Google is de censuur van Peking beu. Het bedrijf dreigt het land met de meeste internetgebruikers te verlaten.
Wie in China een lucratief internetbedrijf in de lucht wil houden, moet bereid zijn diep te buigen voor autoritaire regels. Het Amerikaanse Google probeerde het enkele jaren: de grootste zoekmachine ter wereld paste, onder druk van de Chinese regering, tegen zijn principe (‘do no evil’) censuur toe op zoekopdrachten.
Het was een bibberige poging om voet aan de grond te krijgen in China, met zo’n 350 miljoen internetgebruikers een reusachtige advertentiemarkt. Dinsdag besloot de directie echter dat een grens was bereikt in de buigzaamheid.
Directe aanleiding: inbraak in de gmail van internationale en Chinese mensenrechtenactivisten. Volgens Google waren de aanvallen zeer professioneel van aard en afkomstig uit China.
De verdenking is dat internetspecialisten van de Chinese geheime dienst erachter zitten. Peking verklaarde vorig jaar dat de veiligheidsorganen van de staat veel meer investeren in cyber warfare, het verstoren van internet- en satellietverbindingen. Leger en veiligheidsdiensten werven sinds kort gericht onder it-studenten op de voornaamste universiteiten.
Google heeft Peking op een unieke wijze uitgedaagd. Volgens David Drummond, juridisch directeur van de in Californië gevestigde internetgigant, zal Google.cn geen censuur meer toepassen, en is het aan de regering om dat te accepteren of niet. Grijpt Peking in, dan vertrekt Google, dat zo’n 700 werknemers in China telt.
Wordt het dreigement uitgevoerd, dan betekent het vrijwel zeker het einde van de activiteiten in China. De financiële schade voor Google is onbekend, maar ernstig kan het niet zijn. De Amerikanen zijn in China slechts bescheiden spelers op de zoek- en advertentiemarkt. De bulk van de handel, meer dan 70 procent, is in handen van Chinese zoekfirma’s als Baidu.
Voor Peking betekent het vertrek van een bedrijf als Google wel gezichtsverlies. Maar weinigen in de leiding van de communistische partij zullen er wakker van liggen. De autoriteiten zijn voortdurend bezig met campagnes om het internet onder controle te houden. Zonder Google wordt dit alleen maar makkelijker. De Chinese regering leek woensdag verrast door de aankondiging van Google. Een regeringswoordvoerder verklaarde tegen staatspersbureau Nieuw China dat Peking nadere informatie afwacht. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Clinton liet weten dat Washington om opheldering heeft gevraagd over de hacker-aanvallen, die in december werden uitgevoerd.
Volgens de Google-directie ging het om een gecoördineerde reeks ‘uiterst deskundige’ inbraken. Er bleek spionagesoftware binnengesmokkeld om de communicatie van bepaalde gebruikers te kunnen volgen. Volgens Google zouden nog zo’n 20 andere bedrijven soortgelijke binnendringers uit China hebben geregistreerd.
In de Chinese mediawereld is het dreigement van Google met teleurstelling ontvangen. Veel Chinese journalisten gebruiken de handige toepassingen die Google.cn biedt, tot de staf van persbureau Nieuw China aan toe. Het staatsagentschap haalde prof. Gua Ke van de Shanghaise Universiteit voor Internationale Studies aan. Die zei dat het ‘bijna onmogelijk’ is dat Google China echt de rug toekeert. Het conflict is ‘een herinnering aan de regering dat internettoezicht gematigder en slimmer zou kunnen worden toegepast’, aldus Gua. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch prees Google. Pikant is dat China’s grootste zoekmachine Baidu meldde dat ze dinsdag ook slachtoffer was van een forse hackaanval. Voor het eerst in haar 11-jarig bestaan moest Baidu enkele uren uit de lucht. De aanvallen zouden uit de VS komen. Wie Baidu aanklikte, kreeg een tekst van de ‘Iranian Cyber Army’, een hacker die ook Twitter in de VS even lamlegde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.