*

 

Prominente vaderlanders om de nationale winkel te beheren

Raoul du Pré, Philippe Remarque − 12/06/06, 02:47

Elco Brinkman, invloedrijkste Nederlander in de Top 200 van de Volkskrant, pleit voor een zakenkabinet dat zich niets hoeft aan te trekken van de stroperige politiek....

Is het een nieuw idee?

Nee. Plannen voor een zakenkabinet duiken met enige regelmaat op. VVD-coryfee Hans Wiegel speelt al met het idee sinds de jaren zeventig en Pim Fortuyn schreef er in 1994 over in zijn boek Het Zakenkabinet Fortuyn. Brinkman is al jaren voorstander. Ondernemers als Roel Pieper en Jeroen van der Veer worden vaak genoemd als potentiële kabinetsleden. Twaalf jaar geleden omschreef Volkskrant-redacteur Jan-Joost Lindner het fenomeen zo: ‘een onpolitiek kabinet, liefst van prominente vaderlanders die de nationale winkel kunnen beheren en niet te zeer door volksvertegenwoordigers mogen worden gehinderd. Het is niet zo’n parlementair-democratische oplossing, met name populair in sociëteiten na het derde glas.’

Is het de laatste decennia wel eens geprobeerd?

Niet echt. Fortuyn was voor zijn dood in 2002 bezig met de samenstelling van een ministersploeg die vooral uit ondernemers zou bestaan, met Wiegel als premier. Maar hij beklaagde zich dat de meeste kandidaten geen zin hadden in een overstap naar de politiek. Zijn opvolger Mat Herben kwam uiteindelijk uit bij zakenmensen als Roelf de Boer (Verkeer) en Herman Heinsbroek (Economische Zaken).

Waar komt de behoefte vandaan?

Voorstanders vinden dat de democratie is vastgelopen. Partijbelangen en politieke machtsspelletjes vertroebelen het zicht op de werkelijkheid, stellen zij. ‘Zet er een tijdje mensen neer die over vrije handen beschikken. De politiek kan zich dan hergroeperen en intussen wordt een aantal praktische beslissingen genomen’, aldus Brinkman in 2002. De gedachte beantwoordt aan een breed gedeeld verlangen naar simpele oplossingen voor moeilijke maatschappelijke problemen.

Wat zijn de bezwaren?

Tegenstanders wijzen op de strijdigheid met de parlementaire democratie. Daarin spreken de politici zich vooraf uit over hun plannen, zodat de kiezers kunnen beslissen welke kant het op moet. Een zakenkabinet dat niet is gebonden aan verkiezingsprogramma’s mag zelf beslissen ‘wat goed is voor het land’. Dat is bezwaarlijk. ‘Door de kiezersuitspraak te negeren, vervreemdt de politiek zich van de kiezer’, aldus historicus Bert van den Braak, kenner van de parlementaire geschiedenis.

Hij wijst ook op een praktisch bezwaar: een kabinet zonder vaste meerderheid in het parlement moet voor elk plan opnieuw steun zien te verwerven. ‘Dat zal een moeizaam proces blijken te zijn, met veel achterkamertjespolitiek.’

Zouden ondernemers het beter kunnen?

Daaraan twijfelen de critici. Het leiden van een onderneming, met haar eenduidige doel van winstmaximalisatie, is iets anders dan het besturen van een samenleving met tal van conflicterende belangen. Zittende politici wijzen erop dat politiek een vak is en reageren soms geïrriteerd op de roep om een zakenkabinet. Toen oud-Philips-topman Wisse Dekker in 1993 opriep tot de vorming van zo’n kabinet zei VVD-leider Bolkestein: ‘Doelt hij op een kabinet van zakenlieden die hebben gepresideerd over miljardenverliezen, zonder dat ze er persoonlijke consequenties aan hebben verbonden?’

mailIcon print |