De Volkskrant Top 200, waarvan deze week de nummers 200 tot 175 worden gepresenteerd, brengt op basis van een netwerkanalyse de bestuurlijke elite van Nederland in kaart. Dit zijn invloedrijke personen die op grond van hun (bestuurlijke) functies geacht kunnen worden invloed uit te oefenen op het beleid in Nederland...
Concreet toont de ranglijst de positie van topbestuurders in het totale, nauw verknoopte netwerk van bijna vierduizend Nederlanders die lid zijn van 950 raden, besturen, commissies en directies in alle sectoren, van bedrijfsleven tot cultuur, van defensie tot media.
Hoe hoger iemands positie, des te groter de kans dat hij invloed kan uitoefenen op het regeringsbeleid. De koningin is niet in de lijst opgenomen. Dat geldt ook voor leden van de regering en van de Tweede Kamer, omdat zij democratisch gecontroleerde invloed op het regeringsbeleid uitoefenen. Evenmin opgenomen zijn personen met primair buitenlandse functies, zoals Eurocommissaris Neelie Kroes of Jaap de Hoop Scheffer, secretaris-generaal van de Navo, en topondernemers en opinieleiders zonder relevante bestuursfuncties, zoals respectievelijk John de Mol of Paul Scheffer.
Op grond van achtergrondgesprekken met insiders zijn in elke sector organisaties aangewezen waarvan de regering het meest afhankelijk is, omdat zij marktleider zijn (bedrijven), informatie hebben waarvan de regering afhankelijk is (adviesraden), of een belangrijke achterban kunnen mobiliseren (vakbonden). De voorzitters of presidenten die deze organisaties vertegenwoordigen, zijn gesprekspartners voor de ministers. Zij kunnen de bewindslieden proberen te winnen voor hun standpunten en zijn daarom belangrijke schakels in het bestuursnetwerk.
Tussen deze invloedrijke organisaties bevinden zich enkele bedrijven en adviesraden met een dusdanig (informatie-)monopolie dat hun voorzitters ook zonder nevenfuncties tot de invloedrijkste bestuurders behoren. Dit is de binnenste ring om de macht: toonaangevende organisaties in de kernsectoren arbeidsmarkt, energie, financiering, technologie (inclusief communicatie) en transport, aangevuld met partijen die formeel een zekere mate van invloed hebben op regeringszaken: de Raad van State en het Koninklijk Huis.
Ook het Innovatieplatform is bijvoorbeeld op de eerste rang geplaatst, omdat premier Balkenende en diverse ministers lid zijn, zodat er direct contact met bewindslieden is. De (bestuurs-) voorzitters van deze organisaties voeren de ranglijst aan. Bij hen kan één functie al voldoende zijn om hoog op de ranglijst te eindigen.
De overige marktleiders en informatie- of lobbymonopolisten vormen de tweede ring om het centrum van de macht. Met uitzondering van defensie heeft elke maatschappelijke sector vertegenwoordigers in de eerste of tweede ring. Zo kan worden vastgesteld of er mensen zijn die in diverse sectoren invloed kunnen uitoefenen.
De invloedscore van een persoon is vervolgens berekend op grond van diens afstand tot de voorzitters van alle organisaties in de eerste en tweede ring rond de macht. De afstand is het aantal tussenpersonen in het bestuurlijke netwerk. Elke tussenpersoon extra halveert de kans op invloed. Een korte afstand tot een bestuurslichaam in de eerste ring weegt zwaarder dan een even korte afstand tot de tweede ring.
De afstand tussen twee mensen via lidmaatschappen van bestuurlijke organen geeft een indicatie van het gemak waarmee zij elkaar kunnen bereiken, consulteren en/of adviseren, dus van de kans dat zij invloed kunnen uitoefenen op beslissingen die in het machtscentrum genomen worden.
Personen moeten minimaal twee functies hebben om in de Top 200 te komen. Met maar één functie is iemand geen interessante contactpersoon omdat hij geen schakel vormt naar anderen. Voor enkele grote besturen en raden met een centrale positie in het netwerk, zoals het dagelijks bestuur van VNO- NCW, de SER, het Nederlands Forum voor Wetenschap en Techniek of het bestuur van de Vereniging Rembrandt, is deze eis uitgebreid tot lidmaatschappen bij minstens twee andere organisaties. Deze correctie is nodig omdat deze omvangrijke bestuurslichamen, met tientallen leden, afstanden in het netwerk onevenredig verkorten.
Wouter de Nooy is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is de auteur van Exploratory Social Network Analysis (Cambridge University Press, 2005).
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.