*

 

Slecht spellen al jaren een probleem

Van onze verslaggever Gerard Reijn − 18/01/07, 02:46

De oorzaak van slecht spellende leerlingen bestaat al tien jaar. De schuld ligt bij iedereen...

‘Het is krankzinnig dat scholieren nooit worden afgerekend op spelling.’ Rob van Dijk, leraar Nederlands aan het Montessori Lyceum in Amsterdam, kan er niet over uit.

‘In het centraal schriftelijk zitten twee onderdelen voor Nederlands: een tekstverklaring en een samenvatting. In de voorschriften staat nadrukkelijk dat er bij de tekstverklaring geen punten mogen worden afgetrokken voor spel- en stijlfouten. Bij de samenvatting mogen spel- en stijlfouten maximaal tot 20 procent aftrek leiden. Dat is helemaal niets.’

Wie heel slecht spelt, verliest hooguit één punt. Een 7 in plaats van een 8. Ook de schoolexamens toetsen nauwelijks de spelkunst en de grammatica, en dat ligt niet aan de scholen.

De wet schrijft voor dat 40 procent van het schoolexamen Nederlands betrekking heeft op spreekvaardigheid. 60 procent van de punten is te verdienen met schrijfvaardigheid. Daarbij wordt niet zozeer gelet op spel- en grammaticafouten, maar op de opbouw van het betoog.

‘Ik vind het heel frustrerend’, zegt Van Dijk. ‘Leerlingen willen het best leren, maar het wordt ze gewoon nooit gevraagd. Ook niet buiten school. In de hele maatschappij lijkt niemand zich nog voor spelling en grammatica te interesseren.’

De spellingszwakte bestaat volgens hem al zeker tien jaar. De woordenschat neemt al jaren af. ‘Laatst vroeg iemand uit de vijfde klas van de havo: wat betekent tevens? Van spreekwoorden en gezegden begrijpen ze helemaal niets. De wal zal het schip toch wel keren? Dat begrijpen ze dus echt niet.’

Maar de school doet wat hij kan. Op het Montessori hebben ze in het schoolexamen zelf een aparte spellingstoets opgenomen. Van Dijk: ‘Dat mag eigenlijk niet, maar we doen het toch.’

Conrector Peter Romein is het eigenlijk simpel: een overheid die ander onderwijs wil, hoeft alleen maar het examen te veranderen. ‘Wij leiden op voor een examen zoals de overheid dat vaststelt.’

Dat het hoger onderwijs nu moord en brand schreeuwt, omdat de eerstejaars niet meer kunnen rekenen en schrijven, heeft wel iets humoristisch. ‘Juist onder druk van het hoger onderwijs is ons de afgelopen jaren een aantal vakken door de strot geduwd, zoals verzorging en techniek. Dat gaat natuurlijk wel ten koste van de aandacht voor andere vakken.’

En wat te denken van het studiehuis? Het hoger onderwijs wilde dat dat er kwam. ‘De leraren moesten vooral activerende werkvormen gebruiken en tussen de leerlingen gaan zitten. Het hoger onderwijs had behoefte aan leerlingen die konden presenteren. Die krijgt het nu.’

Tot acht jaar geleden schreef de overheid nog minstens een aantal uur Nederlands per week voor, maar die minimumtabel is afgeschaft. Scholen hebben sindsdien (bijna) alle vrijheid om zelf te bepalen hoe veel Nederlands er wordt gegeven.

Niet dat alle taalproblemen de wereld uit zijn als de exameneisen worden veranderd. De buitenwereld is namelijk ook veranderd.

Channah Nihom heeft 36 jaar aan de school gewerkt, meesttijds als lerares Nederlands. Ze heeft de veranderingen in de taal gezien. Er wordt minder gelezen, meer ge-sms’t, en ge-e-maild, en de straattaal is opgerukt. Effe disse, doekoe en geef8 zijn nu heel gewone taaluitingen.

Nihom: ‘Een mailtje schrijf je heel snel. Het is informeel. Je let dan niet op je spelling. En wie schrijft er tegenwoordig nog een papieren brief?’

mailIcon print |