Of de Britten het leuk vinden is de vraag, maar hun land begint voor andere Europeanen steeds meer te lijken op bijvoorbeeld Turkije: een goedkope bestemming om op vakantie te gaan....
De afgelopen maanden wordt het Britse pond op de valutamarkten heen en weer geslingerd als de munt van een fragiele opkomende economie. In de kranten stonden deze zomer nog veel tips over winkelen in New York. Voor een pond kreeg je toen nog 2 dollar. Luttele maanden later is dat nog 1,48 dollar, ofwel ruim 25 procent minder.
Ten opzichte van de euro maakt het pond al sinds vorig jaar een zwakke indruk, wat onder meer goed te merken is op de markt voor vakantiehuizen in bijvoorbeeld Spanje en Frankrijk. Daar is de vraag mede ingezakt nu de gretigste kopers, de Britten, merken dat hun geld aan de overzijde van het Kanaal minder waard is geworden.
Maar de afgelopen twee weken heeft de val van de munt een versnelling ingezet. Bijna dagelijks worden nieuwe diepterecords ten opzichte van de euro gemeld.
Het heeft allemaal te maken met het slechte nieuws over de Britse economie. Investeren in Groot-Brittannië wordt hierdoor minder aantrekkelijker geacht, waardoor de geldstroom naar het land – dus de vraag naar ponden – afneemt. Bovendien is het aanhouden van contante tegoeden in ponden minder aanlokkelijk, aangezien de Britse rente in een noodtempo daalt.
De zwakke munt betekent op papier dat de Britse import prijziger wordt. Veel producten werden afgelopen jaar al duurder in de winkels, maar dit was mede te wijten aan enorme prijsstijgingen van grondstoffen. Nu de markt voor olie en andere commodities inzakt, slinkt dit inflatiegevaar.
Vandaar er voor de Bank of England veel ruimte is om de rente verder te verlagen, in de hoop dat Britse consumenten, huizenkopers en bedrijven met expansiedrift weer aan het besteden slaan.
Gelet op de ernst van de Britse recessie zullen de stappen naar beneden mogelijk groot zijn. De traditioneel hoge Britse rente bevindt zich sinds kort voor het eerst onder het niveau in de eurozone, en diverse economen houden rekening met een verlaging tot onder de 2 procent. Dit zou het pond verder uithollen.
Het roept de vraag op of het voor de Britten niet verstandig zou zijn te gaan denken aan invoering van de euro. Of, zoals Willem Buiter het formuleert: beleefd aan de rest van Europa te vragen of dat misschien mag.
De in Nederland geboren hoogleraar was ooit lid van het beleidscomité van de Bank of England, en is nu columnist voor de Financial Times. Onder de kop ‘Is Londen echt Reykjavik-aan-de-Theems?’ trekt hij parallellen met IJsland: ook Groot-Brittannië is op wereldschaal een relatief klein land met een relatief grote bankensector, heeft geen wereldmunt, en kent een enorme staatsschuld die de bewegingsruimte beperkt.
De discussie over de invoering van de euro is vooralsnog academisch; het is politiek onverkoopbaar. Maar het dalende pond heeft al een rel veroorzaakt in Westminster. De Conservatieven betichtten premier Brown er dit weekend van de munt te ondermijnen met zijn uitbundige leengedrag.
Volgens econoom Buiter (nu zelf Brit) moet het land alle hulp aannemen die het kan krijgen, bijvoorbeeld uit China of het Midden-Oosten. ‘Bedelaars kunnen niet kieskeurig zijn.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.