze vinden dat die zich niet met hun werk moeten bemoeien.’

mailIcon print |