*

 

VVD-top nam bewust een risico met Hirsi Ali

Van onze verslaggevers Michiel Kruijt, Raoul du Pré − 28/06/06, 07:14

Ambtenaren zetten in 2002 al vraagtekens bij de naturalisatie van VVD-coryfee Ayaan Hirsi Ali. Met hun waarschuwing gebeurde niets. De VVD besloot het risico met haar te nemen....

Had de VVD eind 2002 kunnen weten dat het Nederlanderschap van Ayaan Hirsi Ali en dus haar aanstaande lidmaatschap van de Tweede Kamer in gevaar konden komen door het gesjoemel met haar naam? Het ‘feitenrelaas’ dat dinsdag door minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken naar buiten is gebracht, leidt naar een duidelijk antwoord op die vraag: De top van de VVD heeft het ‘risico-Ayaan’ welbewust genomen.

Ayaan Hirsi Ali dient op 29 juli 1992 in Nederland een verzoek in om als vluchteling te worden toegelaten. Drie weken later, op 19 augustus, wordt dat verzoek toegekend. Op 16 mei 1997 vraagt Hirsi Ali in de gemeente Leiden het Nederlanderschap aan. Bij de toekenning daarvan op 21 augustus 1997 wordt haar officiële achternaam vastgesteld als ‘Ali’ en de voornamen als ‘Ayaan Hirsi’.

Hirsi Ali zelf roept twijfels op over haar identiteit in de uitzending van Barend & Van Dorp op 11 september 2002. Zij vertelt zonder blikken of blozen dat zij bij haar asielaanvraag destijds een onjuiste identiteit heeft opgegeven. Vlak daarna volgt haar geruchtmakende overstap van de PvdA naar de VVD. Voor de liberalen wil zij de Tweede Kamer in. Zij krijgt een hoge plaats op de kieslijst.

Op het Bureau Bijzondere Zaken (BBZ) van de immigratiedienst IND schrikken dan enkele ambtenaren wakker. In een memorandum waarschuwen zij op 10 december hun hoofddirecteur, Dick Schoof. Hun boodschap is helder: als het klopt dat Hirsi Ali een onjuiste identiteit heeft, betekent dit feitelijk dat zij niet is genaturaliseerd en kan zij dus ook niet de Tweede Kamer in. Volgens de Grondwet is de Nederlandse nationaliteit daarvoor vereist.

Het BBZ besluit de zaak verder uit te zoeken en zoekt contact met twee medewerkers van de inlichtingendienst AIVD. Op 16 december vindt er een gesprek plaats. De AIVD’ers pakken de kwestie serieus op en rapporteren op 18 december aan hun politieke baas, minister Remkes van Binnenlandse Zaken.

Remkes laat weten dat hij, ‘gezien de wettelijke taken van de AIVD’, geen reden ziet voor een uitgebreider onderzoek. Hij vraagt de geheimde dienst wel VVD-partijvoorzitter Bas Eenhoorn op de hoogte te stellen van het mogelijke probleem. Eenhoorn ontkende in mei 2006 nog dat hij destijds contact met de AIVD heeft gehad, maar dat contact blijkt er nu toch te zijn geweest: volgens het feitenrelaas stelt de AIVD de VVD-voorzitter op 23 december 2002 op de hoogte. De dienst waarschuwt hem dat Hirsi Ali’s valse identiteit ‘mogelijke consequenties’ heeft voor haar Kamerlidmaatschap. Ook wordt gewezen op de ‘integriteitsrisico’s’ die dit met zich meebrengt en de ‘eigen verantwoordelijkheid’ die de VVD hierin volgens de AIVD moet nemen.

Verdonks onderzoek is niet duidelijk over wat er vervolgens gebeurt. Besprak Eenhoorn de kwestie met toenmalig partijleider Gerrit Zalm? Absoluut niet, is in mei 2006 het antwoord van Zalm op de persconferentie waar Hirsi Ali haar vertrek uit de Tweede Kamer aankondigt. Daar pleit hij zichzelf vrij: ‘Ayaan had een Nederlands paspoort, was een Nederlands staatsburger. Voor mij was er dus geen enkel beletsel om maar een seconde te twijfelen of Ayaan wel op de lijst kon (...) Dat nu, ruim drie jaar later, blijkt dat er ineens juridische complicaties zijn, konden wij toen niet bevroeden. Ik, en niet alleen ik, heb toen volledig te goeder trouw gehandeld.’

Maar Eenhoorn komt nu met een andere versie. Hij weet vrijwel zeker dat hij eind 2002 met Zalm over de kwestie heeft gesproken, verklaart hij tegenover de Volkskrant. ‘Ik weet niet meer precies hoe het is gegaan, maar ik heb het teruggekoppeld in het hoofdbestuur van de partij. Daar zat Zalm als politiek aanvoerder altijd bij. En Gerrit en ik spraken elkaar ook wel informeel.’

Zalm zelf kan zich daar inmiddels ook weer wat van herinneren. ‘Ik herinner me dat het destijds aan de orde is geweest’, laat hij dinsdag weten via een woordvoerder. ‘De politieke risico’s hebben we bewust genomen.’

Op 14 januari 2002, één week voor de verkiezingen, belt de AIVD nogmaals met Eenhoorn om te vragen wat hij met de zaak-Hirsi Ali gaat doen. Niets, is Eenhoorns antwoord. Hij zegt dat hij heeft gebeld met de Kiesraad (de organisatie die verantwoordelijk is voor de verkiezingen – red.) Dit orgaan ziet op dat moment geen problemen: Hirsi Ali wordt immers verondersteld Nederlander te zijn. Pas als bewezen is dat zij heeft gelogen, zou de Kiesraad in actie moeten komen. Eenhoorn acht dat een geruststellende conclusie en laat de zaak rusten. Op 22 januari 2003 wordt Hirsi Ali gekozen tot Tweede-Kamerlid.

Ook de IND, waar alles is begonnen, besluit het er dan bij te laten zitten. De enige aanwijzing dat er iets mis is met Hirsi Ali is gebaseerd op haar eigen uitlatingen op televisie. Dat is niet concreet genoeg voor verder onderzoek, vinden de ambtenaren. In een laatste intern memorandum uit januari 2003 staat dan ook dat de dienst voorlopig geen actie zal ondernemen. Het dossier Hirsi Ali gaat dicht, tenzij er nieuwe ‘concrete aanwijzingen’ opduiken dat Hirsi Ali heeft gelogen.

Die concrete aanwijzingen volgen pas op 11 mei 2006, als het tv-programma Zembla zich nog eens in Hirsi Ali’s naturalisatie verdiept. In die uitzending zegt zij opnieuw dat zij heeft gelogen over haar naam. Ook komen haar familieleden aan het woord die zeggen dat zij delen van haar vluchtverhaal heeft verzonnen.

Het Tweede-Kamerlid Nawijn eist opheldering van Verdonk. Die komt met een snelheid die velen verbijstert: volgens Verdonk is Hirsi Ali geen Nederlander. Veel uitzoekwerk is het niet geweest voor Verdonk: het dossier lag immers al klaar.

Op het ministerie van Justitie – waar de immigratiedienst IND onder valt – horen ambtenaren Zalm de volgende dag verklaren dat hij het bestaan van dit probleem ‘niet kon bevroeden’. Hun monden moeten zijn opengevallen van verbazing.

mailIcon print |