Het opvangen en opslaan van kooldioxide uit nieuwe kolencentrales kan tegen 2030 rendabel zijn, maar dan moet er op korte termijn wel geld worden gepompt in een reeks commerciële proefprojecten....
Die methode, waarbij de vrijgekomen kooldioxide wordt weggevangen en vervolgens wordt opgeslagen in bijvoorbeeld oude gas- en olievelden, wordt door sommigen gezien als een van de meest effectieve manieren om de uitstoot van CO2 te verminderen.
‘Als we de klimaatdoelstellingen van de Europese Unie willen halen, is dat alleen maar mogelijk als we snel overschakelen op CCS-technologie’, zegt Nick Mabey van de Britse milieuorganisatie E3G. De technologie is volgens hem ook van levensbelang om de CO2 -uitstoot te beperken in India en China, waar aan de lopende band nieuwe kolencentrales worden neergezet.
Ook eurocommissaris Andris Piebalgs (Energie) ziet veel in CCS. ‘Het komt tegemoet aan de grootste uitdagingen waarvoor we staan: de klimaatverandering en de veiligheid van de energievoorziening,’ zegt hij. Door het toepassen van CCS-technologie kan de EU makkelijker doorgaan met het gebruiken van kolen, zodat de EU-landen minder afhankelijk worden van de import van olie en gas.
Volgens het McKinsey-rapport zouden CCS-installaties in 2030 ongeveer een vijfde van de totale CO2-reductie in de EU voor hun rekening kunnen nemen. Het adviesbureau schat dat de opvang- en opslagkosten voor één ton CO2 voor nieuwe CCS-kolencentrales dan 30 à 45 euro zullen bedragen. Dat komt ongeveer overeen met de verwachte prijs die bedrijven in 2030 zullen moeten betalen voor het recht om één ton CO2 uit te stoten onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS).
Voorwaarde is wel dat er op korte termijn wordt begonnen met de bouw van de nieuwe centrales. Anders zal het effect veel minder zijn, waarschuwt het adviesbureau.
In de aanloopfase liggen die kosten veel hoger en zullen nieuwe kolencentrales 60 tot 90 euro kwijt zijn om één ton CO2 weg te vangen en op te slaan. Dat is een stuk meer dan de 25 euro die nu op de ETS-markt betaald moet worden voor één emissierecht.
De EU-leiders beloofden vorig jaar bij de aankondiging van de ambitieuze klimaatdoelstellingen van de EU – per 2020 moet de uitstoot van CO2 met 20 procent omlaag zijn – dat er uiterlijk in tien tot twaalf commerciële proefprojecten voor CCS zouden komen. Maar tot nog toe zijn er slechts een paar kleine projecten – onder meer in Rotterdam.
Grootste struikelblok zijn de enorme kosten van dergelijke demonstratieprojecten. Een nieuwe kolencentrale die de CCS-methode gebruikt, kost bijna een miljard euro meer dan een gewone kolencentrale. De Britse europarlementariër Chris Davies wil daarom dat de EU-landen de energiebedrijven tegemoet komen door 500 miljoen gratis emissierechten te reserveren voor de CCS-proefprojecten.
De nieuwe centrales zouden verspreid over de hele EU gebouwd moeten worden, maar het ziet ernaar uit dat Rotterdam één van de eerste krijgt.
Mabey van de milieuorganisatie E3G vindt dat de EU het verplicht moet stellen dat nieuwe centrales uitgerust worden met CCS-technologie. Maar het is de vraag of daarvoor veel steun zal bestaan. Davies ziet meer in een andere aanpak. Hij heeft voorgesteld een ‘prestatienorm’ van hooguit 350 gram kooldioxide per kilowatt op te leggen aan de centrales. Dat zou een flinke stimulans betekenen voor de CCS-technologie, maar ook hierbij is het volgens Davies nog onzeker of er voldoende steun in het europarlement en bij de lidstaten bestaat.
Sommige milieuorganisaties hebben bezwaren tegen de opslag van CCS. Volgens hen leidt het de EU-landen af van het zoeken naar structurele oplossingen voor schone energie. Maar de voorstanders betogen dat er, onder meer in de Noordzee, voor honderden jaren plaats is voor de opslag van CO2.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.