*

 

Joke Smitprijs voor Gronings vrouwencollectief JAMES

ANP − 08/03/07, 15:50

Het Groningse vrouwencollectief JAMES krijgt dit jaar de Joke Smitprijs, de tweejaarlijkse regeringsprijs voor emancipatie. Minister Ronald Plasterk, verantwoordelijk voor emancipatie, heeft de prijs donderdag op Internationale Vrouwendag aan de groep van vijf vrouwen uitgereikt....

De naam JAMES bestaat uit de eerste letters van de voornamen van de vrouwen die de ‘ideeëntank’ vormen voor de bevordering van deelname van vrouwen aan de maatschappij. Dat was dit jaar het thema van de Joke Smitprijs. De vrouwen gebruiken hun netwerken om allerlei projecten van de grond te krijgen.

Zelf vormt JAMES geen georganiseerd verband, maar uit de ideeën van de vrouwen zijn wel een aantal stichtingen voortgekomen, zoals de stichting Thuishuis voor kleinschalige kinderopvang. Inmiddels zijn er dertig thuishuizen.

De prijs, een kunstwerk en een bedrag van 10.000 euro, is vernoemd naar de in 1981 overleden feministe Joke Smit. Na de uitreiking ondertekende Plasterk samen met collega-bewindslieden Piet Hein Donner (Sociale Zaken), Ella Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie) en Jet Bussemaker (Volksgezondheid) het convenant Duizend en één Kracht met wethouders van de vier grote steden en Nijmegen en Breda.

De rijksoverheid geeft 3,5 miljoen euro subsidie voor gemeentelijke projecten om vrouwen uit etnische minderheden deel te laten nemen aan vrijwilligerswerk. Tot 2010 wil het kabinet 50.000 mensen in die zin aan de slag helpen.

Vrijwilligerswerk kan bovendien een opstap zijn naar betaald werk, benadrukten diverse sprekers. Minister Donner sprak zijn vrees uit voor een maatschappelijk isolement als dit werk zonder gevolgen blijft. Hij wees op de groeiende arbeidsdeelname onder autochtone vrouwen, van 46 procent in 1996 naar 58 procent in 2006. Dat geldt ook voor Surinaamse en Antilliaanse vrouwen.

Maar onder Turkse en Marokkaanse vrouwen signaleerde Donner een duidelijke terugval, van een arbeidsparticipatie van ruim 33 procent tot onder 30 procent bij Turkse, tot zelfs minder dan 23 procent bij Marokkaanse vrouwen. Terwijl deze vrouwen in bijvoorbeeld verzorgende beroepen goed terecht zouden kunnen.

Volgens de bewindsman, die zich eerder presenteerde als ‘een goede fee die een oogje in het zeil houdt', moet ‘een ieder van ons’ ervoor waken dat het project slaagt. ‘Anders moet ik als minister van werkgelegenheid wekken wat mijn voorganger heeft verwekt. En let wel, ministers doen dit niet met kussen, maar met wetten en verplichtingen.’

mailIcon print |