*

 

Manager met de krant als hartstocht

Bart Jungmann − 10/02/07, 02:46

De man die in 1982 aantrad als hoofdredacteur was de juiste persoon om de Volkskrant te loodsen door onstuimige groei....

‘Ik heb geen baan. Ik heb de krant. De krant is mijn hartstocht.’

Harry Lockefeer, de gisteren overleden oud-hoofdredacteur van de Volkskrant, liet die passievolle bekentenis in 1991 optekenen in Vrij Nederland. Hij werd daarvoor geïnterviewd door Bibeb, een journaliste die graag zielen mocht blootleggen. Maar bij Lockefeer kwam ze weinig verder dan bovenstaande ontboezeming.

Harry Lockefeer was een behoedzame man die al zijn energie stak in de baan die ook zijn hartstocht was. Het begrip krant kan verengd worden tot de Volkskrant. Onder Lockefeer beleefde deze zijn grootste bloei. Hij trad in 1982 aan als hoofdredacteur en maakte in 1995 plaats voor Pieter Broertjes, die deze functie nog steeds bekleedt. In die dertien jaar groeide de krant in oplage, omvang en aanzien. Bij zijn vertrek had de Volkskrant 370 duizend abonnees.

Harry Lockefeer werd in 1938 in Roosendaal geboren. Hij studeerde sociale en economische politiek aan de Katholieke Universiteit in Tilburg. Na zijn afstuderen in 1965 trad hij in dienst van de voorheen katholieke Volkskrant als sociaal-economisch redacteur.

Onder zijn voorganger Jan van der Pluijm had de krant afstand genomen van de rooms-katholieke kerk. De persoonlijke geschiedenis van Lockefeer paste perfect in dat profiel. Ook hij was van oorsprong katholiek, maar nam daarvan tijdens zijn studententijd afstand. Het instituut zei hem niets meer, maar voor de cultuur bleef hij gevoelig.

In de zestien jaar dat hij de krant schrijvend diende, onderscheidde Harry Lockefeer zich vooral met artikelen over ontwikkelingshulp. Daarvoor werd hij onderscheiden met de Dick Scherpenzeelprijs. In 1981 werd Lockefeer adjunct-hoofdredacteur om een jaar later tot het hoogste ambt te worden geroepen.

Volgens Jan Blokker, zelf adjunct onder Lockefeer, kon de Volkskrant zich geen betere kandidaat wensen. ‘Hij was de ideale hoofdredacteur voor de jaren tachtig. Veel van zijn tijd en kunde besteedde hij aan bestuurlijke zaken: het budget, personeelszaken, de financieel-economische kant van de krant. Een manager. Voor een krant met zo’n grote redactie is dat goed.’

Die zakelijkheid en dat journalistieke inzicht vloeiden samen in de zaterdagkrant, die onder hem dikker en dikker werd. De bijlagen regen zich aaneen, vooral dankzij de bloeiende advertentiemarkt. De zaterdageditie werd een begrip.

In zijn laatste jaren als hoofdredacteur legde hij juist de nadruk op een accurate nieuwskrant. ‘Radio en tv vergroten de chaos, de krant is er om het nieuws te ordenen. De krant is een heel intelligent product’, waren zijn laatste woorden in een afscheidsinterview in de Volkskrant.

mailIcon print |