Marechaussees zijn in 2003 in het zuiden van Irak door Nederlandse mariniers onder druk gezet geen aangifte te doen van overtredingen....
Ten minste één marechaussee is door landgenoten met de dood bedreigd als hij aangifte zou doen. Hij is overspannen teruggekeerd naar Nederland, aldus collega’s.
‘Als je dat doet, knal ik je kop er af’, luidde het dreigement aan het adres van de marechaussee, die een proces-verbaal wilde opstellen. De mariniers hadden invallen gedaan in huizen, hoewel ze daartoe niet bevoegd waren.
Andere marechaussees hebben ‘discriminerende opmerkingen’ van de mariniers te horen gekregen ‘die de gang naar het strafrecht zouden rechtvaardigen’. De kwalificaties van de mariniers waren ‘nazi’s’ en ‘kankerjoden’.
Dit staat in een vertrouwelijke brief van de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) Cees Neisingh, gedateerd 18 november 2003. Uit dat najaar dateren de omstreden verhoren van Iraakse gevangenen, die door experts als martelingen zijn omschreven.
De spanningen tussen de diverse krijgsmachtdelen liepen in die periode hoog op. In een geheim stuk van generaal-majoor Neisingh aan de Chef Defensiestaf (CDS) Luuk Kroon schrijft de bevelhebber van de marechaussee: ‘Gelukkig worden de breuklijntjes uit beeld gehouden bij bezoeken van bewindslieden, Kamerleden, journalisten, CDS en de bevelhebbers.’
De tegenwerking die de Marechaussee ondervond, maakte het moeilijk aangifte te doen. Daarover schreef generaal-majoor Neisingh aan CDS Kroon: ‘Ik meen er goed aan te doen u te berichten dat ik de stellige indruk heb, dat er van goede informatie van de commandanten aan de marechaussee niet altijd sprake is. Het afwegen of iets al dan niet een (strafrechtelijk) onderzoek rechtvaardigt dient door de detachementcommandant KMAR c.q. de hulpofficier van justitie plaats te vinden. Door deze functionaris onkundig te houden, ontbreekt deze zorgvuldige afweging door de KMAR. (...) Het door (lagere) commandanten op voorhand bestempelen van zaken als niet het vermelden waard, kan op langere termijn negatieve terugslageffecten teweegbrengen.’ Daarmee trok Neisingh de waarde van justitieel onderzoek in twijfel.
Minister Kamp verklaarde zaterdag voor de NOS-televisie het volste vertrouwen te hebben in de verslaglegging door de marechaussee en het Openbaar Ministerie. Over de vermoedelijke martelingen zei hij dat het OM de processen-verbaal van de marechaussee heeft gewogen en dat er één conclusie volgde: er zijn geen strafrechtelijk laakbare feiten begaan.
Vandaag schrijft Kamp in een stuk op de Forumpagina van de Volkskrant dat er een maand is gewerkt aan dat onderzoek.
Kamp heeft de Tweede Kamer wel eerder gemeld dat er cultuurverschillen bestaan tussen de krijgsmachtdelen. In 2004 schreef hij: ‘Spanningen die af en toe uitmondden in bejegeningen die niet door de beugel konden, zelfs tot beledigingen aan toe.’
De levensbedreigende intimidaties meldde de minister echter niet, zelfs niet vertrouwelijk aan de Kamer.
Dinsdag maakte Kamp bekend dat de commissie die de handelwijze van de militairen gaat onderzoeken, wordt geleid door voormalig SGP-Kamerlid Van den Berg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.