Van de angstige laatste jaren van vastgoedbaas Willem Endstra

Het zou allemaal goedkomen, wist Willem Endstra toen hij op 14 december 2001 het kantoor van de Zwitserse bank Credit Suisse binnenging. Hier aan de Bahnhofstrasse, de drukste winkelstraat van Zürich, worden alleen echte grote zaken gedaan. Klanten die niet minimaal een miljoen dollar tot hun beschikking hebben, zijn niet welkom. De directie ziet graag mannen van de statuur van Willem Endstra, vastgoedbaron, man in bonis, miljonair. In het kloppend hart van de Zwitserse financiële wereld ging Endstra regelen wat hij in Nederland niet meer voor elkaar kon krijgen. Endstra had in alle vroegte de eerste KLM-vlucht genomen, samen met een van zijn medewerkers. Vanaf het vliegveld van Zürich ging de reis per huurauto naar het hoofdkantoor van Credit Suisse. Een paar uur later kwam Endstra naar buiten met een koffer vol contanten. De volgende stop was Vaduz, de hoofdstad van belastingparadijs Liechtenstein. Ook daar werd geld geregeld. In totaal haalde Endstra 425 duizend Zwitserse franken op, ongeveer een kwart miljoen euro; peanuts voor een miljonair als Endstra. Het geld dat Endstra die ochtend meekreeg, kwam niet van zijn eigen rekeningen. Hij leende geld van een vriendin. En het was niet de eerste keer dat hij in zijn vriendenkring met de pet was rondgegaan. Blijkbaar was Endstra helemaal niet de man in bonis, wiens vermogen in 2001 nog op 300 miljoen euro werd geschat. In werkelijkheid was zijn financiële situatie veel minder florissant. Zijn vermogen werd langzaam opgegeten door criminelen. Voor hen had hij jarenlang vele miljoenen geïnvesteerd in onroerend goed in Amsterdam en ver daarbuiten. Zijn voormalige vrienden, onder wie topcrimineel John Mieremet en Heineken-ontvoerder Willem Holleeder, zouden zich in 2002 tegen hem keren. Endstra werd afgeperst. Uit gesprekken met vrienden, zakenpartners en bronnen rond het onderzoek naar de moord op Endstra, blijkt dat hij een van de slachtoffers was van criminelen die ontdekten dat afknijpen van vastgoedmiljonairs lucratief kon zijn. Aantrekkelijker nog dan hun vastgoedbeleggingen. Miljoenen zou Endstra zo nog afdragen, voor hij op 17 mei 2004 werd doodgeschoten voor zijn kantoor aan de Amsterdamse Apollolaan. Zijn dood maakte een einde aan twee jaar angst en wanhoop. Vanuit Liechtenstein reisde Endstra in opperbeste stemming richting Porlezza, een klein Italiaans dorp net over de Zwitserse grens. In Porlezza was Endstra bezig met de ontwikkeling van een nieuw recreatiepark. Zijn projectontwikkelaar zat in Lugano, nabij Porlezza, vol ongeduld te wachten met een paar lokale bestuurders en de bankdirecteur. De stapel Zwitserse contanten was bedoeld voor de lokale bestuurders. Hiermee werden de laatste hobbels gladgestreken en zouden de vergunningen afkomen voor de bouw van het recreatiepark. Endstra verbaasde zich over het omvangrijke ontvangstcomité en vroeg of het de bedoeling was dat hij gecompromitteerd zou worden. Direct na sluitingstijd van de lokale bank werd het geld machinaal geteld. Daarna werd de bijeenkomst ontbonden. Endstra wuifde een aanbod voor een groot Italiaans diner weg. Hij wilde liever proberen in Milaan de laatste vlucht naar Amsterdam te halen. Op de luchthaven smeet Endstra de sleutels op de balie van de autoverhuurder. Als laatste rende hij het KLM-vliegtuig in. Het project in Porlezza stond weer op de rails. Maar de zorgen in Nederland namen met de dag toe. Goedkoop vastgoed Zijn eerste pandjes kocht Willem Alexander Arnold Peter Minne Endstra in de jaren tachtig. Vier pandjes voor vijftigduizend gulden. Endstra, geboren op 12 januari 1953, werkte toen nog voor Armita, het bedrijf van zijn vader; net als zijn broer Haico en zijn zussen Astrid en Beatrix. Vader Endstra bouwde de handel in keukengastanks uit tot een bedrijf, dat tot op de dag van vandaag spoorwegketelwagens verhuurt aan de NS en Deutsche Bahn. Willem Endstra - Wim voor intimi - ging in 1981 met wat familiekapitaal handelen in vastgoed. Broer Haico nam de voorzittershamer over van zijn vader. In 1987 was die nevenactiviteit zo groot geworden dat Wim - in de avonduren inmiddels ook meester in de rechter geworden - zijn handel onderbracht in een nieuw bedrijf: Convoy Vastgoed - dan nog een volle dochter van Armita. Maar de handel in huizen was dermate succesvol dat het familiebedrijf van de Endstra's twee jaar later werd gesplitst. De verhuur van ketelwagens en ander spoorwegmaterieel werd ondergebracht in Arpollo, met Haico, Astrid en Beatrix als bestuurders. Wim ging de vastgoedactiviteiten bestieren onder de naam Marpollo. De hechte familieband, zoals Endstra die zelf ooit omschreef, bleef bestaan. Zowel Arpollo als Marpollo bleven in gemeenschappelijk bezit. Endstra maakte in die tijd naam met de handel in blokken vastgoed in de betere buurten van Amsterdam. Hij bezat bijna hele straten in het sjieke Oud-Zuid en de Rivierenbuurt. Zoals vrijwel alle vastgoedbeleggers in Nederland, profiteerde Endstra van de komst van Zweedse beleggers, die eind jaren tachtig honderden miljoenen euro's investeerden. 'Het was de tijd dat iedereen geld kon verdienen met de handel in huizen en kantoren, zelfs met slecht vastgoed', zegt een oude rot in het vak. 'De Zweedse beleggers kochten alles wat werd aangeboden. Daar heeft iedereen gebruik van gemaakt.' Toen de rente begin jaren negentig snel begon te stijgen, kregen de Zweedse beleggers in de gaten met welk slecht vastgoed ze waren opgezadeld. Veel beleggers gingen failliet. Endstra maakte maximaal gebruik van de situatie. Hij was directeur van het vastgoedfonds Lutzen Participations. Dat beleggingsfonds in vastgoed had Endstra in 1989 opgericht met Rob Grifhorst, voormalig eigenaar van sekspaleis Casa Rosso en een goede bekende van de Heinekenontvoerders Willem Holleeder en Cor van Hout. Lutzen ging binnen twee jaar failliet. Uit het onderzoek dat curator Arent van Wassenaer van Catwijck tussen 1990 en 1994 deed, bleek dat Endstra privé vastgoed verkocht tegen veel te hoge prijzen aan Lutzen, die Endstra nota bene als directeur accepteerde. Endstra incasseerde de winst en de andere eigenaren van Lutzen betaalden de rekening. Een staaltje pure witteboordencriminaliteit, volgens curator Van Wassenaer, dat de Zweden miljoenen euro's heeft gekost. Zijn faillisementsverslag stond bol van verhalen over gerommel met taxatierapporten, het benadelen van schuldeisers en exorbitante winsten. De curator deed aangifte van valsheid in geschrifte en bedriegelijke bankbreuk, maar een justitieel onderzoek leidde niet tot een strafrechtelijke vervolging. Endstra verdiende in dezelfde periode vele tientallen miljoenen aan het faillissement van de Zweedse Gota Bank, een van de financiers van Lutzen. Die bank had in Nederland ruim honderd miljoen euro aan hypotheken verstrekt voor de aankoop van een woningportefeuille, die bekend stond als de Finello-portefeuille. Na het faillissement van de Gota Bank werden de panden uit de Finello-portefeuille verkocht. Volgens bronnen die hierbij betrokken waren, wist Willem Endstra de mooiste panden binnen te halen. Daarbij werd hij waarschijnlijk geholpen door een voormalige directeur van Gota Bank, die in Nederland het faillissement moest afwikkelen. 'Op meesterlijke wijze wist Endstra de speciale faillissementsveiling te doorkruisen die hiervoor was georganiseerd', vertelt een b ankier. 'Endstra kocht die panden voor prijzen ver onder de echte waarde voor de veiling. Omdat de bank hoopte dat een veiling meer opleverde, weigerde die de panden te leveren. Daarop liet Endstra, met een getekend koopcontract in de hand, beslag leggen op de huurinkomsten. Dit tot grote ergernis van de notaris die de veilig leidde, want panden met een beslag zijn op een huizenveiling weinig populair.' Meestal was Endstra dus de enige bieder. Zo kocht hij voor een spotprijs hele blokken in Amsterdam-Zuid. 'Het was een briljante strategie', zegt dezelfde bron nu. 'Misschien wel over de rand van het betamelijke. Maar Endstra kwam ermee weg. Hij verdiende er tientallen miljoenen mee.' Endstra was midden jaren negentig een van de grotere partijen op de Amsterdamse huizenmarkt geworden. Iemand met durf, inzicht én financiële slagkracht door zijn Finello-miljoenen. Begin jaren negentig ging hij samenwerken met Klaas Hummel, een ervaren vastgoedman, afkomstig van Nederlands grootste onroerendgoedfonds Rodamco. Met Hummel kreeg Endstra ook een entree bij de grote banken. Met de miljoenenkredieten die de banken verstrekten, begon het echt grote werk. Vastgoedfinancier Bouwfonds verschafte het duo zelfs een werkkapitaal van bijna 300 miljoen euro. Huizenblokken, hotels, recreatieparken, een jachthaven en kantoren: het kon Endstra en Hummel allemaal niet groot, mooi en prestigieus genoeg zijn. Hun meest besproken transactie was din 1999 de aankoop van het World Fashion Center langs de snelweg A10 in Amsterdam. Vier jaar later verkochten ze de drie torens voor 145 miljoen euro aan Wefora, een investeringvehikel van de puissant rijke Oostenrijkse Swarovsky-familie. Met de Swarovsky's, bekend van het kristal, zou Endstra later nog meer geruchtmakende zaken doen, zoals het monumentale Kurhaus in Scheveningen. In de vastgoedwereld werd met een mengeling van jaloezie en ongeloof naar de aan-en verkoop van het World Fashion Center gekeken. Het was een transactie die eigenlijk alleen voor de grote institutionele beleggers was weggelegd: grote pensioenfondsen als het ABP of verzekeraars als Nationale Nederlanden, die een deel van hun miljardenvermogen belegden in vastgoed. Maar twee omhooggevallen pandjesbazen, dat was eigenlijk nog nooit vertoond. Hun grootste deal markeerde tevens het einde van de samenwerking tussen Endstra en Hummel. De geur van crimineel geld werd steeds sterker en Hummel was bang dat zijn eigen bedrijf zou worden meegetrokken. 'Dat Wim volgens de kranten met John Mieremet zaken deed, is een van de grootste teleurstellingen in mijn leven', verklaarde Hummel na Endstra's dood in de Volkskrant. 'Ik moest zeggen: Wim, ik heb niets tegen je als mens, maar je begrijpt dat je niet meer samen met mij in Amsterdam in een restaurant kunt zitten.' Willem Endstra is de bank van de onderwereld. En Willem Holleeder is de bewaker. Die beschuldiging van topcrimineel John Mieremet aan het adres van Endstra slaat in augustus 2002 in als een bom. In het interview met De Telegraaf vertelt Mieremet dat zijn vriendin via Endstra ruim 20 miljoen euro heeft geïnvesteerd in Amsterdamse panden. Het maakt voor veel mensen duidelijk hoezeer crimineel geld zijn weg heeft gevonden naar de bovenwereld. Het statige Oud Zuid blijkt het decor van de Nederlandse drugsmafia, hele blokken duur vastgoed tot in de voegen doortrokken van crimineel kapitaal. Kopstuk Endstra's amechtige ontkenningen over zijn relatie met Holleeder werden op slag ongeloofwaardig toen Het Parool en zakenblad Quote later dat jaar een foto publiceerden van Endstra en Holleeder voor Endstra's kantoor in Amsterdam. Een van de rijkste mannen van Nederland zat samen met Willem Holleeder op een bankje. . Een man die in opsporingskringen al jaren gold als een van de kopstukken van de georganiseerde misdaad. Die verdenking heeft Holleeder overigens nooit een veroordeling opgeleverd. Waar iedereen al jaren over sprak, werd met die ene foto bevestigd: Endstra doet zaken met criminelen. Het brak zijn carrière. Zijn financiers vertrouwden hem niet meer. Zijn zakenpartners trokken de handen van hem af. Wat die foto echter niet vertelde, was de feitelijke relatie tussen Endstra en Holleeder. Iedereen ziet twee mensen in gesprek, niemand ziet een crimineel met zijn slachtoffer. Terwijl dat op dat moment wel de situatie was. Endstra werd op dat moment al enige tijd afgeperst. In 1996, het jaar dat zijn maatje Cor van Hout werd veroordeeld voor drugshandel en wapenbezit, zocht Holleeder manieren om zijn kennelijk omvangrijke vermogen te investeren. Hij was al weer een paar jaar vrij na zijn gevangenisstraf voor de ontvoering van biermagnaat Heineken en diens chauffeur. Endstra bood uitkomst en ging aan de slag. Ook voor Holleeder deed Endstra waar hij goed in was: Onzichtbaar investeren in vastgoed . De verhalen over de criminele contacten van Endstra gaan terug naar het begin van de jaren negentig. In 1992 werd hij opgepakt op verdenking van witwassen van de criminele winsten van een xtcbende. Zo zou Endstra een deel van de criminele winsten hebben geïnvesteerd in cacaoloodsen in de Amsterdamse haven. De transacties voor de xtc-bende werden door de parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden gekwalificeerd als een schoolvoorbeeld van witwassen van crimineel geld via het vastgoed. Het verhaal dat Endstra zijn vervolging voor bijna een miljoen euro zou hebben afgekocht, heeft hij altijd bestreden. Uit correspondentie tussen zijn advocaat en het Openbaar Ministerie blijkt dat hij nooit schuld heeft bekend en geen cent heeft betaald. Wel zag hij af van schadeclaims en de teruggave van 32 duizend euro aan in beslag genomen contanten. De twee topmannen van de xtc-bende, de gebroeders Van Essen, kwamen er minder genadig vanaf. Zij kregen acht en tien jaar celstraf. In 1995 klopte de politie weer aan bij het kantoor aan de Apollolaan. Bij een onderzoek naar internationale hasj-handel door een groep Hells Angels kwam het bedrijf Finoren Holding in beeld, dat gevestigd bleek te zijn op het adres van Endstra. De administratie van Finoren werd meegenomen, maar Endstra kreeg al snel te horen dat hem niets strafbaars werd verweten. Dit in tegenstelling tot een aantal eigenaren van Finoren die werden veroordeeld. Stil Na deze affaires werd het een tijd stil rond Endstra, maar dat betekende niet dat justitie hem was vergeten. Uit vertrouwelijke gegevens van het Landelijk Rechercheteam blijkt dat justitie in 2000 grootschalig onderzoek deed. In deze zaak, codenaam Buizerd, draaide het om de vraag of Endstra de onderwereld hielp bij het wegsluizen en witwassen van criminele winsten. Het ging om een grootschalig onderzoek met zeven deelprojecten en per project weer diverse zaken. Opnieuw doken er opmerkelijke namen op in de administratie van Endstra: Holleeder en de inmiddels geliquideerde drugshandelaren Jan Femer en Sam Klepper. Justitie zette de zaak groots op, maar begaf zich op uiterst moeilijk terrein. Endstra bleek een ongekend talent te hebben voor het opzetten van ondoorgrondelijke structuren. Zo blijkt uit de vertrouwelijke stukken dat justitie alleen al enorme moeite had met het doorgronden van de lange rij van bedrijven van Endstra, laat staan dat er zicht was op de schier eindeloze lijst met onderlinge transacties van die vennootschappen. Er werd gegoocheld met zekerheidsstellingen, kredieten, bestuursfuncties en aandelen. En wat was legaal, wat illegaal? Om de zaak nog gecompliceerder te maken liepen veel transacties via belastingparadijzen en landen met een strikt bankgeheim. Ondanks zulke talenten wilde Mieremet in de zomer van 2002 af van Endstra. Al zijn investeringen, die op naam stonden van zijn vriendin Ria Eelzak, moesten worden terugbetaald. Mieremet huurde een advocaat ,die met rechtzaken en beslagleggingen de druk opvoerde. Toen het allemaal niet snel genoeg ging, stormde Mieremet - naar eigen zeggen met een pistool in de hand - het kantoor van Endstra binnen. De dubbelstrategie slaagde. Endstra verkocht al het vastgoed, inclusief het kroonjuweel. Dat was een groot aan de Gemeentelijke Kredietbank verhuurd kantoorpand op de Dam. Mieremet kreeg zijn geld terug. Maar daarmee was Endstra niet uit de zorgen. Laatste deal Het was feest in het Kurhaus op 12 februari 2004. De champagne vloeide rijkelijk in het beroemde hotel aan de boulevard van Scheveningen. De Nederlandse regering zou als voorzitter van de Europese Unie tal van regeringsleiders ontvangen. Onvoorstelbaar: Wim Endstra, de beweerde bankier van de onderwereld, was eigenaar geworden van het monumentale Kurhaus. De Europese ministers van Financiën zouden er later dat jaar vergaderen over zaken als een uniform Europees belastingtarief. Het contract was al getekend. Het moest een echte feestavond worden voor Endstra en zijn vrienden. Alle mensen die aan de transactie hadden meegewerkt, waren uitgenodigd voor een party die tot diep in de nacht zou duren. De lekkerste hapjes waren voorhanden, de mooiste wijnen werden uit de kelders van het Kurhaus gehaald. Naarmate de avond vorderde, maakte de hoteldirectie zich steeds meer zorgen over het lawaai en de vraag wie de steeds hogere drankrekening zou betalen. Toen een van de hotelmanagers voorzichtig vroeg of het wat minder kon, kreeg hij de wind van voren. 'Weet u wel dat wij de nieuwe eigenaar zijn van deze tent', kreeg hij te horen. Endstra had het pand toen allang verlaten. Ondanks de euforie over zijn laatste deal was hij zichzelf niet meer. De relatie met zijn partners in de onderwereld begon zijn tol te eisen. Een zakenvriend herinnert Endstra zich als een rustige charmante, nette man. 'Hij wist altijd verdomd goed waarmee hij bezig was. Eigenlijk was hij heel precies en geordend. Dat was ook zijn kracht. Dat jaar begon hij langzaam te veranderen. Hij maakte een opgejaagde indruk. Hij was bang .' De gouden tip over het Kurhaus had Endstra in het voorjaar van 2003 gekregen. De parel van Scheveningen was te koop. ING Vastgoed wilde er al sinds 2002 vanaf, maar kon geen kopers vinden. Met gegevens over het hotel, de staat van het vastgoed en de precieze afspraken met het management van het Kurhaus, ging Endstra op zoek naar geld. Hij had zelf geen cent beschikbaar, maar volgens zijn berekeningen kon met deze deal goud geld worden verdiend. Groot geld of niet, bij zijn zoektocht naar financiers werd Endstra opnieuw pijnlijk duidelijk hoe slecht hij in de markt lag. De eens ongekroonde koning van de Amsterdamse vastgoedmarkt, stond overal voor een dichte deur. De vernedering was compleet. 'Ik weet nog goed hoe hij het Kurhaus-dossier op mijn bureau gooide met de vraag: wil je voor mij fronten, vertelt een Amsterdamse handelaar in commercieel vastgoed. Daarmee bedoelde Endstra dat het hotel op naam van een ander zou moeten komen te staan. 'Hij wist dat ING het Kurhaus nooit aan hem zou verkopen.' In Nederland wilde niemand meer zaken met hem doen. Na de slechte publiciteit in 2002 was blijkbaar niemand in maart 2003 het bericht ontgaan dat Endstra samen met Holleeder en Hells Angels-leider Willem van Boxtel op een dodenlijst stond. De lijst speelde een rol in de zogenoemde Amsterdamse gangsteroorlog, een golf liquidaties binnen het criminele milieu. Die dreiging werd serieus genomen. Mede-Heineken-ontvoerder Cor van Hout was twee maanden eerder doodgeschoten in Amstelveen, samen met botenhandelaar Robert ter Haak, wiens vader een handel in Sunseeker-superjachten bestierde in Endstra's jachthaven in IJmuiden. Het bericht over de dodenlijst had Endstra niet verbaasd. Hij was door de politie al enkele malen gewaarschuwd. Zo leerde hij de andere kant van zijn criminele clièntele kennen. De opwinding die hij in het begin had gevoeld, maakte plaats voor angst. Endstra vond zichzelf terug in een metier dat eigenlijk niet het zijne was, en steeds nadrukkelijker zijn gewelddadige gezicht liet zien. Ook zijn relatie met Holleeder was veranderd. Zijn vriend was zijn grootste vijand geworden. Endstra, die jarenlang uit de handen van justitie en politie wist te blijven, zocht nu juist dáár bescherming. Mensen met wie Endstra in die tijd nauw contact had, vertellen dat de zakenman in het voorjaar van 2003 naar de inlichtingendienst van de Amsterdamse recherche stapte. Endstra sprak met de dienst, die op basis van anonimiteit zoveel mogelijk informatie vergaarde over de georganiseerde misdaad. Het waren geen kalme bijeenkomsten met de rechercheurs van de Criminele Inlichtingen Eenheid. Anonimiteit of niet, Endstra was inmiddels zó bang van Holleeder dat de gesprekken niet op een vaste locatie plaatsvonden. De gepantserde luxe wagen van Endstra werd gebruikt als mobiele verhoorkamer. Wat Endstra in die gesprekken vertelde was topgeheim. Een zakenvriend hoorde van Endstra, die vijf kinderen heeft van drie vrouwen, hoe de druk werd opgebouwd. Op een gegeven moment vertelde Endstra aan de zakenvriend dat hij werd afgeperst. Hij huivert bij de herinnering. 'Die bedreigingen gingen zo ontzettend ver. Zijn kinderen werden gevolgd. Hij kreeg het verzoek de kinderen de groeten te doen, waarbij men dan ook heel duidelijk liet weten waar ze op school zaten en wat ze 's middags gingen doen. Er werd ook gesproken over andere familieleden.' Holleeder wist alles van Endstra, zo vertelt een adviseur van Endstra uit die tijd. 'Zijn afpersers lieten geregeld en nadrukkelijk weten dat ze precies wisten wat Endstra deed en waar zijn familie was. Ook zijn financiële situatie was in detail bekend. Ze verzaakten nooit.' Of Endstra het aan de politie vertelde, weet de zakenvriend niet, maar dat ene verhaal over zijn vader is hem bijgebleven. 'Dat was wel bijzonder wreed. Op een dag is zijn oude vader opgehaald voor een gezellig uitje. Twee onbekende mannen zeiden dat ze kwamen 'op verzoek van uw zoon Wim'. Ze zijn gezellig een hapje gaan eten en daarna is vader weer thuisgebracht. Toen belde zijn vader om Wim te bedanken. Die wist van niets. Dan schrik je enorm. Zo lieten ze Wim merken: we weten ook waar je vader woont en we kunnen alles met hem doen.' Rustig blijven Ondanks de verschrikkingen die Endstra meemaakte, hield hij die zomer vast aan zijn lijfspreuk die later zou worden gememoreerd in een rouwadvertentie: 'Rustig blijven ademen. Het komt allemaal goed.' Endstra probeerde geld weg te sluizen naar twee bedrijven op de Britse Maagdeneilanden: Carpe Diem Assets en Ellison Worldwide Limited. Daar hoopte hij een nieuwe poot van zijn vastgoedbedrijf te bouwen; uit het zicht van Holleeder. In het najaar van 2003 leek hij daarmee succes te boeken. Op een van zijn vele reizen naar Israël vond Endstra de financiers voor de aankoop van het Kurhaus. Vier gefortuneerde Israëlische zakenmensen wilden zich verbinden aan de deal. De bankier Rieger, advocaat Talmor, oud-bankier en miljardair Recanatti en diamantair Kampel investeerden vier miljoen euro van hun eigen kapitaal. Op basis daarvan verstrekte de Duitse HSH Nord Bank de nog resterende 42 miljoen euro die nodig was voor de aankoop. Een oude bekende van Endstra trad op als de officiële koper. Benno Hus, aan wie hij een jaar eerder het World Fashion Centre had verkocht, zorgde voor het investeringsvehikel van de kristalfamilie Swarovsky. Hun bedrijf Wefora werd naar voren geschoven als de nieuwe eigenaar. Op 12 februari 2004 werd de koop bekrachtigd bij een Rotterdamse notaris. Uit de leveringsakte blijkt dat het Kurhaus werd gekocht door de vennootschap Hoevenweg I bv, een dochterbedrijf van het Wefora van de Swarovsky's. Bij de notaris werd de naam van Endstra niet genoemd. Maar achter de schermen trok hij aan de touwtjes. Endstra gebruikte een oude vastgoedtruc. De Swarowsky's waren op papier de eigenaar, maar verkochten het economisch eigendom van het Kurhaus aan Endstra en zijn Israëlische partners, zo blijkt uit een onderhandse akte die bij huiszoeking na de dood van Endstra werd gevonden. 'Daarbij wordt de schil van de vrucht gehaald', legt een vastgoedhandelaar uit. 'De juridisch eigenaar heeft de schil, het eigendom voor de buitenwereld. Maar hij verkoopt de vrucht, het economisch eigendom, door aan een derde, in dit geval Endstra .' De aankoop van het Kurhaus zou het laatste kunstje blijken te zijn van de vastgoedtovenaar Endstra. Gedurende de onderhandelingen trof hij met grote regelmaat Holleeder. Ontmoetingsplaats was vaak het Amsterdamse Bos, tien minuten rijden van Endstra's villa in Amsterdam Zuid. Endstra informeerde de rechercheurs van de Amsterdamse politie, soms ook vooraf, over wat zich daar afspeelde. 'Vanavond moet ik weer naar Holleeder', vertelde hij dan. In het bos vielen regelmatig klappen. 'Endstra werd afgetuigd door Holleeder', vertelt een van zijn adviseurs. De politie was, ten tijde van een eerder onderzoek, al een keer getuige geweest van zo'n hardhandige confrontatie. 'Het gruwelijke was dat hij zich op geen enkele manier kon verdedigen. Hij werd in elkaar geslagen door de man die volgens de buitenwereld zijn grootste vriend zou zijn.' Tien maanden praten met de politie bracht Endstra geen steek verder. In januari 2004 besloot hij het contact te verbreken. Zij wilden dat hij aangifte deed, hij durfde dat niet zonder de garantie dat Holleeder voor lange tijd zou worden opgeborgen. En dan voor veel langer dan de maximaal negen jaar die de voormalige ontvoerder voor afpersing zou kunnen krijgen. Endstra was bovendien bang dat een aangifte snel bekend zou worden. De zakenvriend: 'Hij heeft contact gezocht met justitie en dat nieuws lag heel snel op straat. Dat is gelekt, zei Wim. Hij was ervan overtuigd dat mensen bij de politie informatie verkochten. Dat er corruptie was.' Angst Endstra leefde in angst en wanhoop. De toenemende financiële problemen van zijn bedrijf eisten al zijn aandacht op. Maar de ooit zo georganiseerde zakenman was de controle kwijt. De zakenvriend: 'Hij was op drift, ging uit zijn auto leven. Dan ging die achterklep open en zat hij maar te rommelen tussen zijn kleding en zijn papieren. Waarom ga je niet naar Israël of Miami, vroeg ik hem. Gewoon wegwezen! Maar hoe had hij dat moeten doen? Dan pakken ze iemand van je familie. Die gedachte weerhoudt je van vluchten.' Uiteindelijk zag Endstra nog maar een uitweg: zijn kwelgeest moest sterven. Hij benaderde Big Willem van Boxtel, de voorzitter van de Amsterdamse Hells Angels. De inmiddels afgezette Van Boxtel heeft erkend dat Endstra hem en een ander lid van de motorclub vroeg Angels-vriend Holleeder 'iets aan te doen'. Van Boxtel weigerde, het plan lekte uit. Niet veel later werd Wim Endstra zelf doodgeschoten. Voor de moord is nog niemand aangehouden. Voor sommigen was Endstra's dood het bewijs uit het ongerijmde. Endstra was dan toch de bankier van de onderwereld. Het kantoor aan de Apollolaan werd meteen leeggehaald door justitie. Op sommige dozen zaten nog stickers van onderzoeksteams die Endstra in het verleden verdachten van betrokkenheid bij de georganiseerde misdaad . Een jaar later worstelt de familie Endstra om het bedrijf voor de ondergang te behouden. Het Kurhaus is inmiddels verkocht aan de vier Israëlische partners. De geschatte winst van een miljoen is bescheiden, vergeleken met de stroom van claims die de familie kreeg te verwerken. Apollolaan 109 is onlangs ontruimd. De bronzen naamplaat van het bedrijf van Endstra's vader, Armita, is van de gevel gehaald. Voor veel medewerkers was de dagelijkse confrontatie met het plaveisel schuin voor de deur, waar de brandweer het bloed van hun baas had weggespoten, te zwaar geworden. De onderneming wordt nu gedreven vanuit een kantoor in de jachthaven in IJmuiden. In het complex daarnaast had Wim Endstra ooit een appartement, met zicht op de Noordzee. De terrasramen zijn kogelwerend.