Fietsers in Amsterdam
Fietsers in Amsterdam © ANP

Nachtelijke stadsfietser is vrijwel altijd teut

Wie in de kleine uurtjes stedelijke fietsers laat blazen, treft nagenoeg 100 procent aan met alcohol in het bloed. Het is bijna een wonder dat er niet meer ongelukken gebeuren.

Vrijwel alle nachtelijke fietsers hebben een slok op. Ruim tweederde heeft zelfs meer alcohol in het bloed dan wettelijk is toegestaan. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen, uitgevoerd in Groningen en Den Haag. De cijfers verklaren mogelijk waarom fietsers 's nachts relatief vaker betrokken zijn bij ongelukken.

Eind vorig jaar togen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen op een donderdag- en een zaterdagavond met een Dräger Alcotest 7510 naar de binnensteden van Groningen en Den Haag. Van vijf uur 's avonds tot diep in de nacht vroegen ze aan bijna duizend op- en afstappende fietsers of ze even wilden blazen. Driekwart van hen werkte mee.

Hoe later het werd, hoe meer fietsers positief testten op alcohol. Tussen één en drie uur 's nachts bleek 89 procent te hebben gedronken. 68 procent had zelfs meer gedronken dan wettelijk toegestaan, wat een boete van 140 euro kan opleveren. Gedurende de nacht liepen die percentages nog verder op.

We wisten dat er bij nachtelijke ongelukken vaak alcohol in het spel is. Nu blijkt dat er in de late uurtjes nauwelijks fietsers zijn die niet hebben gedronken.

Drugsgebruik
De fietsers kregen ook vragen voorgelegd over drugsgebruik. In Den Haag antwoordde 4 procent stimulerende middelen gebruikt te hebben, in Groningen 11 procent. De meesten van hen hadden de drugs gecombineerd met alcohol, wat het risico op ongevallen verder vergroot.

Verkeerspsycholoog Dick de Waard van de Rijksuniversiteit Groningen, die het onderzoek met zijn studenten uitvoerde, vindt de uitkomsten opvallend. 'We wisten dat er bij nachtelijke ongelukken vaak alcohol in het spel is, maar hoeveel mensen met een slok op fietsen, was onbekend. Nu blijkt dat er in de late uurtjes nauwelijks fietsers zijn die niet hebben gedronken.'

Volgens De Waard zullen de percentages in andere Nederlandse steden niet heel anders zijn. 'Groningen is een studentenstad, Den Haag niet. Maar het patroon was hetzelfde.' Hoe de cijfers op het platteland liggen, durft de onderzoeker niet te voorspellen.

Fietsongevallen
Het aanzienlijke alcoholgebruik van nachtelijke fietsers verklaart mogelijk waarom fietsers 's nachts vaker van hun fiets vallen of tegen een paaltje rijden, zegt gedragswetenschapper Divera Twisk van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, die ook betrokken was bij het onderzoek. '10 procent van het aantal fietsongevallen gebeurt tussen middernacht en zonsopgang, terwijl dan maar 2,4 procent van de fietskilometers wordt afgelegd. Dat heeft niet alleen met de duisternis te maken, want dan zouden er aan het begin van de avond ook zo veel ongevallen moeten zijn. Waarschijnlijk speelt alcohol dus een rol.'

Veel mensen vragen of we niets beters te doen hebben. Dat is ook wel een probleem. Onze prioriteit ligt bij woninginbraken en jihadisten.

'Schokkende cijfers'
Woordvoerder José de Jong van Veilig Verkeer Nederland (VVN) noemt de cijfers schokkend. 'Alcohol komt niet ten goede aan de verkeersveiligheid', zegt ze. 'Fietsers moeten dus ook niet drinken.'

Als het aan De Jong ligt, mag de politie vaker controleren op alcoholgebruik bij fietsers, al moet dat niet ten koste gaan van de alcoholcontroles voor automobilisten. 'Met een fiets rijd je niet zo snel iemand dood', zegt De Jong. 'Met een auto ligt dat anders.'

Het ministerie van Justitie laat weten dat de lokale driehoek van burgemeester, politie en openbaar ministerie bepaalt welke inzet het meeste bijdraagt aan de verkeersveiligheid in de stad. 'Wanneer er sprake is van een evident gevaarlijke situatie door een fietser in het verkeer, treedt de politie op', laat een woordvoerder weten.

In Den Haag controleren ze al af en toe op alcoholgebruik. 'Dat doen we op plekken waar jongeren op uitgaansavonden de spiegels van auto's trappen of lantaarnpalen vernielen', zegt politiewoordvoerder Wim Hoonhout. 'De publieke weerstand is echter groot. Veel mensen vragen of we niets beters te doen hebben. Dat is ook wel een probleem. We hebben te veel werk voor weinig mensen. Onze prioriteit ligt bij woninginbraken en jihadisten.'