*

 

‘Inkomen leraar blijft fors achter’

Van onze verslaggever Robin Gerrits − 12/06/07, 02:46

De koopkracht van leraren gaat stelselmatig achteruit. De verschillen tussen de reƫle salarissen in het onderwijs en andere sectoren in de arbeidsmarkt, vooral het bedrijfsleven, worden steeds groter....

Deze berekeningen brengt de Algemene Onderwijsbond (AOb) vandaag naar buiten op basis van cijfers van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) en het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Uitgaande van 1990 (index = 100) ziet het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt de inflatie tot en met 2006 met 48 procentpunt stijgen. Het totaal van de cao-lonen komt op dezelfde stijging uit; daar is de koopkracht dus gelijk gebleven.

Cao’s in de particuliere sector zijn iets harder gestegen, maar de publieke sector blijft ver achter: de gezondheidszorg 5 procentpunten, de overheid algemeen 6 procentpunten en het onderwijs dus 9 procentpunten.

Kloof
Voorzitter Walter Dresscher van de AOb stelt vast dat de kloof tussen onderwijs en de rest van de economie groeit. ‘De oorzaak ligt bij de drie vorige kabinetten-Balkenende, die de overheids- en onderwijssalarissen bevroren en de tegemoetkoming in de ziektekosten decimeerde’, aldus Dresscher.

‘Ondertussen krabt de overheid zich op het hoofd waarom te weinig mensen kiezen voor het leraarsberoep. Ik weet het wel: ze kunnen goed rekenen.’

Vorig jaar constateerden ook het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Onderwijsraad dat de lerarensalarissen al lange tijd niet meer marktconform zijn. Zij pleitten vervolgens voor bonussen voor leraren die bijzondere prestaties leveren.

Midden van de markt
Uit gegevens van onderzoeksbureau Hay Group bleek vorig jaar dat leraren ‘in het midden van de markt’ zitten. Peter Langerak van de Hay Group: ‘De politiek moet beoordelen of ze daar thuishoren of dat ze hoger moeten komen te zitten. Maar je kunt niet volhouden dat leraren slecht verdienen. Zeker niet afgezet tegen het aantal gewerkte uren.’

Minister Plasterk van Onderwijs, die vandaag de algemene vergadering van de AOb toespreekt, wilde niet reageren op de verschillen in de loonontwikkeling. Een woordvoerster van het departement verwijst naar de commissie-Rinnooy Kan, die de arbeidsvoorwaarden en het carrièreperspectief van leraren momenteel onderzoekt.

Overigens komt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op iets kleinere verschillen uit. Het CBS herkent de uiteenlopende loonontwikkeling tussen particuliere en publieke sector, maar komt uit op een verschil van 3 procentpunt ten opzichte van het gemiddelde sinds 1990. Mogelijk speelt daarbij de verdwenen werkgeversbijdrage voor de ziektekosten een rol.

mailIcon print |