Frankrijk heeft kennelijk eisen gesteld waaraan moederbank Landsbanki niet voldeed.
President Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB) blijft erbij dat hij geen andere keus had dan de IJslandse bank Landsbanki tegemoet te komen, omdat de Europese regelgeving hem geen andere ruimte bood. De Fransen zijn aan dezelfde regels gebonden, maar zij wierpen wel een blokkade tegen Icesave op.
De maas in de wet die Frankrijk heeft gebruikt, is het depositogarantiestelsel. Zowel de Icesave-onderzoeker Edgar du Perron als de IJslandse ex-minister Björgvin Sigurdsson hebben dat donderdag bevestigd. De Europese regels maken het lidstaten van de Europese Economische Ruimte (EER) inderdaad erg moeilijk banken uit andere lidstaten te weren. Maar de internationale richtlijnen over de depositogarantiestelsels, de nationale waarborgfondsen die spaarders schadeloos stellen als banken failliet gaan, zijn veel minder strikt. Du Perron concludeerde dat al in het rapport De bevoegdheden van De Nederlandsche Bank inzake Icesave dat hij vorig jaar voor de Tweede Kamer opstelde.
Als een bank spaargeld wil aantrekken in een ander EER-land, moeten de centrale banken van beide landen hun depositogarantiestelsels op elkaar afstemmen. Ze spreken dan af wie voor welk deel van de schade opdraait als de buitenlandse bank omvalt en hoe de afwikkeling van de schadeclaims moet plaatsvinden.
Afstemming is ook noodzakelijk omdat er vaak verschillen bestaan tussen de hoogte van de garanties van depositogarantiestelsels. Voor de kredietcrisis was de maximumvergoeding in IJsland 20.887 euro (het Europese minimum), in Nederland 38 duizend euro en in Frankrijk 70 duizend euro.
Landsbanki had daardoor in Nederland een concurrentienadeel. Mensen die bij een Nederlandse bank spaarden, zouden bij een faillissement immers 38 duizend euro terugkrijgen, en Icesavespaarders die onder het IJslandse garantiestelsel vallen, maar 20.887 euro. Om dat concurrentienadeel te ondervangen, heeft Landsbanki in Frankrijk en Nederland om een zogenoemde ‘topping up’ gevraagd. Dat betekent dat het gastland het minder riante depositogarantiestelsel van de buitenlandse bank aanvult tot de binnenlandse norm. Europese bankenrichtlijnen bepalen dat het gastland altijd moet meewerken aan een ‘topping up’ als een bank uit een andere EER-lidstaat daarom vraagt. Nederland en Frankrijk mochten Landsbanki die ‘topping up’ dus niet zomaar weigeren.
Wat wel mag, is voorwaarden stellen. De richtlijn is vaag over welke voorwaarden dat mogen zijn. Frankrijk heeft kennelijk eisen gesteld waar Landsbanki niet aan kon of wilde voldoen.
Wellink koos ervoor Landsbanki het voordeel van de twijfel te geven en geen lastige voorwaarden te stellen. Du Perron concludeert in zijn Icesave-rapport dat ‘DNB feitelijk de mogelijkheid had Landsbanki minder welwillend te behandelen dan zij heeft gedaan’. DNB had de procedure op zijn minst kunnen vertragen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.