Bilal B. was bekende van Hofstadgroep

Urenlang lag het levenloze lichaam van Bilal B. (22) in het politiebureau in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart, maar niemand wist wie hij was....

Bilal B. behoorde niet alleen tot de harde kern van probleemjongeren. Hij had ook ‘contacten’ met de leden van de Hofstadgroep, aldus de Amsterdamse hoofdofficier van justitie, De Wit, maandag. Bovendien waren sommigen in de Marokkaanse gemeenschap al bezorgd over Bilals geestestoestand. Hij leed volgens zijn familie aan schizofrenie, had last van waanbeelden. Zo mat hij zich volgens ingewijden op enig moment een meisjesnaam aan: ‘Vanaf nu heet ik Khadisha.’ Toch hadden de buurtregisseurs noch de stadsdeelvoorzitter, die allen ter plekke waren nadat Bilal twee agenten had neergestoken, hem niet onmiddellijk herkend. Duidelijk is dat hij ernstig was verward toen hij het politiebureau binnenstormde. Hoewel de hoofdofficier gisteren niet wilde zeggen of er een verband is tussen Bilals contacten met de Hofstadgroep en zijn aanval op de agenten, lijkt dat niet aannemelijk. Bilal behoorde in ieder geval niet tot de ‘kern’ van de Hofstadgroep. Wel heeft zijn broer Abdullah B. (20) in 2005 een paar weken in voorarrest gezeten in de Piranhazaak. Abdullah werd samen met onder anderen Samir A. gearresteerd wegens het voorbereiden van aanslagen. Volgens een ambtsbericht van de AIVD beschikte de dienst over aanwijzingen dat Abdullah ‘een van de personen is die bereid is zijn leven te geven’. Kennelijk was hiervoor geen bewijs, want Abdullah werd na zijn vrijlating niet verder vervolgd door het Openbaar Ministerie. Samir A. wel. Hij werd in december vorig jaar tot acht jaar cel veroordeeld. Bilal is destijds als getuige gehoord in de Piranhazaak bij de politie. Hij werd ondervraagd over het geloof van zijn broer en over andere terrorismeverdachten. Bilal kende sowieso twee van hen. Samir A. was aangetrouwde familie: Bilals zus is getrouwd met Samirs oom. Maar veel ging hij niet om met zijn beroemde neef. Mohammed B. kende hij van het buurtcentrum Eigenwijks, vertelde Bilal tijdens zijn verhoor. Zijn getuigeverklaring was niet langer dan een enkel A4’tje. In kringen rond het Hofstadnetwerk wordt gepikeerd gereageerd op de verklaring van justitie dat Bilal wordt gekoppeld aan terreur. Bronnen in het Hofstadnetwerk zeggen dat ze maar vluchtig contact hebben gehad met Bilal B. ‘Waarom willen ze hem een slechte naam geven?’, zegt een van hen. ‘Willen ze hem met de Hofstadgroep in verband brengen om het minder erg te laten zijn dat hij is doodgeschoten?’ Op straat in Slotervaart gaat het verhaal dat Bilal ‘werd lastiggevallen door de politie’. Of dat te maken had met terrorisme, of met zijn criminele verleden, weten de jongeren uit de Marokkaanse gemeenschap niet. Op de persconferentie maakte burgemeester Job Cohen gisteren duidelijk dat Bilal in elk geval niet is ‘verstoord’: het actief op de huid zitten van personen van wie een terroristische dreiging uitgaat. Dat was in oktober 2005 overwogen, maar ‘uiteindelijk is besloten dat er op dat moment geen reden voor was’. Wel staat vast dat Bilal tot de harde kern van probleemjongeren behoorde. Als tiener veroorzaakte hij in 1998 hoofdletsel met een schroevendraaier. Hiervoor kreeg hij een taakstraf opgelegd. Vanaf 2003 zat hij vijftien maanden vast wegens vermogensdelicten. Volgens ingewijden heeft Bilal een reeks van delicten op zijn naam staan, maar maakte hij geen carrière in de criminaliteit omdat hij psychische problemen had, zoals veel harde kernjongeren die hebben. Overigens heeft hij volgens hen in die tijd hulpverlening geweigerd. Zijn familie maakte zich al heel lang zorgen over zijn geestesgesteldheid. Bilal leed sinds 2003 aan een psychiatrische stoornis, aldus een verklaring van de familie die gisteravond werd gebracht door het NOS Journaal. Maar door zijn gesteldheid ‘kón Bilal echter geruime tijd niet inzien dát hij ziek was’. Pas na een aantal escalaties kon Bilal op 25 april 2007 via een rechterlijke machtiging gedwongen worden opgenomen in de psychiatrische instelling de Valeriuskliniek. Hoewel hij op de gesloten afdeling zat, slaagde hij erin enkele keren weg te lopen. In samenwerking met de politie werd hij weer gevonden en teruggebracht. Tot grote ontevredenheid van de familie werd Bilal afgelopen augustus ontslagen uit de kliniek. De laatste zes weken heeft de familie drie keer contact opgenomen met de kliniek en verzocht om aanpassing van de dosering van zijn medicijnen. Bilal had suïcidale neigingen, leed aan wanen, hoorde stemmen in zijn hoofd. Afgelopen donderdag heeft Bilal zelf verzocht om opname in een gesloten afdeling, omdat hij naar eigen zeggen niet kon instaan voor zichzelf. Zaterdag verliet hij volgens de hoofdofficier even de inrichting om het Suikerfeest te vieren. Zondag wilde hij opnieuw naar buiten. Daarbij werd hij begeleid, maar rond half twaalf heeft hij zich aan ‘zijn begeleiding onttrokken’. Een half uur later sprong hij over de politiebalie en stak hij een vrouwelijke brigadier in de borst en twee keer in de rug. Een mannelijke agent werd eveneens fors geraakt, onder andere in een slagader en zijn luchtpijp. De vrouwelijke agent schoot Bilal vervolgens neer. Kort daarop overleed hij. In hoeverre de Valeriuskliniek in gebreke is gebleven, is onduidelijk. De kliniek wil ‘omwille van de privacy’ niets zeggen. De vraag is waarom er niet is gereageerd op noodsignalen van de familie en uiteindelijk Bilal zelf. Of de kliniek op de hoogte was van Bilals justitiële verleden, is evenmin helder. ‘De hele samenleving is geschokt. Daarom is het van groot belang heel precies uit te zoeken hoe de begeleiding is verlopen en of medische diensten dit soort signalen überhaupt ontvangen’, zegt stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch. ‘Wellicht had hij gedwongen behandeld moeten worden.’ De rijksrecherche heeft een onderzoek ingesteld naar de gebeurtenissen in het politiebureau bij het August Allebéplein. Waarom het zo lang heeft geduurd voordat Bilals identiteit kon worden vastgesteld, is daar onderdeel van. Met vereende krachten probeerde men te voorkomen dat rellen zouden uitbreken. Jongerenwerkers, buurtmoeders en -vaders, religieuze leiders en de politie trokken eropuit om bewoners te informeren. Ook de moskee hield bijeenkomsten. Toch braken kleine ongeregeldheden uit. Een groep van twintig tot dertig jongeren gooide ruiten in van het politiebureau en stak een auto in brand.