*

 

Gauw doorschakelen naar de hoogste versnelling Dinsdagprofiel Victor Muller

Door Toine Heijmans − 06/03/07, 02:46

Ze waren in Japan en liepen over straat. De telefoon bleef maar gaan en Victor Muller jongleerde zich van het ene gesprek in het andere....

Victor Muller (48) kan snel schakelen, zegt Laurens Hoogland, die in Japan naast hem liep en de telefonades aanschouwde. Het is een mooie, door zakenvrienden veelgebruikte metafoor voor de man die sinds zijn eerste Lancia Flaminia Touring wild is van klassieke wagens, die de autofabriek Spyker leven inblies en die volgende week zondag in Melbourne een Hollandse Formule 1-campagne begint. Met een oranje auto.

Snel schakelen is noodzaak in de wereld van het grote investeren waarin Muller zich sedert vijftien jaar beweegt. ‘Als je in deze business twee keer met je ogen knippert, ben je history’, zegt hij zelf. ‘Maakt niet uit of het een zieltogend bergingsbedrijf is, een autofabriek, een IT-startup, een machinefabriek of een modemerk – zonder gevecht geen glorie en langs de afgrond bloeien de mooiste bloemen.

Laurens Hoogland: ‘Victor heeft een onwaarschijnlijk uithoudingsvermogen en een aan onwaarschijnlijkheid grenzend geloof in zichzelf. Vol erin! Bellen, doen, regelen, niet treuzelen, meteen gaan, pecunia non olet, tomeloze energie.’

Victor Muller over zichzelf: ‘Gewone dingen winden mij niet op. Ik wil dingen doen die heel moeilijk lijken. Dat maakt me blij.’

Laurens Hoogland en Victor Muller waren in Japan omdat ze samen een visbedrijf bestierden, The Fishcompany in Harlingen, waar Victor in had geïnvesteerd. ‘Hij kende het verschil niet tussen schol en schar’, zegt Hoogland, ‘Maar dat deerde niet. We deden alles samen. Victor werkt altijd met een partner die verstand van de business heeft.’

Victor Muller & Partners – het zou de kop boven dit artikel kunnen zijn. Hij de marketing, de contacten en het zakelijk instinct, de partners de kennis en dan de gang erin.

Zo was het ook met Maarten de Bruijn, die in de achtertuin van zijn ouders een sportwagen had gemaakt. Hij had de verstofte naam Spyker eraan verbonden, maar om een autofabriek te beginnen was een investeerder nodig. Victor Muller hoorde ervan, geloofde er niet echt in, maar was toch gaan kijken. Leuke auto. Leuke jongen. En voor Maarten het wist, bestormden Victor en hij de hemel. Nauwelijks stond er een fabriek in Zeewolde of ze verkochten auto’s aan filmsterren en reden de 24 uurs van Le Mans. ‘We waren getrouwd’, zegt De Bruijn. ‘Het voelde als een huwelijk.’

Maarten betrok het huis naast de villa van Victor in Baarn. ‘Als hij ’s avonds thuiskwam en licht bij me zag branden klopte hij aan. Dan dronken we thee en spuiden we ideeĆ«n.’ Slaap was van minder belang. ‘Hij was de grote motivator, de prater, de overtuiger, de katalysator. Hij zorgde voor geld en bekendheid, zodat ik de auto’s verder kon ontwikkelen. Dat was een mooie samenwerking.’

Maar het huwelijk liep spaak. ‘Hij denkt heel erg groot en conceptueel en houdt van de glamour. Ik kon en wilde zo niet verder werken.’ De Bruijn vertrok en Victor Muller groeide verder – Spyker is nu zijn levensdoel. ‘Eerst was er niks, nu heb ik 480 man in dienst’, zegt hij. ‘Dat voor elkaar krijgen is het allermoeilijkste dat ik ooit heb gedaan. ’

Vader Muller had een accountantsbureau. Hij leerde zijn zoon ook vogels kijken. Moeder Muller stamt uit een Utrechts biologengeslacht. Dus dat was helder: Victor zou natuurvorser worden. Nog steeds is hij gek van vogels. Zijn twee weken kerstvakantie bracht hij door in Botswana ‘in een tent in de jungle met een kijker om m’n nek. Die rust... Enorm. Dat is meer Victor dan je denkt.’

Geboren in Amsterdam, op zijn elfde verhuisd naar Blaricum, waar hij naar eigen zeggen een echte ‘kakbal’ werd. Opgeleid tot jurist in Leiden en tot advocaat bij Caron & Stevens waar hij het voor zijn dertigste bijna schopte tot partner, maar door klant Pieter Heerema het bedrijfsleven werd ingezogen en in de directie belandde van diens offshore-onderneming.

Heerema was een steun, net als Ferrari-importeur Frits Kroymans en havenondernemer Willem Cordia. Zij zagen wel iets in een avontuur met het verlieslijdende bergings- en sleepbedrijf Wijsmuller. Ze kochten het in 1996 en Muller maakte het in twee jaar weer winstgevend. Na de verkoop aan de Deense firma Maersk in 1999 was Victor Muller binnen. Kapitaal genoeg om te investeren – in de visfabriek van Hoogland, in Spyker Cars. Zo beweegt hij zich in het milieu van investeerders, commissarissen en aandeelhouders en mag hij nieuwe rijken als Marcel Boekhoorn en verzekeringsman Ronald van der Laar tot zijn bondgenoten rekenen, danwel oude vrienden als Cordia, Kroymans en Ben Kolff.

Cordia: ‘Zonder twijfel is het een opvallende man – met zijn jongensachtige uiterlijk valt hij op tussen grijze, seniore zakenlui.’

Boekhoorn: ‘Deze jongen gaat door tot het gaatje. Hij is geen meeprater, geen consensusman. Hij is een overlever. Guts and glory, en hij staat er als je hem nodig hebt.’

Van der Laar: ‘De basis is heel veel en heel hard werken ten koste van veel. Ten koste van alles.’

Kolff (met wie Muller het modemerk McGregor leidde): ‘Op de een of andere manier ligt in zijn persoonlijkheid iets opgesloten dat hem de levensmissie geeft om historie te schrijven’

Een man van kwikzilver, vullen anderen aan. Vingervlug. Een rekenaar met de charme van een jonge prins en de besluitvaardigheid van een gewiekste autocraat. Een bluffer ook, die het schuim op de mond kan krijgen als iets hem niet zint. Als de dingen niet gaan zoals hij wil, kan hij bijkans een vergadertafel doormidden slaan.

Het levert hem niet alleen vrienden op.

Vorig jaar november hield Victor Muller een speech tijdens een bijeenkomst van een inkopersvereniging. Het was een blinkende speech, zoals Muller die houden kan, zegt Peter Noordermeer. ‘Alleen klopte er niks van. Ik ben opgestaan en heb gezegd: als je leveranciers zo belangrijk vindt, waarom moet ik dan mijn pakjes onder rembours naar Spyker sturen?’ Victor Muller kan mooie verhalen houden, vindt hij, ‘maar ze hebben weinig ondergrond.’

Peter Noordermeer is directeur van IQ Parts, een handelsbureau in onderdelen voor snelle auto’s en in die hoedanigheid bekend met ‘het kleine racewereldje’. Hij leverde high performanceslangen aan de Spykerfabriek, en twijfelt aan het Succesverhaal Muller zoals dat is ontstaan. ‘Alle techneuten’, zegt hij, ‘zijn weggegaan bij Spyker.’ Ze zouden zijn vertrokken vanwege de sfeer, die omsloeg van een liefhebbersbedrijf naar een ‘bobo-bedrijf’, waar uiterlijk belangrijker is dan mooie techniek. Victor Muller is de showman, de verkoper, degene die op autobeurzen de klopjes op zijn schouder incasseert. ‘Voor hem is het een spelletje’, zegt Noordermeer.

Hij twijfelt zelfs aan het aantal Spykers dat is afgebouwd. Dat waren er vorig jaar 96. ‘Victor kon met veel enthousiasme vertellen hoeveel auto’s er waren verkocht. Maar ik wist hoeveel slangen er waren geleverd en dat klopte niet met elkaar. Mijn vraag is: hoeveel auto’s zijn er in werkelijkheid gebouwd? En hoeveel zijn er in werkelijkheid verkocht?’

Die twijfel is ook elders te beluisteren – al willen de critici niet met hun naam in de krant. Het woord ethiek valt. Er is vrees dat Muller zo snel schakelt, dat hij de grenzen niet alleen aftast, maar ook moedwillig oversteekt. En dat degenen die het zien de andere kant opkijken om de droom niet te verstoren. Er wordt gewezen naar McGregor, waar Muller met zijn twee partners op justitie stuitte, omdat ze de beurskoers van het bedrijf zouden hebben opgepompt. Muller werd niet vervolgd, maar compagnon Jeroen Schothorst kreeg een boete van twee ton.

Muller reageert gestoken op ‘de verhalen’, die voorafgaand aan de beursgang van Spyker ook al rondgingen. ‘Daar heb ik jaren tegen moeten worstelen. Nee, nee, in Nederland is het niet gauw goed.’

Wat Noordermeer betreft: ‘Die ken ik niet. We hadden wel meer leveranciers van slangen. Doe me een lol. We zijn een beursfonds, gecontroleerd door een accountant. Alles klopt.’

Van der Laar: ‘Typisch Nederlandse afgunst.’

Boekhoorn: ‘Victor komt er wel. Ik denk dat hij straks mega scoort.’

Internetondernemer Michiel Mol: ‘Hoge bomen vangen veel wind.’

Mol en Muller zijn de drijvende krachten achter het Spyker Formule 1-team. Hun samenwerking kwam volgens Mol als volgt tot stand: ‘Ik was al een paar maanden in gesprek over de aankoop van het Midland-team. Toen dacht ik: waarom koppelen we er geen Nederlands merk aan?’

Hij belde Muller, reisde naar de Spykerfabriek in Zeewolde, dronk er koffie en nog geen halfuur later waren ze eruit: een deal van 84 miljoen euro. ‘Over klassieke auto’s kunnen we eindeloos ouwehoeren’, zegt Mol, ‘Maar dit soort dingen moet je snel doen.’

En zo werd een nieuw Mulleriaans partnerschap geboren. ‘We hangen constant bij elkaar aan de telefoon’, zegt Mol. ‘Hij is zo gefocust, hij kan zo snel schakelen – we gaan hier heel veel geld mee verdienen.’

mailIcon print |