*

 

Onderwijs is gebaat bij ‘rust en ruimte’

Van onze verslaggeefster Yvonne Doorduyn − 01/11/06, 11:10

Met welke grote problemen krijgt het volgende kabinet te maken? De Volkskrant vergelijkt de verkiezingsprogramma’s. Probleem 1: Hoe lossen we de crisis in het onderwijs op?...

  • \N

Het gaat niet goed met het onderwijs in Nederland. Hoewel Nederlandse leerlingen internationaal gezien nog altijd goed presteren, wordt alom de noodklok geluid. De Raad voor Werk en Inkomen, het Innovatieplatform en de HBO-Raad waarschuwen voor een welvaartbedreigend kennistekort. Het Sociaal en Cultureel Planbureau slaat alarm over de achteruithollende kwaliteit van docenten.

Het Centraal Planbureau (CPB) schetst al jaren een lerarentekort van 10 procent vanaf 2010. En de teller bij het ministerie staat op 57 duizend drop-outs per jaar, waarmee Nederland dik boven het Europese gemiddelde uitsteekt.

Niet alleen de macrocijfers schetsen een onheilspellend beeld. Ook op microniveau doen individuele leraren en ouders hun beklag. Kranten ontvangen bijna dagelijks ingezonden brieven van leraren die het onderwijs gedesillusioneerd de rug toekeren.

De politiek lijkt er van SP tot VVD van doordrongen. Niet eerder stond onderwijs zo prominent in alle verkiezingsprogramma’s. Alle partijen trekken minimaal een miljard euro uit om het onderwijs te verbeteren. Het meest ambitieus is GroenLinks met een extra budget van 3,4 miljard euro, het minst investeert de Christenunie met 0,9 miljard. D66 profileert zich als onderwijspartij met een extra investering van 2,8 miljard euro.

Opvallend is dat vrijwel alle partijen dezelfde knelpunten aanwijzen: de kwaliteit van leraren, de uitval van (v)mbo-leerlingen en de financiering van het hoger onderwijs. De verschillen zitten vooral in de oplossingen. Maar ook daar zijn veel overeenkomsten. Zo kiezen vrijwel alle partijen voor minder Haagse regels, meer prestatieprikkels en behoort het streven naar schaalvergroting (het samenvoegen van scholen) tot het verleden.

In de hoop meer Nederlanders te interesseren voor een baan in het onderwijs, kiezen alle partijen behalve de Christenunie, voor hogere lerarensalarissen. CDA, PvdA, VVD, GroenLinks en D66 doen dat in de vorm van prestatiebeloning. PvdA, GroenLinks en D66 kiezen er daarnaast voor leraren die lesgeven in moeilijke omstandigheden, zoals op achterstandsscholen of in tekortvakken, extra te belonen. De SP wil een algehele verhoging van de lerarensalarissen. PvdA, D66 en Christenunie investeren in gesubsidieerde banen om conciërges en onderwijsassistenten voor scholen te behouden.

Veel partijen hebben zich gestort op het wegwerken van de leerachterstanden bij jonge kinderen. Al bij de Politieke Beschouwingen steunde vrijwel de hele Kamer (behalve GroenLinks, D66, Christenunie, SGP) het VVD-plan om peuters op het consultatiebureau te ‘screenen’ op een eventuele taalachterstand. Spreken ze niet goed Nederlands, dan moeten 3-jarigen verplicht naar voorschoolse taalles.

Voor de hoge schooluitval hebben partijen uiteenlopende oplossingen. VVD, GroenLinks en D66 willen dat leerlingen met problemen een speciale coach krijgen. Bijna alle partijen kiezen voor een leerwerkplicht voor jongeren tot 23 of 27 jaar.

Opvallend punt is ook dat CDA, PvdA en SP de schoolboeken in het voortgezet onderwijs voor ouders gratis willen maken. PvdA, VVD, GroenLinks en D66 investeren in ‘brede scholen’, waar naschoolse opvang en andere activiteiten in de school plaatsvinden.

Voor het hoger onderwijs hebben de partijen diverse keuzes in petto. De PvdA wil de studiefinanciering ombouwen naar een leenstelsel. De VVD kiest voor verschillen in collegegeld en voor meer concurrentie tussen private en publieke onderwijsinstellingen.

Geen van de partijen stelt grote stelselwijzigingen voor, zoals in de afgelopen decennia gebruikelijk. Net als minister Van der Hoeven zijn de partijen het erover eens dat het onderwijs de komende vier jaar gebaat is bij ‘rust en ruimte’.

mailIcon print |