Het had misschien wel het jaar van Mei Li Vos kunnen worden, 2007. Het liep anders. Waar was ze?
Soms, als Mei Li Vos (37) onder de douche staat, peinst ze erover waarom de mensen het verschil niet zien tussen haar PvdA – die tuimelt in de peilingen – en de groeiende concurrent op links, de SP. ‘Dat piekeren is slecht, want dan douche ik te lang.’ Maar ze kan dan, zegt ze zelf, ‘hartstikke goed uitleggen waarom de PvdA goed voor je is’.
Niettemin nadert de SP de PvdA angstvallig snel in de polls. ‘Omdat ze simpele oplossingen hebben, net als de PVV van Wilders. Lekker makkelijk, niet realistisch.’
Bovendien: ‘Tja, de PvdA schittert nu even niet.’ Ze diept haar handschoenen op uit haar jaszak en streelt het wijnrode leer. ‘We zijn dit type rood. Móói rood, dat wel. Maar je hebt ook felrood, van wham. En dat zijn we nu even niet.’ Volgt een diepe zucht.
Een klein jaar zit Mei Li Vos inmiddels voor de PvdA in de Tweede Kamer. De verwachtingen waren hoog toen ze op 1 maart Kamerlid werd. Van deze oprichtster van het Alternatief voor Vakbond – een club die de gevestigde bonden tegen de schenen schopt – met haar radde tong zouden we veel gaan horen. Zeker nu CDA-minister Donner (Sociale Zaken) het ontslagrecht op de schop wilde nemen.
Maar het liep anders. Het ontslagrecht werd hét politieke item van 2007, het spleet bijna de prille coalitie en er werd uiteindelijk niets hervormd.
Rond Mei Li Vos bleef het stil.
Wat ze vindt, is helder: ‘Het huidige ontslagrecht is enorm goed voor mensen met een hoge opleiding en een dik inkomen en heel slecht voor mensen die dat niet hebben.’
De PvdA van Mei-Li Vos heeft daar niets aan veranderd.
‘Ja, het wás frustrerend. In de plannen van Donner zaten slechte dingen – zoals het afschaffen van de toetsing vooraf bij ontslag, wat waardeloos is voor mensen met een laag inkomen. Maar ook goede dingen, zoals een betere Flexwet.
‘De discussie heeft zich helaas geconcentreerd op dat ene punt, de preventieve toets. Alle andere problemen op de arbeidsmarkt – het is toch niet normaal dat een kwart van de bevolking geen enkele zekerheid heeft? – zijn ondergesneeuwd geraakt.’
Waarom speelde je geen rol?
‘Ik ben gewend te denken door te schrijven – op zijn wetenschappelijks. Maar in de politiek komt het erop aan, om op het juiste moment iets te zeggen. Daarin had ik geen routine. Dat klinkt lullig, alsof je de verkeersregels niet kent. Het is mijn frustratie dat ik niet snel genoeg kon schakelen. Van politieke strategie weet ik nog te weinig. In het begin heb ik wel gedacht: dit is mijn expertise. Maar later dacht ik: het gáát niet over de inhoud.’
Teleurgesteld?
‘Enorm. Ik heb nu meegemaakt hoe politiek werkt. Je komt in een draaikolk waarin alles naar één punt gaat, alle andere aspecten doen er niet meer toe. Donner wilde alles met alles verbinden. Hij wilde niet apart over de Flexwet praten of over scholing. Alles moest in één keer.’
Dat is politiek. Je gaat niet je knikkers een voor een weggeven.
‘Dan is dat onhandige politiek, want het leidt tot een vruchteloze patstelling. Donner kwam met nieuwe plannen waarin hetzelfde pijnpunt steeds terugkwam. Ik dacht: stik er maar in.’
Wat heb je wel gedaan?
‘Notities gemaakt! Ik heb de fractie overladen met notities over flexwerkers en freelancers. Zij leven in een soort Amerikaanse toestand: geen pensioen, geen rechten. Vaste krachten hebben heel veel rechten. Dat moet je bij elkaar brengen, uit rechtvaardigheid.
‘En ik heb mailtjes gestuurd met ideeën. Maar dat deed iedereen op een gegeven moment.’
Is Mei Li Vos ingekapseld door de kadaverdiscipline in de PvdA?
‘Beslist niet. De fractie geeft mij veel ruimte. Ik heb me nooit bescheten gevoeld, nooit gedacht: dit kan ik niet zeggen. In het begin dacht ik: oei, die Ton Heerts van FNV Bondgenoten moet een verschrikkelijke engerd zijn. Maar het is een bijzonder prettige man. Hij is mijn blokhoofd in de fractie. En nee, ik hoef niet al mijn inbrengen aan hem voor te leggen.’
Jij wilde, in tegenstelling tot de fractie, wel een referendum over de EU. Maar je stemde tegen.
‘Dat was de eerste keer dat ik clashte met de leiding, samen met vijf anderen. Het ging mij om het principe: we hebben eerder een referendum gehouden, dan kun je het niet maken het nu niet te doen.
‘Toen we er niet uit kwamen, was de oplossing: we stemmen tegen een referendum, maar desgevraagd kun je zeggen dat je voor was. Ja, lach maar, het ís maf en idioot. Maar soms moet je tegen heug en meug meestemmen. Ik heb de nacht erna ontzettend goed geslapen, omdat we echt tot het gaatje hebben gediscussieerd. Ik heb geen moment het idee gehad dat iemand van ons overruled is.’
Door je af te zetten kun je je wel profileren.
‘Dat wil ik nog te weinig. Mensen hadden verwacht dat ik meer mijn bek zou opentrekken. Misschien ben ik geen goede politicus. Een goed politicus herhaalt immers wat de vorige spreker heeft gezegd. Nou, ik zou er ’s nachts wakker van liggen als ik dat zou doen.
‘Soms sta ik bij een demonstratie en dan zie ik een collega zich plotseling vóór me wringen. Wat doet-ie nou? denk ik dan. En dan blijkt: ah, daar staat de camera! Dat doe ik dus niet. Maar ik wil wel een afgrijselijk goed politicus worden.’
Wat is dat voor iemand?
‘Iemand die dingen voor elkaar krijgt: afschaft waar iedereen vanaf wil, wetten verbetert. Je moet natuurlijk het spel achter de schermen beheersen. Vieze spelletjes heb ik nog niet gedaan. Maar ik heb heus ook Machiavelli gelezen. Ik denk altijd: ik heb een goed verhaal. Ik overtuig ze wel. Helaas, met blaten word je pas een goed politicus.’
Zo plat is de politiek toch niet?
‘Zonder camera zijn er heel serieuze, inhoudelijke discussies. Maar in de plenaire zaal is alles anders: er staan camera’s en de groepsdruk is gigantisch. We stemmen elke week over vijftig voorstellen die Kamerleden indienen. Vervolgens gaan we klagen: goh, er zijn best veel ambtenaren en wat een régels zeg, daar moeten we echt van af.
‘Je bent volgens de communis opinio een goed Kamerlid als je veel moties indient. Ik heb tot dusverre 1 motie ingediend en 1 amendement op een wet. En van die motie dacht ik achteraf: naaah, was dat wel nodig. Maar het was mijn eerste debat en ik wilde ook eens een motie. Ging over interactief bestuur. Mwah.’
Veel moties bepaalt mede of je weer op de lijst komt straks.
‘Ik vind het niet erg om niet meer dan tien moties ingediend te hebben in mijn hele carrière. Ook al kost het me een plek op de lijst.’
Wat wil je dan bereiken?
‘Ik zou het geweldig vinden als de consumentendruk zo hoog wordt, dat er alleen nog biologisch vlees te koop is en spullen die niet door kinderhanden zijn gemaakt. Geen kip die vierkant gekweekt is. Ik ben bezig met de Wet Openbaarheid van Productie en Ketens: die geeft iedere consument het recht te weten hoe iets is geproduceerd. De Unilevers van deze wereld moeten opening van zaken geven.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.