Nederlandse militairen krijgen een medaille voor hun deelname aan ISAF III in Uruzgan.
Nederlandse militairen krijgen een medaille voor hun deelname aan ISAF III in Uruzgan. © ANP

Nederland geruisloos helemaal weg uit Uruzgan

Bijna drie jaar na het vertrek van de laatste Nederlandse militairen trekt de Nederlandse overheid ook de handen af van het grootste deel van het ontwikkelingswerk in Uruzgan, de Afghaanse provincie waar Nederland van 2006 tot 2010 vocht tegen de Taliban. Het Dutch Consortium Uruzgan (DCU) is per 1 april geruisloos opgehouden te bestaan.

Dit bevestigt de woordvoerder van DCU, een samenwerkingsverband van vijf Nederlandse hulporganisaties waaronder Cordaid en Save The Children, die op eigen kracht door proberen te gaan. Zij kregen samen 14 miljoen euro van de Nederlandse staat.

Voor het vertrek van Nederlandse militairen in 2010 zegde het kabinet-Balkenende IV toe dat Nederland de provincie niet de rug toe zou keren. Het ontwikkelingswerk zou moeten blijven bestaan, zei Bert Koenders, destijds minister voor ontwikkelingssamenwerking, eind 2009 tegen de Volkskrant. 'Uruzgan kan het nog absoluut niet alleen. Daarom blijven we daar, los van de Nederlandse militaire bijdrage', zei hij nog scherper tegen NRC Handelsblad.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken beklemtoont nu dat die horizon ook toen al niet verder reikte dan 2013. 'Dat Nederland in 2013 het ontwikkelingsprogramma in Uruzgan zou afbouwen is algemeen bekend gesteld', zegt een woordvoerder van Buitenlandse Zaken. Hij verwijst naar een Kamerbrief van toenmalig staatssecretaris Ben Knapen uit oktober 2011.

Geen toelichting
Nederlandse militairen waren vier jaar actief in Uruzgan als Nederlandse bijdrage aan de internationale troepenmacht ISAF, gericht op het stabiliseren van Afghanistan. De inzet kostte 25 Nederlandse militairen het leven. Bijna 150 militairen raakten gewond.
Buitenlandse Zaken geeft geen extra toelichting over de Nederlandse terugtrekking. Het is de afdeling communicatie in Den Haag in een week tijd niet gelukt een woordvoerder aan te wijzen die geciteerd mag worden over Uruzgan.

Uit een overzicht van het ministerie blijkt dat Nederland twee andere hulpprojecten, van circa 10 miljoen euro, uiterlijk in juni afbouwt. Het Nederlandse ontwikkelingswerk beperkt zich daarna tot een landelijk programma van de Verenigde Naties (ook 10 miljoen euro) en een bijdrage aan de vliegtuigterminal in de provinciehoofdstad Tarin Kowt (5 miljoen). Die projecten zijn medio 2015 afgerond.

Teleurgesteld
De vijf Nederlandse hulporganisaties van DCU zijn teleurgesteld. 'Ik krijg de indruk dat men in Den Haag het onderwerp Uruzgan liefst mijdt. Het staat niet op de agenda', zegt Cordaid-directeur René Grotenhuis. Zijn organisatie blijft er zelfstandig werken. Hetzelfde geldt voor HealthNet TPO. 'De betrokkenheid van de Nederlandse overheid zou groot blijven. Nu laten ze het uit hun handen vallen', zegt directeur Willem van de Put. De weg van Tarin Kowt naar Chora is volgens hem 'alweer kapot'.

ZOA heeft tot juni volgend jaar projectfinanciering van Australiërs, maar heeft geen zicht op een nieuwe donor. Hetzelfde geldt voor DCA. Save the Children gaat niet meer door met Nederlandse projecten in Uruzgan.

Veiligheid
De veiligheidssituatie voor hulpverleners in de provincie ziet er niet goed uit. 'Voor expats is het lastig Uruzgan in te gaan', zegt Afghanistandeskundige Herman Kamphuis van ZOA. 'Je komt niet veel verder dan de hoofdstad Tarin Kowt. Daarna wordt het te gevaarlijk.'

Er zijn voor zover bekend geen Nederlandse hulpverleners meer dagelijks actief in Uruzgan; op eentje na. Dat is Lou Cuypers. Hij runt al jaren een saffraanproject, dat er 60 hectare beslaat. Wat er straks overblijft van de Nederlandse stempel in Uruzgan? 'Het gaat vast niet allemaal in elkaar klappen, maar een aanzienlijk deel van de behaalde resultaten zal zeker verdwijnen. Doodzonde.'