*

 

'Gentleman' Van der Stoel streed geduldig, maar vastberaden voor vrijheid

Anet Bleich − 24/04/11, 08:38
© anp

vk ACHTERGROND Voor Max van der Stoel (24 augustus 1924 - 23 april 2011) vormden vrijheid en mensenrechten een onverbrekelijk geheel. Zijn hele volwassen leven lang zag hij het als zijn taak om daarvoor op te komen.

  • Van der Stoel met Henry Kissinger (r) in 1976
    Van der Stoel met Henry Kissinger (r) in 1976 © anp
  • 1991
    1991 © anp
  • Minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel schudt de hand van de Chinese premier Tsjoe En Lai tijdens een bezoek aan China in 1975.
    Minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel schudt de hand van de Chinese premier Tsjoe En Lai tijdens een bezoek aan China in 1975. © anp
  • © anp
Als volksvertegenwoordiger en minister van Buitenlandse Zaken streedt hij tegen rechtse en linkse dictaturen. Later, als Hoge Commissaris voor de Minderheden van de Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa (OVSE)  reisde hij letterlijk stad en land af om met name Oost-Europese regeringen ertoe te bewegen hun nationale minderheden fatsoenlijk te behandelen.
 
De oud-bewindsman, in 1991 benoemd tot minister van Staat, kreeg in het vroege voorjaar van 2001 het verzoek van toenmalig premier Wim Kok om Jorge Zorreguieta, de vader van prinses Máxima, zover te krijgen om weg te blijven bij het huwelijk van zijn dochter en Willem Alexander. Het leidde tot intensieve en emotionele discussies over de aard van het Argentijnse Videla-regime en de rol van Zorreguieta. Maar een even kalme als vastberaden Van der Stoel wist zijn koppige gesprekspartner uiteindelijk te overtuigen. Alweer een opgave waarvoor hij met vlag en wimpel was geslaagd.

Sociale gevoel

Max van der Stoel was enig kind van de huisdokter in Voorschoten, tegenwoordig een welvarend villadorp, maar in de jaren dertig van de vorige eeuw geteisterd door crisis en armoede. Als Max met z'n vader mee mocht op ziekenbezoek, kon hij de ellende met eigen ogen zien. Het deed zijn sociale gevoel al vroeg ontwaken.

Zijn belangstelling voor politiek werd eveneens op jonge leeftijd gewekt. Een van zijn vaders patiënten, Marinus van der Lubbe, stak in 1933 de Rijksdag in brand, bij wijze van protest tegen de nazi's. De Duitse inval in mei 1940 bezorgde Van der Stoel, volgens zijn medewerker (bij de OVSE) en vriend Frans Timmermans 'het allesoverheersende gevoel: hoe kan dat nou, dat die lui hier zonder onze toestemming komen en ons onze vrijheid afnemen.'
Dit zou het grondmotief in zijn politieke leven blijven. Vergelijkbare gebeurtenissen, zoals de Sovjet-inval in Hongarije en Tsjecho-Slowakije,  konden hem razend maken.

'Daar is die rooie hond'

Direct na de oprichting van de PvdA in februari 1946 werd Van der Stoel lid. Hij was toen al bijna meester in de rechten, maar knoopte er nog een tweede - meer sociologisch getinte - studie aan vast. Hij was zowel lid van het Leidse Studentencorps als van de socialistische studentenvereniging Politeia waar hij het tot internationaal secretaris en voorzitter bracht. Als hij de corpssociëteit Minerva binnenstapte, mompelden zijn dispuutgenoten goedmoedig: 'ha, daar is die rooie hond'.

Van Politeia waar hij ook zijn aanstaande ontmoette, voerde zijn politieke weg via de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, en de Senaat naar de Tweede Kamer. In 1965 werd hij in het kabinet Cals/Vondeling staatssecretaris op Buitenlandse Zaken onder Josef Luns. De verstandhouding met Luns was niet slecht, die met de ambtelijke top in het begin erbarmelijk.

Voor de hoge ambtenaren op BZ was hij de eerste 'rooie', die ze van dichtbij meemaakten. Bij zijn aantreden zei de secretaris-generaal hem recht in het gezicht: 'Wij hebben ons tot het uiterste tegen uw komst verzet'.
 
Glorietijd
Van der Stoels glorietijd brak aan met het kabinet-Den Uyl waar hij minister van Buitenlandse Zaken was. Hij genoot het volle vertrouwen van de premier, die hij bij de WBS had leren kennen. Die steun had hij ook nodig, want met Nieuw Links en vooral met de uit die groep voortgekomen partijvoorzitter André van der Louw was de verhouding zeer gespannen.

De Nieuw Linksers vonden het moeilijk te pruimen dat Van der Stoel in de communistische DDR niet 'het betere Duitsland' zag en dat hij Nederland binnen de NAVO wilde houden. Van der Stoel was ook al geen aanhanger van de vredesbeweging, die in de PvdA veel weerklank vond met haar leuze: 'alle kernwapens de wereld uit, te beginnen uit Nederland'. Links in de PvdA verdacht hem ervan een 'schoothond van Amerika' te zijn. 

Gentleman

Pas na de val van de Muur in 1989 verdween die spanning. Het tekent de gentleman die Van der Stoel was, dat hij zich over zijn historisch gelijk wat betreft het communisme nooit triomfalistisch heeft geuit. Hij vond het 'wel prettig' dat velen zijn gelijk achteraf erkenden en hij was verguld met de gouden speld van de PvdA die hij in de jaren negentig alsnog kreeg uitgereikt.

Overigens zou een minister uit Estland hem in de jaren negentig uitmaken voor 'agent van Moskou', omdat hij de euvele moed had erop te wijzen dat ook Russische burgers van Estland rechten hadden.

Griekenland
Tijdens het kabinet-Den Uyl smaakte Van der Stoel het genoegen het rechtse kolonelsbewind in Griekenland te zien vallen. Sinds het aan de macht komen van de kolonels had hij met hart en ziel campagne tegen hun dictatuur gevoerd, binnen de Raad van Europa en als minister ook binnen de NAVO, waar hij het ondemocratische karakter van de lidstaten Griekenland en Portugal openlijk hekelde, iets wat daar nooit eerder was gebeurd.

Even actief toonde hij zich bij het ondersteunen van de Tsjechische groep Charta 77, die het door Rusland geïnstalleerde bewind opriep de mensenrechten te respecteren. Tijdens een officieel bezoek aan Tsecho-Slowakije ontving hij de filosoof Jan Patocka, woordvoerder van Charta.   Charta kon zich beroepen op de Akkoorden van Helsinki, waarin naast het respecteren van de bestaande grenzen in Europa ook eerbiediging van de mensenrechten was vastgelegd. Namens Nederland had Van der Stoel daarin een werkzaam aandeel.

Dossierkennis
Max van der Stoel was een uitstekend diplomaat, die uitblonk in dossierkennis, geduld en vasthoudendheid. Hij was tot op hoge leeftijd vaak op pad en genoot internationaal veel waardering. Hij was een sober mens en hij had een droge humor.

Dat wordt geïllustreerd in een dagboek dat hij in april 1996 bijhield over een reis als Hoge Commissaris naar Oezbekistan en Kyrgyzstan. 'Om half zes staat opnieuw een uitgebreid diner voor ons klaar in de VIP-room van het vliegveld van Osh. Nadat we ons manmoedig ook daar doorheen hebben geslagen (vooral de derde portie van het vette rijstgerecht met de toepasselijke naam 'plof' ligt zwaar op de maag) ontvangt een onberispelijke Zwitserse stewardess ons aan boord van het vliegtuig met een uitgebreide hoeveelheid snacks en zoutjes. Nauwelijks zijn we om half 8 in ons hotel in Bishkek aangekomen of onze nieuwe gastheren vertellen ons dat het diner reeds is besteld. (...) Het probleem schuilt overigens niet alleen in de hoeveelheid eten, maar ook in de wodka-consumptie. Naar Russisch voorbeeld brengt iedere disgenoot een toast uit, vergezeld met de uitnodiging het glas tot de bodem te ledigen. In 5 uur tijd heb ik aldus 15 toasts moeten aanhoren, terwijl ik zelf 3 tegentoasts heb uitgebracht.' En dan toch aldoor met rechte rug overeind blijven.
mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />