Het zeehondenvirus dat sinds enige tijd rondwaart in de Waddenzee kan onder de Nederlandse populatie 2.500 slachtoffers maken...
De kans is reëel dat zo’n 2.500 zeehonden zullen bezwijken aan het virus dat sinds enige tijd in de Waddenzee rondwaart.
De eerste dode of zieke dieren kunnen vanaf half augustus in het Nederlandse deel worden aangetroffen. Dat zegt Peter Reijnders, zeehondenexpert van het mariene onderzoeksinstituut Imares op Texel.
Net als bij eerdere uitbraken is het virus opgedoken bij het Deense eiland Anholt in het Kattegat, waar ook in 1988 en 2002 de epidemieën begonnen. Het zou ook nu weer gaan om een virus dat verwant is aan het Phocine distemper virus (pdv), al moet weefselonderzoek in Denemarken nog uitwijzen of dit ook werkelijk het geval is.
In de internationale Waddenzee leven 25 duizend zeehonden, waarvan 6.500 en 7.500 dieren in het Nederlandse deel. Als de epidemie zich net zo ontwikkelt als in het verleden, zullen 2.500 dieren in dit deel bezwijken, aldus Reijnders.
De sterfte in de Nederlandse wateren kan later plaatsvinden, als de dieren zich minder verplaatsen omdat de jongen nog worden gezoogd. In theorie kan de uitbraak ook uitdoven als het virus minder agressief is dan wordt verwacht.
Een voordeel is dat de populatie gezond is. Het hoge geboortecijfer (11-16 procent per jaar) wijst daarop. Dat komt doordat na de epidemie in 1988 de fittere dieren zijn overgebleven.
Volgens Reijnders is het virus vrijwel zeker niet schadelijk voor de mens. Ook loopt het voortbestaan van de populatie geen gevaar. In het slechtste geval blijven er 3.500 tot 4.000 dieren over. ‘Voor een gezonde populatie zijn minstens vijfhonderd zeehonden nodig. Bij minder wordt de kans op inteelt en genetische afwijkingen groter.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.