Dankzij een overvolle orderportefeuille kan de Nederlandse scheepsbouw nog even vooruit. Maar veel werven hebben al een jaar geen nieuwe opdrachten gekregen. ‘Nu zijn wij aan de beurt.’
Bij Barkmeijer Shipyards in het Friese gehucht Stroobos lijkt de mondiale crisis in de scheepvaart ver weg; het barst er van de bedrijvigheid. In de donkere scheepsloods daalt op tal van plaatsen een vonkenregen neer. Stukken staal worden aan elkaar gelast om uiteindelijk te eindigen als 130 meter lange scheepsrompen.
‘We kunnen nog tot halverwege 2011 vooruit’, zegt directeur Jos de Groot, terwijl hij een rondleiding geeft over de werf waar al sinds 1850 schepen worden gebouwd. ‘We zijn hier ooit begonnen met Skûtsjes, tegenwoordig bouwen we alleen zeeschepen’, aldus De Groot, die gekleed gaat in een blauwe schipperstrui. Buiten op de helling ligt een schip dat binnenkort te water wordt gelaten.
Via het Prinses Margrietkanaal worden afgebouwde schepen naar open water gevaren. Dat gaat volgens De Groot niet zonder hindernissen. ‘Omdat we tal van bruggen passeren, moeten we vaak alle uitstekende delen eraf halen en op een ponton achter het schip meevaren. In Lemmer zetten we alles er weer op.’
Dat de werf, waar 250 mensen werken, voorlopig nog genoeg orders heeft, betekent niet dat directeur De Groot in een comfortabele positie zit. Het bedrijf wordt toch nog hard geraakt door de economische crisis. En door toenemende concurrentie uit met name China.
‘We hebben sinds 2008 geen nieuwe orders meer gekregen. We teren nu nog op opdrachten uit het verleden. Om de werf draaiende te houden, moet er snel iets gebeuren. Gelukkig zit er wel een en ander in het vat’, aldus De Groot.
De scheepsbouw wordt als een van de allerlaatste industrieën inmiddels getroffen door de wereldwijde crisis. ‘Nu zijn wij aan de beurt’, zegt Martin Bloem het on-omfloerst. Hij is directeur van brancheorganisatie Scheepsbouw Nederland.
Tot eind 2008 stroomden de orders bij scheepswerven volgens hem binnen. ‘Er was wereldwijd een tekort aan werfcapaciteit en reders anticipeerden daarop door flink vooruit te bestellen. Daardoor hebben de werven nu nog volop werk. Maar schijn bedreigt.’
Volgens Bloem hebben de meeste scheepbouwers het afgelopen jaar geen enkele nieuwe order gekregen. ‘De situatie is zeer zorgwekkend’, aldus Bloem, die een sector vertegenwoordigt waar 40 duizend mensen werkzaam zijn en die in 2009 een omzet van 8,7 miljard euro behaalde.
‘Het komende half jaar wordt heel spannend. Als er geen nieuwe orders binnenkomen, gaan bedrijven in de problemen komen. Nu al worden steeds vaker tijdelijke krachten naar huis gestuurd. Gelukkig zien we weer wat beweging in de markt ontstaan, hopelijk komen daar nieuwe orders uit’, zegt Bloem.
Ook al trekt de vraag de komende maanden aan, het zal niet kunnen voorkomen dat de Europese scheepsbouw harde klappen krijgt, denkt Kommer Damen, directeur van Nederlands grootste scheepswerf, Damen Shipyards. Hij verwacht dat de helft van de Europese werfcapaciteit binnen drie jaar voor de bijl gaat, zei hij vorige maand op het symposium Rotterdam Maritime Industry.
Damen, die ook voorzitter van de brancheorganisatie van Europese Scheepsbouwers is, ziet geen toekomst meer voor werven die zich toeleggen op de bouw van grote bulkcarriers en containerschepen. Die werven bevinden zich vooral in Duitsland, Kroatië, Spanje, Italië en Finland. De vraag naar dit soort schepen is ingestort en daarnaast is er grote concurrentie uit Azië.
Damen denkt dat Nederland relatief veel minder hard geraakt wordt, omdat werven hier gespecialiseerd zijn in hoogwaardige zeejachten of specialistische zeeschepen voor de bagger- en offshore-industrie.
Een bewijs daarvoor wordt geleverd op de werf van IHC Merwede in Sliedrecht. In een tientallen meters hoge scheepsloods wordt gewerkt aan twee baggerschepen voor het Chinese baggerbedrijf Sinohydro.
‘Dit zijn complexe schepen om te bouwen. Daarin is Nederland heel goed. Wij bouwen zelf ook schepen in China, maar daar kan zoiets als dit niet geproduceerd worden’, zegt Goof Hamers, directeur van IHC Merwede, terwijl hij uit zijn kantoor naar de loods wijst waar de schepen voor Sinohydro worden gebouwd.
IHC Merwede is wereldmarktleider in baggerschepen en na Damen Shipyards de grootste scheepsbouwer van Nederland. ‘We ondervinden absoluut hinder van de economische crisis. De orderontvangst is in 2009 met de helft gedaald tot een half miljard euro. Gezien de marktomstandigheden helemaal geen beroerd resultaat’, vindt Hamers.
Vooral vanuit Azië en het Midden-Oosten blijft vraag bestaan naar bagger- en offshoreschepen. ‘De kunst is om die opdrachten binnen te slepen. Want de concurrentie neemt fors toe. Werven die tot voor kort containerschepen bouwden maar waar de orders zijn opgedroogd, richten nu hun vizier op bijvoorbeeld de baggermarkt, waar nog wel leven in zit.’
Helemaal gerust is Hamers er niet op dat, zoals voorheen, gekozen wordt voor Nederlandse kwaliteit en ervaring. ‘Ik maak me wel zorgen. De prijsverschillen zijn soms erg groot. Klanten weten dat en spelen dat gegeven goed uit. Ik hou er rekening mee dat ons bedrijf kleiner wordt. Maar we bestaan al vierhonderd jaar en daar komen nog vele jaren bij.’
In het Friese Stroobos blijft scheepsbouwer De Groot van Barkmeijer intussen hopen op nieuwe opdrachten. ‘Ik maak me wel zorgen over de Chinese concurrentie. In tien jaar tijd is daar een volwassen scheepsbouwindustrie ontstaan. Een paar jaar terug lachten we nog om hun kwaliteit. Maar dat lachen is iedereen wel vergaan. Ze leren snel, die Chinezen.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.