Een verkeerde studiekeuze is de belangrijkste reden waarom vijftigduizend leerlingen per jaar voortijdig de school verlaten. Dat blijkt uit onderzoek.
Van de uitvallers zegt 20 procent te zijn gestopt omdat de studie tegenviel, dan wel omdat ze een verkeerde studiekeuze hadden gemaakt. Voortijdig schoolverlaten wordt door de politiek beschouwd als een van de grootste problemen in het onderwijs.
Het ROA baseert zich op een enquête onder 5.700 schoolverlaters, die in het najaar van 2007 werden ondervraagd. Vooral leerlingen van het vmbo en mbo vallen voortijdig uit. Van het laagste niveau van het mbo (het mbo-1) haalt zelfs 40 procent de eindstreep niet.
Ook op het vmbo zitten de uitvallers in de laagste opleidingen: de basisberoepsgerichte leerweg. Daar valt rond 3,5 procent van de leerlingen uit. Jongens stoppen er vaker mee dan meisjes, allochtonen vaker dan autochtonen.
Volgens onderzoeker Christoph Meng moet de studiekeuzeproblematiek ‘topprioriteit’ krijgen, vooral op de mbo’s. Meng: ‘We moeten leerlingen helpen met kiezen. En als ze fout gekozen hebben, moeten we ze zo snel mogelijk naar een nieuwe opleiding helpen.’
Volgens Meng moet niet worden toestaan dat de schoolverlaters een half jaar thuis zitten, ‘want dan is het risico groot dat ze nooit meer terugkomen op school.’
Hij vindt de suggestie van onderwijsminister Plasterk om opnieuw na te denken over het vroege tijdstip dat Nederlandse leerlingen moeten kiezen voor een bepaalde studie, terecht.
Meng: ‘Waarom moeten leerlingen in het vmbo al op hun veertiende kiezen voor de zorg of de techniek? Kan een veertienjarige überhaupt al kiezen? Of kiest die dan maar voor techniek, omdat zijn vader ook in de techniek werkt?’
De problematiek van de studiekeuze speelt niet op elke school in gelijke mate. De verschillen zijn zelfs opvallend groot, zegt Meng. Om dat te onderzoeken heeft hij zijn enquête onder uitvallers gelegd naast een jaarlijkse enquête onder afgestudeerden.
Dat leverde een verrassend resultaat op. Meng: ‘Je zou verwachten dat er meer leerlingen uitvallen op opleidingen die moeilijk worden gevonden, maar het tegendeel is het geval. Op opleidingen waar de examens moeilijk worden gevonden en het onderwijs pittig en uitdagend, vallen minder leerlingen uit vanwege keuzeproblemen.’
Ook op opleidingen waar de afgestudeerden tevreden zijn met de kwaliteit van de docenten, de manier van examineren en de kwaliteit ervan, zijn heel weinig uitvallers. Volgens Meng is het verband heel sterk. Hij noemt het een wisselwerking. ‘Als de school meer van de leerlingen vraagt, gaan ze harder werken en hun opleiding leuk vinden.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.