Staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid.
Staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid. © ANP

Hervorming jeugdzorg: een regisseur in plaats van pillen

De grootscheepse hervorming van de jeugdzorg moet de hulpverlening stroomlijnen. Dit kan het medicijngebruik onder kinderen en jongeren omlaag helpen. Staatssecretaris Van Rijn (PvdA) van Volksgezondheid en zijn collega Teeven (VVD) van Veiligheid en Justitie hebben hierover afspraken gemaakt met provincies en gemeenten.

Waar nu nog te vaak medicijnen worden voorgeschreven of wordt doorverwezen naar een psycholoog, moeten huisartsen straks eerder de jeugdzorg inschakelen. Elk gezin dat met ernstige problemen worstelt, krijgt een eigen 'regisseur' toegewezen die alle hulp coördineert en met steun van familie en vrienden het 'opvoedkundig klimaat' poogt te versterken.

Het fundament onder de afspraken, die Van Rijn en Teeven maandagavond naar de Tweede Kamer hebben gestuurd, is de overheveling per 2015 van de jeugdzorg naar de gemeenten. Nu is die zorg nog een gezamenlijke taak van ministeries, provincies en gemeenten. De financiering loopt nog via een reeks fondsen. Die worden straks gebundeld in een budget per gemeente, via één loket. Nog voor de zomer dient Van Rijn een nieuwe Wet op de jeugdzorg bij de Tweede Kamer in.

Heft in handen
Van Rijn wil het vooral simpeler en overzichtelijker maken: 'Ik sprak laatst een vrouw uit Friesland die met negen hulpverleners te maken had. Niemand had het overzicht. Toen eentje het heft in handen nam, bleek dat schulden het kernprobleem vormden. Toen die eenmaal werden aangepakt, werden ook de andere problemen overzichtelijk. Daarom gaan we het beperken tot één regisseur per gezin. Dat is de kern.'

De staatssecretaris wijst er verder op dat het voorschrijven van Ritalin tegen gedragsstoornissen onder jongeren de afgelopen jaren explosief is gestegen. 'Het is belangrijk dat huisartsen een alternatief hebben. Dat komt er doordat de regisseur naar alle problemen in een gezin kijkt. De regisseur kan ook helpen het sterk gestegen beroep op de jeugd-ggz te verminderen.' Van Rijn zegt zich te kunnen voorstellen dat in het gemeentelijke jeugdzorgteam een ggz-deskundige meedraait die kan aangeven of professionele ggz-hulp nodig is of niet.

Met de jeugdzorg is zo'n 3 miljard euro per jaar gemoeid. Bij de overdracht aan gemeenten wordt het budget geleidelijk verlaagd. In 2017 is er 450 miljoen euro vanaf. 'De bezuiniging is niet het doel van de hervorming', zegt Van Rijn. 'Er zou sowieso moeten worden bezuinigd. Maar we gaan nu doen wat een Kamercommissie in 2010 al voorstelde. Het kan efficiënter en vooral beter voor burger en hulpverlener.'

Het model met de regisseur wordt al gehanteerd in onder meer Amsterdam. Van Rijn: 'Daar is het aantal gedwongen uithuisplaatsingen van kinderen door de rechter met zo'n 20 procent afgenomen. Dat is beter voor het kind en het is veel goedkoper.'

Onderhandelen
Deze maand krijgen gemeenten te horen hoeveel kinderen in hun gebied zorg krijgen en hoeveel geld daarmee is gemoeid. Voor de zorgverlening aan kinderen die na 2014 in problemen komen, moeten zij zelf contracten afsluiten met zorginstanties. Het is de bedoeling dat gemeenten groepsgewijs contracten voor gecompliceerde zorgverlening afsluiten. Er zijn tientallen gespecialiseerde, landelijk werkende zorginstellingen voor jongeren. Voorkomen moet worden dat die voor één cliënt met vierhonderd gemeenten moeten onderhandelen.

Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek, is sceptisch over het plan van Van Rijn en Teeven. 'Er is veel te zeggen voor de overdracht aan gemeenten, maar het gaat nu onder enorme tijdsdruk. De afgelopen jaren is het beroep op de jeugdzorg enorm gestegen. Ik mis een visie daarop. Bovendien moeten gemeenten de zorg ook nog eens met minder geld gaan uitvoeren.'