Aan de centrale databank met gelaats- en vingerscans wordt al volop gebouwd, maar de bijbehorende wet die de privacy moet beschermen, is er nog niet....
Een centrale databank met gelaats- en vingerscans is de droom van veel opsporingsautoriteiten. In theorie wordt het daarmee mogelijk sporen van vingerafdrukken en camerabeelden te vergelijken met de opgeslagen gegevens van nagenoeg de hele bevolking – iedereen met een paspoort. Dat zou de zoektocht naar verdachten een stuk makkelijker maken.
Met een centrale databank wordt een fundamentele grens overschreden, zeggen privacybewakers. De praktijk nu is dat iemand eerst verdacht moet zijn, en dat pas daarna zijn privacy wordt geschonden. Met deze databank wordt ieders privacy geschonden, en pas daarna wordt naar verdachten gezocht. Bovendien kan de techniek fouten maken en onschuldigen als verdachte aanmerken.
De wet die de databank mogelijk moet maken, moet dus de balans bewaren tussen de privacy en de gehoopte verhoging van de veiligheid. ‘Het wetsvoorstel zal naast de opzet van de administratie ook de bescherming en de beveiliging van de administratie regelen, alsmede welke instanties toegang zullen krijgen tot deze administratie’, schreef minister Pechtold voor Bestuurlijke Vernieuwing daarom aan de Tweede Kamer.
Dat was april vorig jaar. Er is echter nog geen wetsvoorstel en zelfs nog geen datum voor de behandeling daarvan. Omdat op 28augustus het nieuwe paspoort met de biometrische kenmerken wordt ingevoerd, en de Eerste en Tweede Kamer op 30juni met zomerreces gaan, begint de tijd te dringen. Niet zo vreemd dus dat er op de achtergrond al met de opzet van de databank is begonnen.
Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken dient het werk dat nu wordt gedaan alleen ter voorbereiding op het wetsvoorstel. Het gebeurt bovendien vaker dat het ambtelijk apparaat vooruitloopt op een parlementaire beslissing.
Maar juist vanwege de mogelijke tijdnood bestaat het gevaar dat die voorbereidingen de Kamer straks voor voldongen feiten stellen, zegt biometrie-expert Max Snijder van de Biometric Expertise Group. ‘De techniek moet zich voegen naar wat wij wenselijk achten, niet andersom. Daarover moet je een transparante discussie voeren.’
Aanvankelijk zouden de gelaatsscan en de vingerafdrukken alleen in een chip in het paspoort worden opgenomen. Die maatregel moest misbruik van het paspoort voorkomen. Het ging daarbij om look-alike-fraude.
Later werd besloten de biometrische kenmerken ook in gemeentelijke administraties op te slaan. Doel daarvan was te controleren of iemand die een nieuw paspoort aanvraagt omdat het zijne gestolen is, ook daadwerkelijk diegene is die hij zegt te zijn.
Maar sinds begin vorig jaar noemen kabinetsleden centrale opslag van de biometrische gegevens als uiteindelijk doel. In hun zogeheten ‘terrorismebrief’ schreven de ministers Remkes en Donner dat ‘in het kader van terrorismebestrijding (...) een informatie-infrastructuur zal worden ontwikkeld, waarmee de mogelijkheid ontstaat de identiteit tevens online te verifiëren’.
Maurice Wessling van privacy-organisatie Bits of Freedom spreekt in dit verband van function creep: zelfopgelegde beperkingen houden niet lang stand als de techniek veel verder reikende mogelijkheden biedt.
Zoals de Amsterdamse korpschef Welten het vorig jaar zei tegen de Volkskrant: ‘Als iets technisch mogelijk is, zal het uiteindelijk worden gebruikt. Tien jaar geleden was het ondenkbaar dat er camera’s op straat hingen. Nu zie je ze overal. De wereld van George Orwell komt steeds dichterbij.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.