*

 

'Buitenlanders zijn nooit het belangrijkste item geworden'; Extreem-rechtse Noren en Denen vooral tegen belasting

NANDA TROOST − 07/01/98, 00:00

Extreem-rechtse partijen doen het in Noorwegen en Denemarken zeer goed. Maar er wonen relatief weinig buitenlanders. Het rechtse succes wordt dan ook eerder geweten aan algemene onvrede....

Van onze verslaggeefster

Nanda Troost

OSLO/KOPENHAGEN

Rijtjeshuizen aan autoluwe straten met om de andere hoek een kinderspeelplaats, afgewisseld met terraswoningen tot vijf en zes hoog en fantasieloze flatgebouwen. In het immense, overdekte winkelcentrum hangen om half tien al wat mensen rond. Ze wachten tot de winkels over een half uur open gaan. Stovner, buitenwijk in het noordoostelijke puntje van Oslo, ziet eruit zoals je van een slaapstad mag verwachten.

Er wonen veel gezinnen, weinig bejaarden, maar de categorie vijftig plus is goed vertegenwoordigd in de wijk. Er wonen iets meer buitenlanders dan gemiddeld in Oslo, maar problemen geeft dat volgens

het gemeentebestuur niet.

De werkloosheid is er laag, 1,5 procent, en ook dat is gemiddeld. Toch heeft in deze doorsnee-wijk met doorsnee-inwoners bijna 25 procent van de kiezers extreem-rechts gestemd. Het stelt het gemeentebestuur een paar maanden na de verkiezingen nog altijd voor een raadsel.

Noorwegen en ook Denemarken beleefden bij de laatste verkiezingen een ruk naar rechts. De Vooruitgangspartij van Carl Hagen kreeg bij de Noorse parlementsverkiezingen 15,3 procent van de stemmen en werd de tweede van het land. In Denemarken gebeurde bij gemeenteraadsverkiezingen ongeveer hetzelfde. Twee extreem-rechtse partijen haalden samen bijna 10 procent van de stemmen.

De uitslagen zijn des te opmerkelijker omdat er in de twee Scandinavische landen naar verhouding weinig buitenlanders wonen. In Noorwegen wonen op een bevolking van 4,3 miljoen 240 duizend niet-Noren, van wie er bovendien 127 duizend afkomstig zijn uit Europa. Op 5,2 miljoen Denen zijn er 210 duizend buitenlanders, onder wie 70 duizend Europeanen.

De steun voor extreem-rechts wordt niet zo zeer toegeschreven aan racisme, als wel aan een toenemend gevoel van onvrede. De Noorse Vooruitgangspartij bijvoorbeeld is in de jaren zeventig begonnen als anti-belastingpartij en is volgens Bernt Aardal, directeur van het Instituut voor Sociaal Onderzoek in Oslo, nauwelijks boven dat niveau uitgekomen.

'De Vooruitgangspartij is vooral een uiting van de breuk in de consensus die er bestond over de ver zorgingsstaat. Of we nu een socialistische regering hadden of niet, de verzorgingsstaat moest worden uitgebreid en iedereen moest daarvan profiteren. De Vooruitgangspartij vond dat dat alleen voor de zieken en ouderen moest gelden, dus voor degenen die belasting hebben betaald. Ongehuwde moeders en jonge werklozen hoorden daar in die optiek niet bij.'

Volgens Aardal heeft de Vooruitgangspartij in de jaren tachtig, toen er meer buitenlanders kwamen, van het immigratievraagstuk wel een onderwerp gemaakt, maar is datnooit het belangrijkste item geworden. De mensen maken zich volgens hem druk over gezondheidszorg en ouderenbeleid.

'De Arbeiderspartij beloofde de problemen aan te pakken. Eerst hadden ze daarvoor geen geld, maar toen er door de olie veel geld binnenkwam, werd dat apart gezet voor later', vertelt Aaardal. 'De Arbeiderspartij is er niet in geslaagd de noodzaak daarvan uit te leggen aan de kiezers.'

Het sociaal-democratische kamerlid Inger Lise Husy is het met Aardal eens. 'We zijn wel met hervormingen begonnen, maar kwamen daarmee te laat. We trekken 10 miljard gulden extra uit voor thuiszorg voor ouderen, die daardoor langer zelfstandig kunnen blijven wonen. En in verpleeghuizen kunnen mensen voor een éénpersoonskamer kiezen. Maar ten tijde van de verkiezingen was daarvan nog geen resultaat zichtbaar. Daarvan heeft Carl Hagen geprofiteerd.'

Pia Kjaersgaard, sinds 1995 voorzitter van de Deense Volkspartij (DPP), nadat ze uit onvrede uit de eveneens extreem-rechtse Vooruitgangspartij was gestapt, wordt evenmin beschouwd als een racist.

Hans Jrgen Nielsen, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Kopenhagen, vindt haar eerder een slimme politica. 'Er wordt altijd gezegd dat ze profiteert van het feit dat ze er uitziet als een huisvrouw. Ik vind dat een onderschatting van haar capaciteiten. Ze is nationalistisch, zeker. Ze hecht ook aan Deense tradities, maar als je naar het economisch program kijkt, is haar partij vooral populistisch. De DPP wil veel geld uitgeven aan de gezondheidszorg en daarmee trekt ze veel oud-socialistische kiezers.'

Toch wordt de Deense Volkspartij nog wel eens vergeleken met het Front National van Jean-Marie Le Pen. 'Ik heb Pia Kjaersgaard nog nooit op één racistische uitlating kunnen betrappen. Voor zover ik weet, vindt ze Le Pen ronduit weerzinwekkend', zegt Nielsen.

Onder organisaties van buitenlanders bestaat niet direct ongerustheid, maar wel een ongemakkelijk gevoel. 'De Vooruitgangspartij is openlijk zeker geen racistische partij, maar er zijn wel individuen in de partij die racist zijn', zegt Khalid Salimi, directeur van het Antirasistisk Senter in Oslo. 'Wij moeten daar alert op zijn. Een medewerker van ons houdt zich sinds kort alleen nog maar bezig met wat de Vooruitgangspartij doet. Elk voorstel, elke uitspraak wordt doorgelicht. En zonodig gaan we naar de rechter.'

Bernt Aardal wijst voorzichtig op een positief kantje aan de opkomst van extreem-rechts. 'Het brengt vooral de protestkiezers binnen het systeem, die die anders niet gestemd hadden. En het laat meteen zien dat de Vooruitgangspartij niet in staat is haar achterban vast te houden. De aanhang fluctueert, van een paar procent jaren geleden tot 25 procent afgelopen zomer en een paar maanden later 15 procent. Ik denk dat dit het maximaal haalbare voor ze is. Het zou me niets verbazen als ze het over vier jaar weer heel moeilijk hebben.'

mailIcon print |