*

 

Zo lek als een vergiet

Door: redactie − 14/11/08, 15:28

Het is niet zo’n heel spectaculair apparaat waarmee Peter van Halteren om half negen ’s avonds door een Amsterdamse voordeur naar buiten komt....

Van Halteren, projectmanager bij de Nijkerkse vestiging van het bedrijf Aero-Dynamiek, steekt de straat over en richt het apparaat op de verstilde appartementen waar hij net is uitgekomen. Een bakstenen muur van vier verdiepingen, vijf rijen ramen, sommige duister, sommige verlicht, alleen onderbroken door een enkel uitbouwtje van de Amsterdamse School. Verder niet veel bijzonders.

Maar op het schermpje van zijn camera verschijnt van alles. Zo zag je je huis nog nooit.

Een paarse vlek op een van de ramen. Groene vlakken tussen de vensters. Rode lijnen langs de uitbouw.

‘Dat is toch opvallend’, zegt Van Halteren.

‘Daar... daar zie je de radiator wel door de muur heen komen’, wijst zijn baas, Lucien Dop, die meekijkt, op een rode rechthoek onder een raam.

‘Die plek is 15 graden – die mensen stoken zich helemaal gek.’

De camera van Van Halteren is een soort nachtkijker, die aan de hoeveelheid infrarood straling merkt hoe warm de oppervlakken zijn waarop hij gericht is. Hij ziet waar niemand thuis is, welke auto’s al een tijdje voor de deur geparkeerd staan, waar mensen net gelopen hebben. In het glas van een huis op de begane grond ziet Van Halteren zijn eigen warmte weerspiegeld.

Daarnaast vertellen de kleuren met een nauwkeurigheid van nog geen tiende graad welke oppervlakken warmer zijn dan anderen, en dus waar duurgestookte energie naar buiten ontsnapt.

Thermografische opnamen, zoals ze heten, worden in de bouw gebruikt om te kijken of huizen en kantoren zijn opgeleverd zoals ze beloofd waren. Gebrekkige isolatie of een onbedoelde verbinding tussen binnen- en buitenmuur kunnen een ‘koudebrug’ veroorzaken, waarlangs de warmte naar buiten lekt – en kou naar binnen.

Handig om te weten, in tijden waarin de energietarieven stijgen.

De techniek kwam vorige winter in het nieuws toen de gemeente Nijmegen vanuit een vliegtuig een hele wijk op deze manier liet fotograferen. Mooie plaatjes, waarmee de gemeente klimaatbewust het nieuws haalde. Zo zou je kunnen zien welke huizen goed geïsoleerd waren en welke niet, was het idee.

Rood uitslaan
Maar zo makkelijk is het ook weer niet, zegt Van Halteren. Hij wijst op zijn camera op de muur met woningen, waarbij sommige rood uitslaan en andere niet. ‘Hieruit kun je niet veel meer concluderen dan dat die bewoner daar de verwarming hoger heeft staan dan zijn buurman. Als wij een kantoor doormeten, zorgen we ervoor dat alle ruimtes op dezelfde temperatuur geregeld worden. Wat je dan aan verschillen op de muur ziet, zijn de echte bouwkundige gebreken.’

Voor particulieren gaan ze soms ook op pad, zoals vandaag. Het is een goede dag voor een infraroodmeting: bewolkt, waardoor de zon de gevels en daken niet heeft kunnen opwarmen. ’s Avonds koelt het vrij snel af, waardoor het verschil tussen de warme lekken en de koele buitenlucht redelijk scherp zichtbaar is. Voor de zekerheid heeft de bewoner de thermostaat wat hoger gezet, om het contrast nog wat groter te maken.

Het valt mee. De kleuren zijn niet al te fel – zolang mensen hun raam dichthouden, komt er niet zo heel veel warmte naar buiten. Dubbel glas en isolatie van de muren hebben hun werk redelijk gedaan.

Maar dat is nog maar het begin.

‘Zeker zo belangrijk als isolatie is de lekdichtheid van een huis’, zegt Dop, directeur van Aero Dynamiek, die ook meegekomen is. ‘Je kunt nog zo goed isoleren, maar als de lucht ergens makkelijk binnenkomt, komt de kou ook makkelijk binnen.’

‘Het is alsof je een donzen winterjas aan hebt met de rits open’, zegt Van Halteren. ‘Dan heb je nog steeds last van de wind.’

Dus hebben ze meer bij zich dan alleen een infraroodcamera. Uit hun auto halen ze een langwerpige zak en iets wat op een grote trommel van een drumstel lijkt. Uit de zak komt een stalen frame, dat in de voordeur wordt geplaatst. Van Halteren hangt er een rood nylon doek uit, met een gat waar precies de trommel in past. Het blijkt een enorme propeller, die langzaam lucht naar binnen begint te blazen.

Afpersen, noemen de mannen dat. Ze gaan het huis afpersen.

Ofwel: ze zetten het huis onder druk. Opgeblazen als een fietsband moet het huis zijn lekken prijsgeven, doordat er lucht door naar buiten stroomt. Uitstromende lucht betekent dat het omgekeerde ook mogelijk is – door deze gaatjes blaast de wind zijn kou naar binnen.

Binnen tien seconden is de gewenste druk bereikt. ‘Hm, valt me mee’, zegt Dop. Hij komt wel eens huizen tegen, uit de jaren vijftig maar ook uit de jaren twintig, zoals deze, die zo lek zijn als een vergiet. Dan kan de proppeller blazen wat hij wil, maar een echt platte fietsband krijg je met geen mogelijkheid opgepompt.

Gespecialiseerd in afpersen
Het is maar 10 pascal, die extra druk. Slechts een honderdste procent bovenop de normale druk. Toch merk je het al, als je de kamerdeur probeert open te trekken: alsof iemand er licht tegenaan staat te leunen. ‘Meestal gaan we naar 60 pascal’, zegt Van Halteren, gespecialiseerd afperser. ‘Dan vliegt de lucht echt door de kieren – ongeveer vergelijkbaar met windkracht 5, die van alle kanten op het huis staat.’

Dan gaat hij weer naar buiten, met zijn infrarood-camera, om opnieuw opnamen van het huis te maken. In de hoeken van sommige kozijnen – net nog niks aan de hand – zijn nu vurige winkelhaakjes te zien.

Hij loopt weer terug naar binnen en steekt een soort zwavelstokje aan. De rook kringelt rustig, als van een sigaar, tot het stokje bij een verdachte hoek van een kozijn wordt gehouden. De krullende rook wordt ineens rechtgetrokken, als water bij een een stroomversnelling. Bij de rand van het parket: idem dito. Toch maar plinten leggen.

Het zijn maar kieren, zegt Van Halteren, gaatjes van een paar vierkante millimeter. Maar opgeteld vormen die toch een gat misschien zo groot als een hand. ‘Dan kun je je wel voorstellen hoeveel kou daardoor kan ontsnappen.’ Bij een gemiddelde oudere woning is 30 procent energie te besparen door tochtgaten te dichten, schat hij.

Pas als er een geschil is
In Duitsland doen ze dit werk ook bij alle opgeleverde nieuwbouwwoningen, zegt Dop. De bouwers zijn verplicht te laten zien dat ze de normen halen. In Nederland zijn de normen er ook, maar hoeft niemand te laten zien dat ze echt gehaald worden. ‘Dan komen we pas in actie als er een geschil is.’

Goed, in Nederland willen ook steeds meer mensen weten of hun huis of kantoor een beetje energiezuinig is. En dan is het dichten van de gaten een goed idee, vindt Dop. Maar niet iedereen hoeft zo ingewikkeld te doen, met infrarood en andere hightec. ‘We moesten laatst bij een ministerie in Den Haag zijn. De ambtenaren klaagden dat het ’s ochtends altijd zo koud was, als ze aan het werk gingen. Dus wij komen daar en kijken door de infraroodcamera naar de gevel. Een heel regelmatig rood patroon. Bleken alle raampjes gewoon open te staan. Ben benieuwd of daar al die mooie klimaatdoelstellingen zijn bedacht.’

mailIcon print |