*

 

Ook Nature twijfelt aan schuld van Lucia de B.

Van onze verslaggever Menno van Dongen − 19/01/07, 02:46

De kritiek op de veroordeling van de Haagse verpleegkundige Lucia de B. is doorgedrongen tot het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift Nature....

De B. zit een levenslange celstraf uit voor de moord op zeven patiënten, tussen 1997 en 2001. Haar veroordeling wordt sinds kort opnieuw bekeken door de commissie-Posthumus II, die onderzoek doet naar vermeende gerechtelijke dwalingen. Dit kan leiden tot heropening van de zaak.

De B. is mede veroordeeld, omdat ze volgens het Haagse gerechtshof opvallend vaak aanwezig was bij verdachte sterfgevallen in het ziekenhuis. De kans dat een gewone verpleegkundige dit overkomt is 1 op 342 miljoen, berekende een statisticus, die als getuige-deskundige optrad in de rechtszaak.

Nature citeert wetenschappers die kritiek hebben op deze berekening. Volgens de Leidse wiskundige Richard Gill is de kans dat De B. zo veel sterfgevallen meemaakte slechts 1 op 48 of zelfs 1 op 5. En de Amsterdammer Peter Grünwald constateert dat belangrijke cijfers zijn genegeerd door het hof. ‘Het is vreemd dat er minder sterfgevallen zijn als er een seriemoordenaar rondloopt dan in de periode voordat ze in dienst is getreden’.

De kanttekeningen roepen volgens Nature twijfels op over de veroordeling. ‘Statistiek heeft de kracht om iedereen gek te maken, zelfs rechters.’

De B. is niet alleen veroordeeld op basis van berekeningen. Uit toxicologisch onderzoek zou blijken dat ze dodelijke medicijnen gaf aan twee jonge patiënten. Critici betwijfelen of dit klopt.

Gill en Grünwald scharen zich achter kritiek van wetenschapsfilosoof en hoogleraar Ton Derksen, die vindt dat fouten zijn gemaakt in de zaak-De B. Hij heeft vorig jaar een herzieningsverzoek ingediend.

Derksen voelt zich gesteund door de publicatie in Nature. ‘Dit is het beste wetenschappelijke tijdschrift ter wereld. Met dit artikel onderschrijft de redactie onze kritiek. Dat vind ik spectaculair.’

De kritiek van de wetenschappers is bekend bij de commissie-Posthumus II. Een complicatie is dat het hof in 2004 stelde dat ‘geen statistisch bewijs in de vorm van toevalsberekeningen is gebruikt’ voor de veroordeling van De B.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />