Veel minder kinderen doen een beroep op jeugdzorg dan tot nu toe werd aangenomen. Wel is er een aanzienlijke groep kinderen met ernstige problemen die niet de hulp krijgt die zij nodig hebben.
Dat blijkt uit onderzoek dat minister Rouvoet (Jeugd en Gezin) heeft laten uitvoeren. De reden voor het onderzoek waren waarschuwingen voor het ontstaan van een ‘onderklasse’ van jongeren, vanwege de toenemende vraag naar alle vormen van jeugdhulpverlening.
In absolute aantallen is de groep kinderen die een beroep doet op de jeugdzorg gestegen, maar die groep is in relatieve zin ongeveer gelijk gebleven. In Nederland maakt 3,5 procent van de jongeren tot 18 jaar gebruik van de diensten van de Bureaus Jeugdzorg, de geestelijke gezondheidszorg of de zorg voor licht verstandelijk gehandicapten, blijkt uit het onderzoek. Dit percentage is iets gedaald sinds het laatste onderzoek in 2002 van het Nederlands Jeugd Instituut. Daarnaast koopt nog eens 3,5 procent zorg in via financiële regelingen als de AWBZ. In totaal zijn dit 252 duizend jongeren.
Zorgelijk vindt Rouvoet de relatief grote groep jongeren met ernstige problemen die geen goede zorg krijgt. Uit het onderzoek blijkt dat deze kinderen steeds opnieuw opduiken bij zorginstellingen. Rouvoet: ‘Hun problemen worden steeds ingewikkelder. Het is geen grote groep, maar we hebben er geen goed antwoord op.’
Uit de cijfers blijkt dat deze zeer problematische groep 0,5 procent is van alle Nederlandse jongeren. Het gaat om 18 duizend kinderen. Ze komen volgens Rouvoet uit instabiele gezinnen waar ze met een reeks problemen worden geconfronteerd van verslaving, werkloosheid tot grote schulden.
Deze kinderen kampen bovendien vaak met psychiatrische klachten en gedragsproblemen en hebben daarom vanuit meerdere disciplines zorg nodig. Volgens Rouvoet is het van belang dat er meer samenhang ontstaat tussen de hulpverleners – iets dat de beroepsgroepen moeten regelen.
Rouvoet wil de gemeente de regie geven bij de aanpak van de problemen in de gezinnen. ‘De burgemeester krijgt in laatste instantie de bevoegdheid om een organisatie hiermee te belasten. Dat kan de jeugdgezondheidszorg zijn, het maatschappelijk werk of bureau jeugdzorg.’
Rouvoet trekt 200 miljoen euro extra uit voor de Centra voor Jeugd en Gezin die hij in alle gemeenten wil openen. Die moeten ‘laagdrempelige opvoedondersteuning’ aanbieden om te voorkomen dat lichte problemen uitgroeien tot zware problemen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.