*

 

Een echte Mijnheer op de barricaden

Douwe Douwes, Kim van Keken, Martijn Beekman − 01/06/09, 20:32

Een goede vriend vond het eigenlijk maar gek dat Jan de Wit bij de SP terechtgekomen is. Want er is ‘niets alternatiefs’ aan deze strijder voor de goede zaak.

Een driedelig pak abnormaal binnen de Socialistische Partij? Onzin, verzucht kopstuk Jan Marijnissen. ‘In hún ogen is dat atypisch. Maar we zijn nooit een antistropdaspartij geweest. Het is maar net wat je perceptie is van de SP.’

Perceptie of niet, iedereen die spreekt over Kamerlid Jan de Wit (63), neemt het woord atypisch in de mond. Atypisch voor een SP’er dan. Steeds komen dezelfde typeringen terug: aardig, beleefd, keurig, innemend, betrouwbaar en, tsja, nog goed gekleed ook.

Noem de naam van een socialist en de haren van een gemiddelde CDA’er gaan overeind staan. Zo niet bij De Wit. ‘Hij is coöperatief, heel vriendelijk’, zegt het christen-democratische Kamerlid Sybrand van Haersma Buma. ‘SP’ers debatteren alsof ze in permanente staat van oorlog zijn met de rest van de wereld. Dat doet De Wit niet.’

VVD’er Arno Visser kruiste in de vorige kabinetsperiode geregeld de degens met de SP’er. Het beleid van de liberale minister Verdonk was De Wit een gruwel. Het ontlokte het immer rustige Kamerlid geregeld een vloek. Maar zelfs uit Vissers mond vallen enkel positieve geluiden op te tekenen. ‘Een prettig persoon om mee om te gaan. Vriendelijk. Hij is links, maar niet verpolitiekt links, zoals Klaas de Vries van de PvdA en Marijke Vos van GroenLinks. Die stonden altijd vooraan bij de camera’s om asielzaken uit te buiten.’

Niet voor niets leverde fractieleider Agnes Kant een echte ‘mijnheer’ als voorzitter van een parlementaire onderzoekcommissie. De Wit gaat de komende tijd onderzoek doen naar de oorzaken van de kredietcrisis. Het is de eerste SP’er die zo’n zwaar onderzoek leidt. En als het dan toch een socialist moet zijn, dan liefst De Wit, is de algemene opvatting bij de andere partijen in de Kamer.

‘Eigenlijk heb ik het altijd gek gevonden dat hij bij de SP zat’, zegt studievriend Peter Tak, de bekende emeritus hoogleraar Strafrecht aan de universiteit van Nijmegen. ‘Er is niets alternatiefs aan hem. Altijd gekleed als een echte heer.’

Dat driedelig pak is de reden dat echtgenoot Riet de Wit aanvankelijk niets in hem zag. Het was 1972. Ze organiseerden samen de vredesweek. Zij droeg geen bh, en lange rokken of een spijkerboek met touw. Hij hees zich dus in het pak. ‘Dat betekende in mijn kringen: een bal.’ Maar ja, haar vriendinnen vonden hem aardig, en zij uiteindelijk ook. Haar ouders, die een langharig type verwachtten, reageerden opgelucht. ‘Riet, wat een keurige man!’

Johannes Marijnus Antonius Maria werd op 10 mei 1945 geboren in het Brabantse dorp Zevenbergen. Zijn vader, een overtuigd lid van de Katholieke Volkspartij (later opgegaan in het CDA), was hoofd van de plaatselijke lagere school. Met zes kinderen ging het gezin De Wit door als doorsnee katholiek gezin, waar hard werken hoog in het vaandel stond.

Jan verloor zijn moeder, na een lang ziekbed, in zijn puberjaren. Zijn broer – leraar klassieke talen – kwam om bij een verkeersongeluk. Zijn zus belandde in een rolstoel na ook een ongeluk. Na al dat onheil verloor De Wit zijn geloof.

Omdat hij na de middelbare school niet wist wat hij wilde worden, schreef hij zich in bij de katholieke hogeschool in Tilburg – de latere universiteit. Daar was net de faculteit Rechtsgeleerdheid opgericht. ‘Hoogleraren moesten nog worden aangetrokken’, herinnert Peter Tak zich. ‘Er werd ongelooflijk veel gedebatteerd. We waren politiek geïnteresseerd, nog niet aan een partij verbonden. We waren allemaal heel serieus, in die zin viel Jan niet op.’

De advocatuur was een logische volgende stap. Maar de carrière bij een ‘goed kantoor’ in Maastricht, zoals zijn latere compagnon Piet Brauer dat noemt, gaf niet genoeg bevrediging. ‘Verzekeringszaken, daar had hij niet veel mee’, zegt echtgenote Riet.

Begin jaren zeventig begon De Wit in Heerlen zijn eigen praktijk op het gebied van sociale advocatuur. Tegen de adviezen in. ‘Iedereen dacht: dat is een onhaalbare kaart’, zegt Riet de Wit. ‘We moesten geld lenen, 30 duizend gulden. Dat was heel veel in die tijd.’ Het gezin sliep op zolder, met twee jonge kinderen. Op de middelste verdieping hield Jan kantoor. Terwijl cliënten hun verhaal aan de advocaat vertelden, speelden de kinderen in een hoek. Om kosten te besparen, deed Riet het typewerk en de administratie.

Ook in de Heerlense gemeenschap waren de De Wits actief. Aan de keukentafel vergaderden de leden van de OPA, het ‘Overleg Progressieve Advocaten’, waarvan Jan voorzitter was. In 1972 werd het echtpaar actief lid van de SP, een afsplitsing van de Communistische Partij van Nederland (CPN). ‘Die CPN’ers waren nog opgeleid in Moskou’, zegt Brauer, al decennia SP-lid. ‘Ze dachten dat wij door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA werden betaald.’

De SP’ers stonden op de hoek van de straat de Tribune uit te delen, voerden actie tegen de oorlog in Vietnam, en gingen elke avond de huizen langs om leden te werven. ‘Vanuit een Marxistische en Leninistische achtergrond. We kenden onze klassiekers’, zegt Brauer. De ongelijke verdeling gold – en geldt – als inspiratiebron. ‘Het was een moeilijke tijd’, zegt Riet de Wit. ‘Socialisten waren in Limburg niet zo populair.’ Het CDA is er heer en meester.

In de wijken streed het stel. De sluiting van de mijnen had het rijke Heerlen in de ellende gestort: werkloosheid, verpaupering. De stad kwam onder curatele te staan. ‘De ontreddering in de mijnwerkersbuurten, dat raakt nooit meer van je netvlies.’ De Wit procedeerde en voerde actie voor renovatie. ‘Een huis was helemaal verzakt. Een vrouw zette een glas water op tafel, stond het water helemaal schuin. Maar de rechter zei: als het zomaar schuin komt te staan, dan kan het ook zomaar weer recht komen. Ongelooflijk.’

Begin jaren tachtig vroeg Jan de Wit aan Brauer om in zijn praktijk te komen. Brauer was toen nog bouwvakker, want ‘zogenaamde intellectuelen deden écht werk’. Dat gold ook voor zijn nieuwe zakelijke partner: De Wit had eerder twee jaar maatschappelijk werk gedaan.

Ze namen een extra hypotheek op hun huis en kochten een pand aan de Schaesbergerweg. Eigenhandig verbouwden ze het tot een kantoor, waar Brauer nog altijd praktijk houdt. ‘We hebben heel weinig verdiend. We hielpen onze mensen uit onze buurt’, zegt hij.

De Wit heeft geen problemen met een sobere levensstijl. Decennia reed hij op dezelfde oude fiets door Heerlen, tot zijn echtgenote onlangs twee tweedehandsjes aanschafte – voor 150 euro. Deze soberheid leidde wel eens tot een discussie in het gezin. De oudste zoon wilde dat zijn vader een cd-speler zou kopen, hét hebbeding begin jaren tachtig. Hij had bedacht dat De Wit dat makkelijk kon betalen als hij één commerciële klus zou aannemen. Niet dus.

Later kozen de drie kinderen niet voor luxebaantjes, maar voor de wetenschap. Alle drie biologen, en hun partners ook. ‘Tijdens Kerst is het zes tegen twee’, grapt alfa Jan de Wit daarover.

In 1982 kwam De Wit als eerste SP’er in de Heerlense raad. Daar maakte Piet van Zeil hem mee, een voormalig staatssecretaris van het dominante CDA. ‘Toen ik naar Heerlen kwam, had dat niet de hartelijke instemming van de SP. Maar vanaf mijn installatie heeft De Wit mij altijd uiterst correct behandeld.’

Later kwamen ze elkaar weer tegen, toen Van Zeil in de commissie zat die moest oordelen over afgewezen subsidieaanvragen van mijnwerkers die stoflongen hebben opgelopen. De Wit stond ze bij. ‘De klachten waren een rechtstreeks gevolg van silicose. Dat was vaak emotioneel: ook mensen met rug- en hartklachten meldden zich. Nu was er een regeling, konden ze er geen gebruik van maken. De gesprekken met De Wit waren altijd correct, ook als we niet naar zijn zin beslisten. Dat typeert de man. Mensen in de problemen kunnen een beroep op hem doen. Daar gaf hij veel aandacht aan.’

Het verzoek van SP-leider Jan Marijnissen om naar Den Haag te komen, kwam niet als een verrassing. Het was 1994, de partij was met twee zetels in de Tweede Kamer gekomen. Marijnissen kwam wel vaker langs in het epicentrum van de Heerlense SP – de keukentafel van de familie De Wit. De kinderen De Wit hebben nog altijd het beeld op het netvlies van de partijleider die is gestopt met roken, maar op de wc gezellig opsteekt.

Marijnissen deed een indringend beroep: de jonge fractie had een medewerker nodig, en De Wit was met zijn juridische achtergrond de ideale kandidaat. Het was geen makkelijke beslissing. ‘Wij waren vergroeid met het kantoor’, zegt echtgenote Riet. ‘We hadden heel hard moeten werken, en hadden een goede naam onder de mensen. We hadden nooit veel op met geld en luxe, maar wel met het besef dat we wat dat betreft waren geslaagd. Maar het kantoor was niet meer van Jan afhankelijk. Dan moet je afwegen: waar ben je het hardst nodig?’

Het antwoord: bij de partij.

Want al noemen buitenstaanders hem atypisch, volgens Marijnissen is hij ‘een typische SP’er’. In de Kamer maakte hij zich hard voor een generaal pardon voor asielzoekers, wist de belspelletjes van tv te krijgen, maar boog zich ook over gortdroge dossiers als de hervormingen van de Raad van State.

‘Hij is degelijk, betrouwbaar en kundig’, zegt studievriend Tak. ‘Zet zichzelf niet graag op de voorgrond.’ Volgens hem typisch voor het bouwjaar ’45. ‘Het is een kind van de overgang tussen het hele strakke naar de grote vrijheid. Hij heeft niets van de losgeslagen jeugd uit de jaren zeventig.’

En gestaag werkte het echtpaar De Wit verder voor de partij. Inmiddels is de SP de grootste in Heerlen, is Riet wethouder en locoburgemeester. Het echtpaar geldt lokaal als keizer en keizerin. Giel Theunissen, vrijwilliger in het Nederlandse Mijnmuseum in Heerlen, heeft daar wel een verklaring voor. ‘Jan en Riet doen dingen die het kabinet en het CDA niet doen. Jan ging de barricaden op voor de mensen in de huurwoningen.’

mailIcon print |