*

 

Dirks museum dreigt ruïne te worden

Van onze verslaggever Peter de Waard − 08/12/09, 06:00

Opmeer dreigt met een ruïne te worden opgescheept nu de zoektocht naar een financier voor het Scheringa Museum niets lijkt op te leveren.

Zelfs sloop wordt nu als optie genoemd voor het nieuwe vrijwel voltooide Scheringa Museum voor Realisme in Opmeer, vernoemd naar initiatiefnemer Dirk Scheringa. Als de overheid niet over de brug komt, dan is niets meer uitgesloten. ‘Zonder overheidssubsidie kan geen museum in Nederland bestaan’, zegt een ingewijde in Opmeer.

Minister Plasterk van Cultuur en de betrokken gemeenten Opmeer en Medemblik hebben al laten weten dat er niet op een financiële bijdrage gerekend hoeft te worden. Fractieleider Tjeerd Talsma van de PvdA in de staten van Noord-Holland nam een maand geleden een initiatief voor een eenmalige bijdrage, als er tenminste een sluitende exploitatiebegroting voor het museum kon worden opgesteld.

Talsma maakt zich nu zorgen dat Opmeer met een ruïne wordt opgescheept. ‘Ik wil dat er voor 14 december duidelijkheid is of het museum een toekomst heeft, en de collectie van Scheringa erin kan worden ondergebracht. Als dat niet lukt, dan moet naar andere opties worden gekeken. Als het gebouw verpaupert, moet het worden gesloopt. Maar dat is wel een beslissing die je niet meer kunt terugdraaien.’

Het kolossale gebouw, dat inmiddels water- en winddicht is gemaakt, werpt als een spookkasteel een schaduw over het kleine Opmeer en de omliggende weilanden. Toen DSB Beheer bijna twee maanden geleden failliet ging, is de bouw abrupt stilgelegd. Bouwbedrijf Midreth wil alleen verder als de curatoren schadeclaims tegen de aannemer over andere projecten zoals het AZ-stadion intrekken. Tot nu toe wordt dat geweigerd.

Het wachten is op een weldoener die de exploitatie van een museum in het Noord-Hollandse dorp sluitend wil maken; iemand die zogezegd jaarlijks een bedrag van tussen de 3 en 5 miljoen euro bijlegt.

De directie van het voormalige Scheringa Museum in Spanbroek, Sander Uitdenbogaard en Belia van der Giessen, lopen stad en land af om hun plan voor voortzetting van het museum op de nieuwe locatie te realiseren. Maar het is niet makkelijk. Momenteel hebben maar weinig partijen ruime middelen. Ook fondsen hebben door de crisis grote bedragen verloren op hun beleggingen.

Uitdenbogaard: ‘Het probleem is dat vermogende particulieren die van kunst houden een specifieke smaak en een eigen collectie hebben en vaak niet zitten te wachten op een gebouw van iemand anders.’

Elke sponsor is welkom, ook die zonder geld. ‘We staan open voor alles. Een bijdrage in natura zou welkom zijn: bijvoorbeeld een glazenwasserij die bereid is een jaar lang voor niets de ramen te doen’, zegt Uitdenbogaard.

Maar een gratis glazenwasser is niet genoeg. De benodigde bedragen zijn enorm. Zo moet het museum eerst nog afgebouwd worden, waarbij wordt uitgegaan van 8 miljoen aan kosten. Daarnaast moet de hypotheek van ABN Amro van 32 miljoen euro worden hergefinancierd.

Als dat lukt, zullen de nu door de bank in vuistpand genomen schilderijen weer ter beschikking komen van de curatoren. Het nieuwe museum zal die eerst uit de failliete boedel moeten kopen zonder dat andere schuldeisers worden benadeeld. En zelfs als dat lukt, zal de moeilijkste hobbel nog moeten worden genomen: een sluitende exploitatiebegroting.

Uitzicht op een oplossing voor 14 december is er niet. Uitdenbogaard zegt dat er nog niet eens duidelijkheid is over het benodigde geld. ‘In januari hopen we de kosten helder te hebben. Maar het is duidelijk dat alle partijen moeten meewerken: het bouwbedrijf, de banken, de curatoren, de fondsen, particuliere betrokkenen en de overheden.’

Het feit dat ABN Amro twee weken geleden de resterende schilderijen bij Scheringa thuis en op het kantoor in Wognum kwam ophalen, is volgens sommigen een teken dat de bank de hypotheek als oninbaar beschouwt. Maar de bank ontkent dat: ‘Dat is alleen gedaan omdat de verzekeraar daar op stond. Het is niet zo dat wij het wel goed zouden vinden als het pand wordt gesloopt. Daar schieten wij ook niets mee op’, zegt een woordvoerder. Maar ABN Amro zal het museum ook niet gaan subsidiëren of exploiteren. ‘Dat is niet de taak van een bank.’

In de gemeenteraad zijn er zorgen dat in het dorp op grote schaal kapitaalvernietiging plaatsvindt.

Fractieleider Nico Bosch van het CDA in Opmeer zegt dat men de directie tijd moet gunnen. Maar hij erkent de toekomst somber in te zien en na te denken over alternatieven. ‘Misschien kan het gebouw geschikt worden gemaakt voor een recreatiecentrum met klimwanden en achtbanen. Zoiets hebben we nog niet in Noord-Holland.’

Ted Friethoff van Gemeentebelangen wil niet aan een andere bestemming denken. ‘Scheringa heeft de 10 duizend vierkante meter in 1999 aangekocht voor het museum. De gemeente heeft de bestemming gewijzigd, omdat hij anders ergens anders naartoe zou gaan. We gaan niet nu meteen de bestemming weer wijzigen naar woningbouw. Ook dat is duur omdat de locatie pal naast een grote weg ligt en een geluidswal noodzakelijk zou zijn.’

Uitdenbogaard en Van der Giessen willen meedenken om de exploitatielasten terug te brengen. Zo zou de bovenste etage van het nieuwe museum misschien wel geschikt gemaakt kunnen worden voor kantoren.

Het onderbrengen van de collectie in het veel kleinere en goedkoper te exploiteren oude museum is slechts een laatste mogelijkheid. Maar Van der Giessen zou dat jammer vinden: ‘Dan zal maar eentiende van de collectie tentoongesteld kunnen worden, terwijl deze juist in zijn geheel zo veel te bieden heeft.’

mailIcon print |