In Amsterdam hebben dit jaar meer basisschoolleerlingen de Cito-toets gedaan dan vorig jaar. Aan de laatste toets deed 18,3 procent van de kinderen niet mee. In 2008 was dat nog 20,1 procent.
Dat schrijft wethouder Lodewijk Asscher (educatie) in een brief die hij donderdag aan de gemeenteraad heeft gestuurd. Hij noemt deze ontwikkeling ‘verheugend’. De PvdA'er wil dat op elke Amsterdamse school niet meer dan 20 procent van de jongens en meisjes de test niet maakt.
Het percentage leerlingen dat niet meedoet aan de Cito-toets is in Amsterdam al jaren hoog. Door de zwakste kinderen niet mee te laten doen, kunnen scholen hun gemiddelde score opkrikken. Een van de gevolgen is echter dat het moeilijker is een beeld van de resultaten van het onderwijs te krijgen.
De gemiddelde Cito-score in Amsterdam was dit jaar 537,1. Dat is hoger dan het landelijk gemiddelde van 536,2. Van de 205 scholen in de hoofdstad die meededen aan de toets, scoorden er 104 hoger dan het landelijk gemiddelde en 101 lager.
Om de kwaliteit van het basisonderwijs te verbeteren, wil Asscher dat scholen voldoen aan drie criteria. Een daarvan is dat de gemiddelde Cito-score 534 is. In 2008 haalden tachtig scholen twee of drie van die doelen niet, dit jaar waren dat er nog maar 61.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.