Van Lanschot-topman gelooft dat banken zoals ze nu zijn, straks niet meer bestaan.
De kredietcrisis heeft Floris Deckers hard aan het denken gezet. De bestuursvoorziter van Van Lanschot Bankiers, de sjieke bank voor rijke mensen en familiebedrijven, probeert te analyseren wat hem en de hele financiële sector is overkomen. Het valt de bankier niet mee dat met enige afstand te doen. ‘Want na dertig jaar hosanna, krijgen we nu minstens twee rotjaren, 2008 én 2009.’
De kredietcrisis is verantwoordelijk voor die rotjaren. Bankiers staan in die crisis in de frontlinie, bedacht de Tweede Kamer. Dus werden Deckers (58) en acht andere bankiers eind november ontboden voor een hoorzitting in het parlement. Belangrijkste vraag van de volgens Deckers slecht voorbereide en niet altijd even deskundige Kamerleden aan bankiers: ‘Wilt u alstublieft het boetekleed aantrekken voor deze crisis?’
Bankiers zitten volgens Deckers echter veel meer in een vrouwen-en-kinderen-eerstmodus, dan dat ze eens uitvoerig gaan reflecteren op wat ze zelf al dan niet fout hebben gedaan.
Vooruit kijken
En waarom zouden ze ook, vindt Deckers. Veel belangrijker is dat ze vooruit kijken. Dat we doordenken welk inzicht de kredietcrisis geeft over de rol van banken. Hoe komen die er in toekomst uit te zien? ‘Totaal anders’, weet Deckers. De universele bank, zoals die ook in Nederland bestaat, dus met een beleggings- en investeringstak, met verzekeraarsactiviteiten én met sparen en lenen voor gewone rekeninghouders, die bank heeft de facto afgedaan.
‘Universele banken’, zo begint de redenering van Deckers, ‘zijn nauwelijks meer te besturen. Bij sommige werken honderdduizenden mensen. Met zo’n grote bank is het begrijpelijk dat bijvoorbeeld een raad van bestuur ondanks allerlei waarborgen niet meer weet wat zijn investment-bankdochter in Amerika precies doet.’ Daardoor komen zaken op de bankbalans te staan, waarvan maar heel weinig bankmedewerkers weten welke waarde ze precies hebben.
Verzekering
In Deckers bank van de toekomst horen ook verzekeringen niet thuis. ‘Vroeger dachten mensen dat de bank- en verzekeringsactiviteiten complementair waren, omdat een verzekeraar profiteert van een hoge rente en een bank van een lage.’ Elke grote bank heeft nu een verzekeringstak. ‘Maar in de huidige extreme omstandigheden is dat dempende effect er niet meer. Nu trekken beide activiteiten elkaar naar beneden.’
Een jaar of drie geleden besefte Deckers dat zijn blikveld als bankier decennialang te beperkt was geweest. Dat krijg je als je jaar in jaar uit winst maakt. ‘Ik keek naar hoe de in mijn ogen 150 beste bankiers het deden.’ Die beschouwden banken als normale bedrijven, waaraan je normale eisen kunt stellen, namelijk een stevige winst voor de aandeelhouders. ‘Maar een bank ís geen normaal bedrijf’, weet Deckers nu. ‘Een bank moet langs een heel andere meetlat worden gelegd. Want een bank heeft bijvoorbeeld met de conversie van spaargeld naar leningen ook een publiek belang, een maatschappelijke netwerkfunctie.’
Als een bankier dat accepteert, moet hij niet hooghartig doen tegen een overheid die hem, omwille van dat publieke belang, te hulp schiet met een vangnet. Van Lanschot besloot deze maand geen beroep te doen op die staatssteun, maar haalde 150 miljoen euro op bij beleggers. ‘Maar ik weet niet of ik ooit alsnog bij de overheid voor steun zal aankloppen.’
Steviger toezicht
Staatssteun, zegt Deckers, is in wezen onwenselijk, maar als de overheid dan eenmaal betaalt, bepaalt de overheid ook. Hand in hand daarmee gaat dat de overheid steviger toezicht wil houden op de banken. ‘Vervelend, zeker voor iemand die zoals ik zijn hele leven in deze sector heeft gewerkt, maar wel terecht.’
Als je een bank niet langer ziet als een normaal bedrijf, vervolgt Deckers zijn redenering, maar als een instelling met ook een publieke functie, dan verdwijnt daarmee de universele bank zoals die nu bestaat. Een bank met hart voor de publieke zaak gaat niet wild speculeren met de vlijtig verzamelde spaarcenten van kleine klanten. Zo’n bank zet een Chinese Muur tussen de traditionele activiteiten – sparen, lenen en betalen – en de tak waar geld met geld wordt verdiend. Dat vinden steeds meer bankiers, politici en bankklanten.
Statische verdedigingslinies
‘Niks Chinese Muur’, zegt Deckers. ‘Statische verdedigingslinies werken niet.’ De twee typen activiteiten binnen één bank kunnen in zijn ogen alleen gescheiden worden als er twee verschillende banken van worden gemaakt. ‘Dus een commerciële bank voor sparen en lenen – de oorspronkelijke raison d’être van een bank – waarvan een structureel lagere winst wordt geaccepteerd. En een investeringsbedrijf, al dan niet met een bankvergunning, waar met grotere risico’s kan worden gewerkt.
Geen muren dus, maar twee bedrijven. ‘Want over muren kun je heen klimmen en ze brokkelen af, net als de Chinese Muur. En dat moeten we nou net niet hebben.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.