De opwekking van duurzame elektriciteit raakt in Nederland steeds verder in het slop. Uit onderzoek van adviesbureau Roland Berger bleek recent dat grote Nederlandse energiebedrijven ver achter blijven bij hun Europese concurrenten...
Deze week bleek dat hoogspanningsbeheerder Tennet boeren en tuinders met windmolens of zuinige warmtekrachtcentrales geen toegang kan geven. De schaarse transportruimte is namelijk al gereserveerd voor kolencentrales, die veel meer CO2 uitstoten dan de geweigerde energiecentrales.
De stagnatie bij groene stroom houdt verband met het zwabberende subsidiebeleid en de preoccupatie van de overheid met de introductie van een vrije markt.
Vanaf midden jaren negentig, toen de Paarse kabinetten overal marktwerking begonnen te introduceren, is de energiesector gestaag klaargestoomd voor de vrije markt. De keuzevrijheid voor ondernemers en later consumenten brachten de prijzen voor stroom ook daadwerkelijk omlaag.
Hoewel er diverse kleine bedrijven toegang kregen tot de Nederlandse markt, was de concurrentie volgens de overheid nog niet tot volle wasdom gekomen. Vandaar dat de toenmalige minister Brinkhorst het mes zette in de energiebedrijven. Met een splitsing van Nuon, Eneco, Delta en Essent in een commercieel handelsbedrijf en een publieke beheerder van stroomdraden wil hij de vrije markt vervolmaken.
Het jarenlange verzet van de grote energiebedrijven tegen deze plannen had als neveneffect dat alle investeringen in duurzame energie op een laag pitje werden gezet. Met zoveel onzekerheid over hun financiƫle toekomst namen de bedrijven geen risico. Uit het genoemde onderzoek van Roland Berger blijkt juist dat grote, kapitaalkrachtige bedrijven het meeste durven te investeren in windmolens, biomassacentrales of andere vormen van duurzame stroom.
Fundamenteler is het bezwaar dat door alle aandacht voor marktwerking andere doelstellingen van de overheid uit het zicht verdwenen. Bij energievoorziening gaat het echter niet alleen om de prijs. Ook betrouwbare levering van gas en stroom plus de duurzame opwekking van elektriciteit zijn van belang. Voor deze aspecten is in de beleidsvorming nauwelijks aandacht geweest.
De creatie van duurzaamheid heeft de overheid trachten te realiseren via allerlei prijsprikkels, zodat de vrije markt opnieuw uitkomst kon bieden. Door subsidie te geven op groene stroom, hoopte de overheid de bouw van windmolens en dergelijke te promoten.
Maar de overheid bleek de energiebedrijven op geen enkele manier in de hand te hebben. Eerst werd met de subsidie goedkope waterkracht uit bestaande centrales geïmporteerd, waardoor er geen nieuwe centrales verrezen.
Het subsidiebeleid werd vervolgens omgegooid. Voortaan ging het geld naar producenten van energie. Maar nadat plotsklaps tientallen boeren zwaar gesubsidieerde biogascentrales wilden bouwen, en de subsidiepot akelig snel leeg raakte, werd ook dit beleid weer opgeschort. Een hausse aan plannen voor windparken op zee werd vanwege geldgebrek ook gestuit. Ten slotte moest de overheid ingrijpen toen bleek dat bij het verbranden van palmolie elders ter wereld tropisch bos werd gekapt.
Ondanks een reeks van deze subsidiemissers en de gebrekkige investeringen van energiebedrijven, buitelen ondernemingen als Nuon en Essent over elkaar heen om bij consumenten hun groene imago te promoten. Dat de afstand tussen imago en prestaties steeds groter wordt, lijkt hen niet te deren. Terwijl het risico dat klanten hun vertrouwen in duurzame stroom verliezen, wel degelijk op de loer ligt.
Minister van der Hoeven van Economische Zaken is zich nu aan het bezinnen op een nieuw subsidiebeleid. Maar nieuwe prijsprikkels voor groene stroom zullen niet genoeg zijn om de zo gehoopte doorbraak te bewerkstelligen.
Ook de energiemarkt moet anders worden ingericht. Met de energiebedrijven zullen bijvoorbeeld harde afspraken gemaakt moeten worden over de opwekking van duurzame elektriciteit. Wellicht is daarbij zelfs een wettelijke verplichting nodig. De kleine bedrijven die duurzame energie willen opwekken, zouden bij hoogspanningsbeheerder voorrang moeten krijgen boven de stroom van grote kolencentrales. Het subsidiebeleid moet voor tientallen jaren te handhaven blijven en ook oog hebben voor energiebesparing. En misschien moet zelfs overwogen worden om de gevestigde energiebedrijven groot en sterk te laten houden, zodat ze in staat zijn meer geld in duurzaamheid te investeren.
Alleen met zo’n overkoepelend energiebeleid is er nog kans om rond 2020 wel de opwekking van duurzame energie op het beloofde niveau van 20 procent te brengen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.