*

 

'Redelijk rechts' vernietigt zichzelf

Frans Leijnse − 21/08/10, 00:00

Historische metaforen zijn soms verhelderend, maar ze hebben zelden verklaringskracht. Zo leert de politiek van het katholieke Zentrum in de laatste maanden van de Weimarer republiek (1932) ons veel over de manier waarop de nationaal-socialisten aan de macht zijn gekomen, maar hoegenaamd niets over de worsteling die het CDA momenteel...

Toch zijn historische analyses van groot nut voor ons maatschappelijk begrip. De studie bijvoorbeeld van de Amerikaanse historicus Robert Paxton, De Anatomie van het Fascisme, laat zien dat het fascisme minder ver van ons af staat dan we graag denken. Zonder geremd te worden door Europese oorlogsemoties analyseert Paxton de voor- en na-oorlogse (neo-) fascistische bewegingen op hun belangrijkste politieke daden. De door hem benoemde negen ‘activerende hartstochten’ gelden sindsdien als objectieve standaard voor de typering van het fascisme. Om er een paar te noemen: een gevoel van overweldigende crisis waar geen traditionele oplossingen voor zijn; het geloof dat de eigen groep geslachtofferd wordt, wat elke daad tegen in- en externe vijanden rechtvaardigt, en de vrees dat de groep door buitenlandse invloeden zal verzwakken; de noodzaak voor een hechtere integratie van een zuiverder gemeenschap; de behoefte aan gezag door natuurlijke leiders, culminerend in een nationale leider, wiens instinct gaat boven de abstracte en universele rede; en het recht van het uitverkoren volk om anderen te domineren.

Fascistische politiek kenmerkt zich dus door sterke accenten op de zuiverheid van de ‘eigen groep en haar cultuur’, op de bedreiging daarvan door externe (buitenlanders) en interne (‘Links’) vijanden, op de noodzaak tot zuivering van de gemeenschap, op de terechte verongelijktheid van de eigen groep (slachtofferschap) en op de belichaming daarvan door één leider.

Het gedachtengoed van de Partij voor de Vrijheid (PVV) laat zich niet in één zin samenvatten. Wel kan op grond van herhaalde uitingen een patroon worden vastgesteld. Daarin is er slechts één leider die namens de partij spreekt. De PVV kent geen leden, kaderleden of bestuurders en wordt bestuurd volgens het ‘leidersprincipe’. De partijvoorman profileert zich tevens als enige woordvoerder van alle Nederlanders die in hun cultuur en samenleving slachtoffer dreigen te worden van een van binnen en buiten komend kwaad.

De interne vijand wordt gekarakteriseerd als de Linkse kerk , en het opmerkelijke is dat dit niet zozeer een politieke tegenstander is als wel een samenzwering tegen de Nederlandse samenleving. Sterker nog geldt dit voor de externe vijand, hier de islam die onze westerse cultuur en samenleving in de kern bedreigt. Dit omdat de islam ‘geen godsdienst is maar een totalitaire ideologie’, zodat ‘een gematigde islam niet bestaat’ en dus ‘iedere moslim drager is’ van een onze samenleving bedreigende totalitaire ideologie. Om die reden moet het heilige boek ‘de Koran worden verboden’, mag ‘er geen moskee meer bijkomen’ en dienen op korte termijn ‘miljoenen moslims uit Europa te worden uitgezet’, terwijl ‘personen uit moslimlanden Europa niet meer binnen mogen komen’.

Deze standpunten zijn letterlijk terug te vinden in het verkiezingsprogramma van de PVV en in uitingen van haar leider, onder andere in een op 13 juni 2009 door de Deense televisie uitgezonden interview. Het is niet moeilijk hierin een patroon te zien dat overeenkomt met een aantal van Paxton’s ‘activerende hartstochten’. Er is het slachtofferschap van de eigen groep, de oorspronkelijke Nederlanders en hun cultuur, er zijn de interne en externe vijanden van het volk tegen wie ieder middel gerechtvaardigd is, er is de zuivering van de volksgemeenschap door immigratiestop en uitzetting, er is de generalisatie van het vijandbeeld in een homogene etnische of religieuze groep (de zondebok), en er is de minachting voor traditionele wettelijke en morele standaarden, zoals artikel 1 van de Grondwet en het Europees recht die de voorgestelde aanpak van de vijanden in de weg staan.

Op grond hiervan kan er weinig twijfel bestaan dat Paxton de PVV tot de (neo-)fascistische bewegingen zou hebben gerekend. Maar wat zegt dat over haar geschiktheid om binnenkort tot een parlementaire meerderheidscoalitie toe te treden en daarmee in politiek opzicht deel uit te maken van de Nederlandse regering? Weinig, vrees ik. Feit is dat twee grote traditionele regeringspartijen, VVD en CDA, hierin geen belemmering zien. Zij spreken in de verklaring van 30 juli van het ‘accepteren van elkaars verschil van inzicht over het karakteriseren van de islam als religie of (politieke) ideologie’. Dit impliceert echter de acceptatie van de tegengestelde mening als legitiem: men kan met een illegitieme of moreel onaanvaardbare opvatting immers geen ‘geaccepteerd meningsverschil’ hebben maar er slechts tegen strijden. De leider van de PVV heeft dan ook gelijk als hij deze verklaring interpreteert als een legitimatie van zijn opvattingen en een uitnodiging om deze vrijelijk en in onversneden termen overal te blijven uiten.

De vorm die het informatieproces nu heeft aangenomen wekt de verwachting dat op dit patroon zal worden voortgegaan. Principiële vragen over grondrechten, godsdienstvrijheid en de eerbiediging van minderheidsrechten, immigratie- en integratiebeleid, etnische en religieuze discriminatie en gelijkheid voor de wet zullen worden vermeden of gevangen in neutraliserende karakteriseringen als ‘acceptabel meningsverschil’. Dit lijkt echter voor een deel van het CDA geen begaanbare weg, omdat men Wilders’ opvattingen op geen enkele manier wil legitimeren, ook niet passief. Om vertrouwen te wekken zou de PVV, als onderdeel van de regerende coalitie, uitdrukkelijk afstand moeten nemen van haar discriminerende standpunten. De enkele mededeling dat men zelf vindt dat ‘dit geen discriminatie is maar vrijheid van meningsuiting’, of dat men ‘overigens niets tegen moslims heeft’ kan daarbij gezien die standpunten niet volstaan.

Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat de PVV bijdraait. Juist op de genoemde standpunten is haar electorale macht gebaseerd; tijdelijke parlementaire macht en invloed zijn secundair. Gezien het extreme karakter kunnen bewegingen als de PVV hun programma alleen verwezenlijken als zij absolute macht verwerven. In de relatieve macht van coalitie- en compromissenpolitiek valt voor Wilders niets te winnen. De PVV is voor de komende jaren dan ook uitsluitend geïnteresseerd in een zo groot mogelijk platform om haar opvattingen uit te dragen en gelegitimeerd te krijgen om zich daarmee blijvend te vestigen als grootste electorale en politieke macht op rechts. Dat kan uitstekend in de speciale formule van regeringspartij in een gedoogpositie, die alle politieke vrijheid geeft.

Het is die politieke vrijheid voor de PVV die de komende rechtse coalitie zo ongeloofwaardig maakt. CDA en VVD aanvaarden en legitimeren in zo’n coalitie niet alleen een aantal uiterst dubieuze opvattingen over onder meer de rechtsstaat en de godsdienstvrijheid. Zij bieden ook hun grootste electorale concurrent volstrekt vrij baan om hen bij de volgende verkiezingen definitief te verslaan. Rechts kan dan alleen verder regeren onder leiding van de PVV, die zijn programma onverkort zal uitvoeren. Of het moet zijn dat inmiddels een verenigde centrum-linkse meerderheid is ontstaan die de macht kan overnemen. In beide scenario’s wordt er van christen-democratisch en liberaal ‘redelijk’ rechts weinig meer vernomen. Door in te zetten op rechtse polarisatie, en daarbij bijzonder weinig kieskeurig te zijn, heeft het politieke midden dan zichzelf vernietigd.

mailIcon print |