Een beschuldiging van ontucht, een verhoor van zes uur op het bureau van Wolvega en Nico was gebroken. Hij pleegde zelfmoord....
Reclasseringsambtenaar Age Tolsma vindt eind 2001 tussen de kerstpost een noodkreet van Nico die meldt dat hij toch een dagvaarding heeft gekregen, terwijl hij niets fout heeft gedaan. Hij kan niet verder als er een rechtszaak komt, schrijft hij. ‘Maar die komt er ook niet want dan ben ik er niet meer.’ Tolsma licht meteen het Openbaar Ministerie in, maar de zaak gaat door. Op 8 januari 2002 eist de officier van justitie tegen de 25-jarige boerenzoon uit Ter Idzard een taakstraf en therapie. Het artikel dat die middag in de krant verschijnt, moet hij nog gelezen hebben. De dag erop pleegt hij zelfmoord. Zijn ouders plaatsen naast de overlijdensadvertenties de brief die hij voor hen achterliet. ‘Die brief is huiveringwekkend, die zegt alles over de zaak’, zegt hun advocaat Chris Veraart. Vier jaar lang zochten Jan en Joke de Vries eerherstel voor hun zoon. Donderdag concludeerde de Nationale Ombudsman dat er fouten zijn gemaakt die in de toekomst moeten worden voorkomen. ‘Daar zijn we toch blij mee’, zegt moeder Joke. ‘Dan is zijn dood nog ergens goed voor geweest.’ Nico is 21 als hij samen met zijn vader en oom op een SRV-wagen gaat rijden. Hij wil geld verdienen zodat hij de boerderij van zijn ouders kan overnemen en zijn broers kan uitkopen. Maar Nico verkoopt ook snoep en dat trekt kinderen. Daar stoeit hij graag mee, hij tilt ze op om te laten zien hoe sterk hij is. Totdat een moeder aangifte doet van ontucht en Nico zich op een dinsdagmorgen op het politiebureau van Wolvega moet melden. Hij bekent. Zes uur later staat hij weer buiten, zo geëmotioneerd dat een agent uit voorzorg met hem mee terug rijdt op de SRV-wagen. Reclasseringsambtenaar Tolsma ziet hoe Nico in elkaar stort. De wagen moet worden verkocht, de relatie met zijn vriendin loopt stuk, de jongen krijgt het gevoel dat ‘álles verloren is’. Tolsma adviseert de zaak voorwaardelijk te seponeren. Dat gebeurt niet. Als arts en gedragsdeskundige Dinnie Hoekstra de overlijdensadvertenties leest (’Wij geloven wél in je’), bijt hij zich in de zaak vast. Samen met advocaat Veraart benadert hij hoogleraar psychologie Willem Wagenaar en oud-rechter Rob Blekxtoon. Die komen met een uiterst kritisch oordeel over het onderzoek. De aangifte van de moeder is bedenkelijk, het betrokken jongetje is niet gehoord, andere beweerde slachtoffers zijn niet ondervraagd en hoe de bekentenis van Nico tot stand is gekomen, is volkomen onduidelijk. Blekxtoon constateert dat Nico in paniek was, ‘en paniek is geen goede basis voor een eenmalig verhoor.’ Toen hij later aangaf dat zijn verklaringen niet zo bedoeld waren, is geen nader onderzoek gedaan. Daar is geen enkele goede reden voor, aldus Wagenaar. De Nationale Ombudsman neemt hun conclusies deels over en spreekt van een ‘beperkt opsporingsonderzoek’. De Ombudsman dringt er bij de minister van Justitie op aan om verhoren altijd op te nemen en niet alleen in zware onderzoeken. Niemand kan vooraf het gewicht van een strafbaar feit beoordelen, meent advocaat Veraart. ‘Voor politie en justitie was dit een kleine zaak. Voor Nico van levensbelang.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.