*

 

Processierups plaag in steeds groter deel Nederland

Van onze verslaggever Peter de Graaf − 07/06/07, 19:16

De eikenprocessierups is een jaarlijks terugkerende plaag in een steeds groter deel van Nederland. De rups met de gevreesde brandharen is dit jaar opvallend vroeg en massaal opgedoken...

Nieuw in de strijd tegen de oprukkende eikenprocessierups: het crematorium. ‘Met een grote stofzuiger worden de rupsen opgezogen en meteen verbrand in een heteluchtoven bij temperaturen van 650 graden. Van 70 kilo rupsen blijft 1 kilo as over’, zegt Henk Jans, milieuarts bij de GGD West-Brabant en dé expert in de bestrijding van de eikenprocessierups.

Volgens hem is het een heel effectieve methode om de vermaledijde rups, die zich steeds verder over Nederland uitspreidt, aan te pakken. De gevreesde brandharen van de diertjes, die bij mensen hevige jeuk, huiduitslag en irritatie aan ogen en luchtwegen kunnen veroorzaken, worden volledig vernietigd. Daardoor kan de as gemakkelijk als bedrijfsafval worden afgevoerd.

Oven
De verbrandingsoven hangt achter een auto. Daarbovenop staat de stofzuiger, in witte alles bedekkende veiligheidskleding, die met het zuigapparaat de stammen en takken van de eikenbomen aftast. De beestjes verdwijnen linea recta in de verbrandingsoven. Volgens Jans rijden momenteel drie ‘crematoria’ in Nederland rond.

De processierups is een jaarlijks terugkerende plaag in een steeds groter deel van Nederland. Aanvankelijk kwam het beestje alleen in Zuidoost-Brabant en Limburg voor, in de grensstreken met Vlaanderen. Maar inmiddels wordt de rups ook in groten getale gesignaleerd in Gelderland en Overijssel (vooral de oostelijke streken), in Zeeland, Utrecht en zelfs Zuid-Holland. ‘Eigenlijk is hij alleen in Drenthe nog nooit gezien. Maar ook dat zal, vrees ik, niet lang meer duren’, aldus Jans.

Klimaatverandering
Vorig jaar noemde een onderzoeker van onderzoeksbureau Alterra in Wageningen de rups al de grootste plaag in Nederland als gevolg van klimaatverandering. Het beestje met zijn irriterende brandharen hoort eigenlijk thuis in warmere streken in Zuid- en Oost-Europa. Door de warmere winters en lentes hier gedijt de rups nu ook in Nederland uitstekend.

Vooral dit jaar slaat de Thaumetopoea processionea Linnaeus weer onverbiddelijk toe in de bossen en langs de lanen met eikenbomen. Door het warme weer zijn ze opvallend vroeg en massaal opgedoken. Volgens het ministerie van Landbouw werd de eerste eikenprocessierups al op 3 april in Mill (Noord-Brabant) waargenomen.

In een jong stadium, wanneer er nog geen overlast is door brandhaartjes, kunnen de rupsen nog worden bestreden met een biologisch bestrijdingsmiddel. Later kan dat niet meer, want dan worden met het spuiten ook de haartjes door de lucht verspreid. In dat stadium kunnen de beestjes worden opgezogen of weggebrand. Zuigen is volgens Jans veiliger dan branden, omdat met de laatste methode ook de bast van jonge loten kapot wordt gemaakt.

De overlast voor de mensen begint meestal half mei, wanneer de rups aan het vervellen gaat, en duurt zeker tot augustus. Alleen in Weert al komen dagelijks dertig meldingen van overlast binnen.

Leger
In België is de overlast nog groter. Daar is zelfs het leger ingezet om de explosie aan eikenprocessierupsen te bestrijden. ‘In België hangen nesten zo groot als zakken aan de bomen’, aldus Jans. ‘Daar rukken de eikenprocessierupsen zelfs in colonne op naar andere bomen, zoals elzen.’

Volgens Jans is het de hoogste tijd dat alle gemeenten een gedegen inventarisatie maken van de aanwezigheid van de gevreesde rups. ‘Ze moeten een logboek bijhouden. Waar komen de rupsen voor, hoe verspreiden ze zich? Dan weet je volgend jaar beter hoe je ze moet bestrijden. Iedereen moet beseffen dat dit een plaag is waarmee we jaarlijks worden geconfronteerd.’

mailIcon print |