*

 

Aan de achterkant van de rechtsstaat

Van onze verslaggever Jan Meeus − 16/06/03, 08:41

Na het rapport van de commissie-Van Traa in 1995 verslapte de aandacht voor burgerinfiltranten. De schok was groot toen drie rechters drie jaar later ontdekten dat de Duitse politie er hier een had ingezet - een ongekende inbreuk op onze rechtsstaat....

Ze werken in de wereld van gecontroleerde doorleveringen en pseudokoop. Een wereld waar het onderscheid tussen het opsporen van criminelen en het aanzetten tot criminele activiteiten miniem is. Hun motief is echter glashelder: eigengewin. De een krijgt geld, de ander strafvermindering. Geen wonder dat niemand eigenlijk echt wil weten wat ze doen.

In Nederland zijn ze verboden, maar buitenlandse opsporingsdiensten gebruiken met graagte criminele burgerinfiltranten. In Inzake opsporing, het rapport van commissie-Van Traa die in 1995 onderzoek deed naar opsporingsmethoden in Nederland, figureren ze ook. Van Traa concludeerde dat het 'onaannemelijk' was dat bijvoorbeeld de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency (DEA) in Nederland operaties zou hebben uitgevoerd 'zonder medeweten' van de autoriteiten.

Toch sprak Van Traa zijn twijfel uit over de samenwerking tussen de politie en, met name, de Amerikaanse en Duitse opsporingsdiensten. Nadere regelgeving was nodig, vond de parlementaire enquêtecommissie. Er moest meer toezicht komen op de activiteiten van de buitenlandse opsporingsdiensten. Het was niet meteen een aanbeveling die de aandacht trok - de IRT-affaire ging immers over een schending van het vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat.

De schok was groot toen drie Amsterdamse rechters drie jaar later in een uitleveringszaak ontdekten dat de Duitse politie alle denkbare regels van internationale samenwerking bleek te hebben geschonden. Zonder medeweten van Nederlandse autoriteiten was een door Duitsers gestuurde criminele burgerinfiltrant ingezet. De man in kwestie deed wat iedereen zo vreest; in Nederland woonachtige burgers in strijd met ons recht aanzetten tot het plegen van strafbare feiten.

De rechtbank wees het verzoek tot uitlevering van een van de verdachten resoluut af. Tegelijkertijd schrokken de rechters in Amsterdam van de ongekende inbreuk op de Nederlandse rechtsstaat. Advocate Lian Mannheims was de onoorbare praktijken bij toeval op het spoor gekomen. Was dat niet gebeurd, dan hadden de rechters de verdachte gewoon uitgewezen en was hij waarschijnlijk tot vier of vijf jaar cel veroordeeld. 'Die zaak maakte duidelijk dat ons rechtssysteem niet is opgewassen tegen dit soort praktijken', zegt een ingewijde nu.

De Amsterdamse zaak uit 1998 bleef buiten de publiciteit. Maar sinds een paar jaar is er opnieuw aandacht voor de Nederlandse drugsmaffia, vanwege de grootschalige smokkel van partydrug xtc. Amerika ziet Nederland als het Colombia van de pillenindustrie. De groei van het aantal uitleveringsverzoeken voor Nederlanders die in de VS worden verdacht van handel in xtc nam fors toe.

In 2002 verdringen enkele prominente zaken elkaar in de media om aandacht. Het begint met de Zwolse dj Raymond K. en zijn vriend Bas van der P., die begin 2002 worden uitgeleverd aan de VS. Daarop volgt de Amsterdamse taxichauffeur Paul Dietz, wiens verzoek tot uitlevering door minister Donner wordt ingewilligd ondanks een negatief advies van de Amsterdamse rechtbank.

Gezien de mores bij het Amerikaanse opsporingsapparaat waar het gebruik van criminele burgerinfiltranten en uitlokking als normaal wordt beschouwd, roept de serie uitleveringen de vraag op wat Amerikaanse opsporingsdiensten doen in Nederland. Bij de Nederlandse rechterlijke macht maakt men zich vooral zorgen over criminele burgerinfiltranten, stelt een ingewijde. 'Het Amerikaanse rechtssysteem zit zo in elkaar dat er voor criminele infiltranten een premie staat op uitlokking. Wie weet wat die mensen hier allemaal uitvreten.'

Het ministerie van Justitie heeft het er blijkbaar ook niet op en scherpt in maart 2002 de regeling voor in Nederland werkzame buitenlandse verbindingsofficieren drastisch aan. Bij het Korps Landelijke Politiediensten wordt bovendien een negental toezichthouders aangesteld die de activiteiten van al die buitenlanders in de gaten moet gaan houden.

Daarmee is de aanbeveling van Van Traa zes jaar na dato opgevolgd. Op de vraag waarom dit zolang heeft moeten duren, komt geen eenduidig antwoord. De stelling van bronnen binnen de Nederlandse politie dat ook justitie de activiteiten van buitenlandse speurders niet meer vertrouwt, wordt niet ondersteund.

Maar volgens advocaat Marnix van der Werf, wiens cliƫnt Victor zich samen met een aantal Columbianen zou hebben schuldig gemaakt aan xtc-smokkel naar de VS, weigert de Nederlandse justitie structureel onderzoek te doen naar uitlokking. Victor zou hiervan het slachtoffer zijn geworden. Van der Werf kreeg uiteindelijk inzicht in delen van het Amerikaanse onderzoeksdossier over Victor. De Amerikanen blijken gebruikt te hebben gemaakt van een burgerinfiltrant met criminele trekjes. De man opereerde in Duitsland en Nederland. Alleen waren de Nederlandse autoriteiten daar, voor zover bekend, niet van op de hoogte.

mailIcon print |