Ambities kunnen TNT niet worden ontzegd. Het concern wil het eerste post- en transportbedrijf ter wereld worden dat geen CO2 uitstoot.
Dat TNT goed bezig is, bleek vorig jaar. Toen werden de inspanningen van het concern beloond met een topnotering aan de Dow Jones Sustainability Index. TNT werd uitgeroepen tot het duurzaamste concern ter wereld.
Niettemin is de CO2 uitstoot van het concern dit jaar met bijna een kwart gestegen. Een van de redenen: het concern schafte twee Boeings 747 aan voor het transport van en naar China.
Het typeert de praktijk waarmee goedwillende bedrijven worstelen. Je kunt nog zo veel investeren in een lagere klimaatbelasting, als het de bedrijfsvoering schaadt, gaat de groei van de onderneming voor. In het geval van TNT heeft het concern weinig andere keuzen. Voor transport over lange afstanden is het grotendeels afhankelijk van vliegtuigen, en dat zijn, zoals bestuursvoorzitter Peter Bakker eerder zei, nu eenmaal ‘CO2-vulkanen’.
Maar door de uitbreiding van de vloot met die twee Boeings is het duurzame TNT in Nederland ineens het slechtst presterende jongetje van de klas. Geen enkel AEX-fonds boekte procentueel een grotere stijging dan de post- en transportonderneming.
Sterker: de meeste bedrijven met een notering aan de Amsterdamse effectenbeurs die rapporteren over hun CO2-uitstoot, wisten vorig jaar hun emissies terug te dringen. Met name de kleine zondaars doen het goed. De financiële sector – Fortis en ING voorop – voert de lijst aan met kloeke percentuele dalingen van ruim 30 procent.
Deze bedrijven hebben het relatief eenvoudig, omdat ze geen fysieke producten maken. Diensten zijn makkelijk ‘klimaatneutraal’ te maken door computers, verlichting en airconditionings in kantoren te laten overschakelen op groene stroom. Een compensatieprogramma – bijvoorbeeld door het planten van bomen of door het steunen van klimaatprojecten in ontwikkelingslandend – leidt dan al snel tot de claim dat een onderneming ‘klimaatneutraal’ is, zoals Fortis en ING doen.
De vraag is of deze aanpak helemaal eerlijk is. Door CO2-aflaatprogramma’s hoeven concerns niet langer te bezuinigen op vliegreizen en andere klimaatbelastende activiteiten omdat elders ter wereld wordt gecompenseerd. ING zegt echter te streven naar lagere uitstoot, door computers ’s avonds uit te zetten en minder te vliegen. ‘Pas daarna gaan we compenseren’, zegt een woordvoerster.
Dat economische groei mogelijk is zonder de uitstoot navenant te laten groeien, bewijzen enkele grote producenten uit de AEX, zoals DSM, Akzo Nobel en Unilever. Deze CO2-grossiers wisten in 2007 hun uitstoot met enkele procenten terug te dringen. Dat mag bescheiden lijken, zolang de vermindering niet het gevolg is van de verkoop van bedrijfsonderdelen en er daadwerkelijk energie-armer wordt geproduceerd, is hier sprake van een reële vermindering van de uitstoot van kooldioxide.
Helaas blijkt hier het ontbreken van een eenduidige manier van rapporteren zich te wreken. Veel bedrijven houden er een eigen wijze van berekenen van de CO2-uitstoot op na. Zo beschrijft Unilever in zijn jaarverslag de afname van de uitstoot van kooldioxide per ton vervaardigd product. Als die een daling laat zien, is weliswaar sprake van een efficiencyverbetering – voor dezelfde hoeveelheid product neemt de emissie van CO2 af –, maar het zegt niets over de totale daling van de uitstoot van het concern. Als Unilever de productie opvoert, nemen de netto-emissies toe. In dat geval heeft het klimaat alleen in relatieve zin geprofiteerd: als het bedrijf zijn oude productiemethode had gehandhaafd, was er nóg meer CO2 uitgestoten.
Ook Heineken volgt een dergelijke benadering. Het kijkt naar de uitstoot per geproduceerde hectoliter. Oneerlijk is deze manier van rapporteren ook weer niet, want het filtert bijvoorbeeld onevenredige stijgingen door overnamen uit. Heineken, dat dit jaar het Britse Scottish & Newcastle overnam, zou door die koop ineens zijn CO2- uitstoot fiks zien stijgen. In 2007 ging die door enkele overnamen ook al met 10 procent omhoog. De nieuwe bierfabrieken blazen immers hun eigen CO2 de atmosfeer in, waardoor het totaal van Heineken navenant toeneemt.
Als Heineken alleen totalen rapporteert, leiden overnamen tot een slechtere score, terwijl het bierconcern in zijn productieproces wellicht grote reducties heeft bereikt. Door te kiezen voor de uitstoot per geproduceerde hoeveelheid, wordt de invloed van overnamen weggefilterd.
Andere ondernemingen rapporteren slechts over een deel van hun uitstoot, zoals Ahold. Het supermarktconcern geeft over 2007 alleen cijfers over de uitstoot die te herleiden is tot het transport tussen filialen. Pas in 2009 zal Ahold een volledig rapport opstellen.
Hoewel er dus geen eenduidige norm wordt gehanteerd bij het rapporteren van de CO2-uitstoot, lijkt het erop dat beursgenoteerde bedrijven meer vooruitgang hebben geboekt dan niet-beursgenoteerde ondernemingen die hun CO2-uitstoot melden. De afname van AEX-fondsen bedraagt 5,7 procent over 2007, tegen een stijging van 6,8 procent van niet-beursgenoteerde ondernemingen.
Deze toename is voor een flink deel toe te schrijven aan het energiebedrijf Nuon, dat zijn uitstoot vorig jaar met een kwart zag stijgen tot 15,2 megaton CO2. Die toename heeft een eenvoudige oorzaak: het concern heeft meer elektriciteit geproduceerd. Doordat stroom nog altijd vooral wordt opgewekt met fossiele brandstoffen, leidt productiegroei tot een bijna lineaire toename van de emissies.
Dat de AEX-fondsen het zo goed doen, is voor een groot deel te danken aan Shell, dat vorig jaar megatonnen kooldioxide minder uitstootte. Maar ook als Shell buiten beschouwing wordt gelaten, nam de emissie van beursgenoteerde ondernemingen in 2007 met 3,7 procent af.
Shell, de grootste CO2-uitstoter in de AEX, zag de uitstoot in 2007 met 6 procent dalen. Het grootste deel van die besparing wordt echter veroorzaakt doordat het bedrijf een deel van zijn productie in Nigeria heeft stilgelegd. Daardoor wordt minder gas afgefakkeld dat bij de winning van olie vrijkomt, wat leidt tot een flinke CO2-afname.
Het zijn niet alleen de problemen in Nigeria die leiden tot lagere emissies. De afgelopen jaren heeft Shell het affakkelen met 60 procent verminderd, zegt een woordvoerder. Er zijn nu nog slechts vier locaties buiten Nigeria waar continu wordt afgefakkeld, wat neerkomt op 0,25 procent van de totale CO2-uitstoot.
Voor Shell ligt een nieuw gevaar op de loer. Bij de winning van lastige olie, zoals uit het Canadese teerzand, komt meer CO2 vrij. Net als bij TNT is het CO2-dilemma moeilijk op te lossen. Bij flinke groei van het bedrijf is het lastig de uitstoot van de broeikasgassen te beperken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.