Er zit weinig schot in de toename van het aantal vrouwelijke hoogleraren. Hun aantal neemt weliswaar toe, maar dat gebeurt heel langzaam.
Als het zo traag blijft gaan, haalt Nederland pas in 2030 de doelstelling die de Europese Unie voor volgend jaar heeft gesteld: 25 procent van de hoogleraren moet dan vrouw zijn. Landen als Finland, Ierland en Roemeniƫ zijn al zover.
Dit blijkt uit de vandaag gepubliceerde Monitor Vrouwelijke Hoogleraren, een initiatief van de stichting De Beauvoir in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Universiteiten en het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren.
Uit de monitor blijkt hoe scheef de verhoudingen tussen mannen en vrouwen zijn op de universiteit. Als student vormen vrouwen in steeds meer studierichtingen een meerderheid, zoals geneeskunde, rechten en landbouw. Het aantal vrouwelijke promovendi bedraagt in totaal 42 procent. Maar daar waar de besluiten worden genomen, zijn vrouwen amper vertegenwoordigd. Slechts drie van de vijftien universiteiten hebben een vrouw in het college van bestuur. En in de functies met de meeste macht en aanzien, die van decaan en onderzoeksdirecteur, zijn respectievelijk 5 en 6 procent vrouwen te vinden.
Belangrijkste oorzaak van de moeizame opwaartse weg van vrouwelijk talent in de wetenschap is het old boys network, aldus bedrijfskundige Marieke van den Brink. Uit haar eerder dit jaar gepubliceerde promotieonderzoek blijkt dat tweederde van de hoogleraarbenoemingen achter gesloten deuren van mannenkamers wordt geregeld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.