*

 

Vrouwenemancipatie in 2007: zedig aan het werk

Van onze verslaggeefster Sheila Sitalsing − 01/10/07, 02:46

De geëmancipeerde Nederlandse vrouw anno 2007 kleedt zich zedig en gaat werken voor haar geld – hard en lang....

Omdat economische zelfstandigheid geldt als het alfa en omega van de zelfbeschikking, krijgt de mantra ‘meer meedoen op de arbeidsmarkt’ in de nota de grootste nadruk. Meer vrouwen moeten werken en ze moeten vooral meer uren maken.

De internationaal als hoog te boek staande vrouwenparticipatie in Nederland – 62 procent van de vrouwen tussen 15 en 65 jaar werkt – wordt teniet gedaan door de deeltijdbaantjescultuur. Drie van de vijf vrouwen werken wekelijks minder dan 30 uur, hetgeen ze op achterstand zet in salaris en in promotiekansen.

En laat de vergrijzing nu net vereisen dat iedereen harder, langer en meer gaat werken. Een arbeidsparticipatie van 80 procent is straks nodig om de vele gepensioneerden te kunnen voorzien van voldoende gezondheidszorg en ouderdomsuitkeringen, becijferde het Centraal Planbureau eerder. 1 plus 1 is 2, redeneert het kabinet, waardoor de Emancipatienota doordesemd is van arbeidsparticipatie.

Zo blijft er voor de vrouwenbeweging genoeg te klagen over. Het vrouwelijke zelfbeschikkingsrecht wordt verengd tot betaald werken. Maatschappelijk meedoen – de lees- en luizenmoeder op school – telt minder, net als de inspanning van mantelzorgers en het gesloof van voltijdmoeders die voor mannen topcarrières mogelijk maken.

Bevorderen dat mannen meer gaan zorgen is als beleidsdoel geschrapt. De overheid wil meer vrouwen aan de top, maar bemoeit zich niet met de onderhandelingen aan de keukentafel over wie dan de kinderen ’s avonds in bad doet. De nota: ‘Dit kabinet wil niet sturen op een herverdeling van de zorgtaken tussen mannen en vrouwen thuis.’

Ook het behalen van zijn streefcijfers laat het kabinet goeddeels aan anderen over. Het treft wel enkele rechtstreekse maatregelen, zoals uitbreiding van het ouderschapsverlof van 13 naar 26 weken, het fiscaal ontmoedigen van thuisblijven, en het financieel aantrekkelijker maken van méér werken.

Maar verder blijft het bij aansporen van derden. Van postkantoren, tandartsen en gemeentelijke diensten – om ’s avonds open te zijn. Van vrouwen – om techniek te studeren en hun kind naar de crèche te brengen. En van werkgevers – om thuiswerk en flexibele werktijden mogelijk te maken.

Werkgevers krijgen daartoe bezoek van de nieuwe Taskforce Deeltijd Plus, die hun zal vragen rekening te houden met de noden van vrouwen. Het is de derde taskforce die bij werkgevers komt lobbyen, na de Taskforce Jeugdwerkloosheid (van wie ze kansarme jongeren in dienst moesten nemen) en Grijs Werkt (van wie ze een ouderenbeleid moesten opzetten).

Raken door alle inspanningen vrouwen aan het werk? Hooguit een beetje, schrijft het Centraal Planbureau in de pas verschenen Macro-economische Verkenningen: ‘Naar verwachting zal het aantal gewerkte uren van werkende vrouwen niet aanzienlijk stijgen in de nabije toekomst.’

Fiscaal ontmoedigen van thuisblijven (afschaffen van de ‘aanrechtsubsidie’) zal niet-werkenden ertoe zetten een baantje te nemen. Maar langer gaan vrouwen niet werken, ook niet als de crèche beter en goedkoper wordt. Telkens blijkt uit onderzoek: werken in deeltijd is veelal een bewuste keuze. Het CPB: ‘Beleid kan vrouwen die helemaal niet werken, stimuleren dat wel te doen. Maar naar verwachting kan beleid maar in geringe mate vrouwen stimuleren om meer uren per week te werken.’

mailIcon print |