De ‘generatie X' wordt het meest getroffen door de eventuele verhoging van de AOW-leeftijd.
De AOW-leeftijd gaat omhoog, net als het begrotingstekort. Tenminste, in de plannen die het kabinet nu heeft gepresenteerd. Het kan nog allemaal anders worden, als de vakbeweging en de werkgevers een alternatief verzinnen voor de bezuiniging op de AOW. Ze moeten dan een andere post aanwijzen. Wie krijgt dan die rekening gepresenteerd?
‘Vooral de generaties die zijn geboren tussen 1955 en 1970’, zegt Mei Li Vos (1970), PvdA-Kamerlid. Zij was in 2005 medeoprichtster van het Alternatief voor Vakbond (AVV), als verzet tegen de manier waarop de vakbeweging de afschaffing van de vut regelde. De ‘generatie X’, zoals ook Vos de jaargangen tussen 1955 en 1970 wel noemt, wordt het meest getroffen door de eventuele verhoging van de AOW-leeftijd. ‘Ze hebben lang betaald voor de AOW, maar net als die in de verte in zicht komt, verschuift de leeftijd. Daar heeft deze generatie vaak mee te maken gekregen. Voor het vervroegd uittreden van oudere collega’s hebben ze fors betaald, maar voor hen is de vut afgeschaft. Dat ging met veel regelingen in de sociale zekerheid zo.’
En de jongeren dan? Die krijgen toch ook te maken met de hogere AOW-leeftijd? Vos: ‘Ja, maar als je met veertigers of dertigers praat, dan gaan die er al van uit dat de AOW-leeftijd al hoger is dan 65 jaar. Zij denken dat dat al geregeld is.’
Het Centraal Planbureau (CPB) wijst diezelfde generatie aan als belangrijkste betaler van de rekening. In 2006 publiceerde het CPB een studie naar de lasten en lusten van overheidsregelingen. Daarin was generatie X steeds betaler.
Een stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd tussen 2015 en 2025 naar 67 jaar, zoals het CPB voorrekende, komt het hardst aan bij de jaargang 1961. Die moet twee jaar langer doorwerken en heeft relatief weinig tijd om te profiteren van de lagere AOW-premie. Jongeren gaan later met pensioen, maar profiteren langer van lagere AOW-kosten, en ze kunnen sparen. Dat kon volgens de toenmalige CPB-berekeningen zo’n 0,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp) opleveren, terwijl het kabinet nu 0,7 procent inboekt.
Er zijn ook andere besparingsmogelijkheden denkbaar. Op het eerste gezicht lijkt fiscalisering van de AOW-premie rechtvaardiger. Dat betekent dat alle belastingbetalers meebetalen, dus ook gepensioneerden. In 2006 zou dat 0,7 procent van het bbp opleveren. Nu minder, omdat het kabinet de AOW-financiering iets heeft veranderd. Hoe dan ook, de klap komt het hardst aan bij jaargang 1960 en de jaren tot 1970, doordat die wel hogere lasten gaan betalen, maar weinig tijd hebben om dit nadeel met bij-sparen te compenseren.
Maar er moet niet alleen naar generaties gekeken worden, vindt Mei Li Vos. ‘Er zijn ook zware beroepen waarin mensen hun pensioen nu al niet halen. Bijvoorbeeld in de bouw of de verpleging.’ Ook kleine zelfstandigen kunnen de dupe worden. ‘Neem de freelancers, de zelfstandigen zonder personeel. Deze zzp’ers hebben na hun 60ste meestal geen volle orderportefeuille meer. En ze hebben meestal geen pensioen. De AOW is hun enige oudedagsvoorziening. Mijn eigen moeder was zzp’er. Die kreeg een enorme rust over zich toen ze AOW kreeg. Ze werkte overigens wel gewoon door.’
De sociale partners mogen nu een alternatief verzinnen voor verhoging van de AOW-leeftijd. Vos hoopt dat zij ook rekening houden met de generatie X. ‘Agnes Jongerius mag wel eens voor haar eigen generatie opkomen. Zij is toch uit 1960?’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.