*

 

Balkenende kwam, zag en viel

Van onze verslaggever Raoul du Pré − 30/06/06, 07:52

In korte tijd promoveerde Balkenende van onbekend academicus tot premier. Maar zijn twee kabinetten gingen roemloos ten onder. Hij stond erbij en keek ernaar....

  • Premier Balkenende verlaat donderdagavond de Tweede Kamer. (ANP)

Hij zit er donderdagmiddag bij in Vak K zoals altijd als het hem niet bevalt wat er om hem heen gebeurt: zijn armen demonstratief over elkaar, zijn lippen zuinig getuit tot het pruilmondje dat Nederland zo goed van hem kent. In alles straalt hij verontwaardiging en verbazing uit over wat D66 hem aandoet. ‘Dit gaat wel erg snel’, zegt de premier. ‘In drie zinnen wordt hier even het vertrouwen opgezegd.’

Het lijkt dan pas tot hem door te dringen: weer is het hem niet gelukt zijn ploeg bij elkaar te houden. En weer wekt de premier de indruk dat het hem allemaal overkomt en dat hij er zelf part noch deel aan heeft. Het gebrek aan regie dat de leider van het kabinet daarmee vertoont, is volgens critici de rode draad in zijn nu vier jaar durende premierschap.

Balkenende had een droomstart in de politiek. Maar de afbrokkeling van zijn imago als leider ging al even snel, in de roerige maanden van Balkenende I, toen er geen dag rust was en de premier er niet in slaagde de LPF-bewindslieden binnenboord te houden.

Het gebrek aan regie en overzicht trof hem dat jaar vrijwel elke dag. Berucht voorbeeld was de ansichtkaart die hij op 4 oktober 2002 vanuit de Trêveszaal naar de Tweede Kamer stuurde. ‘Geachte voorzitter, wij groeten u in gezamenlijkheid en eenheid vanuit de ministerraad.’ Tien dagen later viel zijn eerste kabinet.

We hebben onze les geleerd, was de uitdrukkelijke boodschap van Balkenende II: nooit meer paniek, onderling wantrouwen en ‘gedoe’. Maar na een rustige start werd het toch weer een vechtkabinet, waarin de afgelopen twee jaar de ene crisis op de andere volgde.

Was er ooit eerder een minister- president die in vier jaar tijd zo veel bewindslieden verloor? Philomena Bijlhout, Herman Heinsbroek, Eduard Bomhoff, Benk Korthals, Annette Nijs, Thom de Graaf en nu, waarschijnlijk, voor de tweede keer zijn hele kabinet.

Het verwijt van gebrek aan regie treft de minister-president ook weer in zijn afhandeling van de zaak-Hirsi Ali. Op de avond van de 15de mei, toen minister Verdonk het voornemen opvatte om de problemen met het Nederlanderschap van Hirsi Ali meteen wereldkundig te maken, greep hij niet in.

De zaak werd afgedaan door zijn ambtenaren, kennelijk zonder dat de premier besefte hoeveel schade Verdonks besluit zou kunnen aanrichten.

‘Ik had de indruk dat er die avond geen brief zou uitgaan’, verklaart Balkenende achteraf zijn optreden. En hij geeft toe: ‘Er kan sprake zijn geweest van misverstanden of communicatiefouten.’

Verdonk stond daarna in de zaak-Hirsi Ali onder Balkenendes curatele. En op een haar na was het de premier ook gelukt de zaak te regelen zonder verdere kleerscheuren.

Totdat hij diep in de nacht van woensdag op donderdag bekende dat hij Verdonk toch weer niet helemaal onder controle heeft gehad. Hij ging begin deze week mee in Verdonks eis dat Hirsi Ali de schuld voor de zaak geheel op zich nam. Onder druk moest Hirsi Ali een schuldbekentenis afleggen over haar eigen rol in de affaire. Daarvoor was geen juridische noodzaak, maar Verdonk had het nodig om haar eigen politieke gezicht te redden.

Balkenende weerstond haar niet en was bovendien in het nachtelijk debat zelf degene die tot verbazing van de Kamer de eis van Verdonk onthulde, net op het moment dat het debat met een sisser leek af te lopen. Enkele uren later kwam hij erachter dat hij de afbrokkeling van zijn kabinet daarmee zelf in gang had gezet.

Maar aan hem ligt het niet, vindt hij. ‘Ik heb me met hart en ziel ingezet.’

mailIcon print |