Dat Jilt Postma (45) in zijn vaste discount-supermarkt ooit zou worden onthaald als bekende Nederlander, had de schuchtere Fries nooit verwacht.
Postma vond zijn leven wel goed zo. ‘Ik dacht: laat me maar mooi alleen zitten. Ik stoor immers ook niemand.’
Een baan en collega’s leken hem maar niets. Net als zijn ouders: ook zij leefden van de bijstand. Nadat hij de mavo voor gezien had gehouden en op zijn 17de het ouderlijk huis in onmin had verlaten, vroeg Postma meteen een uitkering aan. ‘Ik verbaasde me wel hoe makkelijk dat ging.’ Alleen in 1986 viel de sociale dienst hem nog even lastig met een baan bij de plantsoenendienst. Maar schoffelen was niet zijn ding.
Sinds januari is alles anders: Jilt Postma heeft een betaalde baan én is uitgegroeid tot het symbool van het geslaagde Nederlandse arbeidsmarktbeleid.
De gemeente Leeuwarden was zo enthousiast dat ze een van haar langst zittende bijstandsklanten zag vertrekken, dat ze een persbericht verstuurde met de jubelkop: Jilt Postma, na 22 jaar uit de bijstand! Immers: hij had al meer dan een ton aan bijstandsgeld gekost. Als hij niet van de bank af was gekomen, zou dat bedrag ruimschoots zijn verdubbeld.
Het gevolg: van de Leeuwarder Courant tot RTL 4, iedereen wilde met deze tijdelijke BN’er praten. ‘Ik heb het een week moeten aanhoren. Het meisje achter de kassa bij de supermarkt herkende me zelfs. Ik werd er verlegen van, maar ook trots.’
Vreemd is al die aandacht niet. Wat door deskundigen voor bijna onmogelijk werd gehouden, heeft hij geflikt. Zonder diploma’s en werkervaring ging hij aan de slag. Op latere leeftijd.
Qua werkloosheid scoort Nederland al enige tijd het best in Europa, blijkt uit cijfers van het Europees statistisch bureau Eurostat. Van de beroepsbevolking zat in december slechts 2,9 procent ongewild zonder baan. Het EU-gemiddelde was 6,8 procent.
Mede dankzij de daling van de werkloosheid is er sinds 2006 ook een daling van het aantal armen, zo blijkt uit de Armoedemonitor 2007. De daling zal zich dit jaar verder doorzetten tot 7,9 procent, oftewel 476 duizend huishoudens, wederom een van de laagste percentages in Europa.
Postma was met zijn 790 euro per maand zo’n armlastige. Maar nu niet meer: onlangs bleek hem uit zijn eerste loonstrookje dat hij zo’n 900 euro netto te besteden heeft. ‘Zelf verdiend geld voelt wel heel goed’, zegt hij. ‘Ik kan vanaf nu wat opzij leggen voor mijn oude dag.’
Decennialang keken Nederlanders met jaloerse blikken naar de lage Scandinavische werkloosheid en naar de ‘achter de broek zit’-aanpak van werklozen in Australië en de VS. Zijn de rollen inmiddels aan het omdraaien?
Zo zou je het kunnen noemen, stelt econoom Michiel Vergeer van het CBS. ‘Ik hield toevallig onlangs een spreekbeurt voor economische diplomaten in Den Haag. Daarbij waren vertegenwoordigers van Frankrijk, Duitsland en Spanje aanwezig. Ze waren vol belangstelling, vanwege onze lage werkloosheid.’
Ook Carmen de Jonge, directeur van de branchevereniging van reïntegratiebedrijven Boaborea, ziet een kentering. Keek zij enkele jaren geleden nog het kunstje af in het buitenland, inmiddels komen de Denen, Britten en Belgen bij haar op de koffie.
Het geheim van het Nederlandse succes is volgens Vergeer vooral de economische groei. ‘Maar ook het grote aantal uitzendkrachten en deeltijdwerkers dragen bij aan het succes; zij vergroten de flexibiliteit en brengen vraag en aanbod dichter bij elkaar.’
Hoewel er zelden positieve geluiden over de effecten van reïntegratie te horen zijn, draagt ook deze sector zijn steentje bij, stellen de economen. Vorige maand nog bleek uit een rapport van Sociale Zaken dat de miljarden die tot 2005 in de hulp bij de banenjacht zijn gestoken, amper resultaat hebben gehad. De meeste deelnemers zouden ook zonder hulp wel werk hebben gevonden. Het kabinet komt daarom met nieuwe plannen voor reïntegratie.
‘Als je sec kijkt naar de resultaten vallen die inderdaad tegen’, zegt Arjan Heyma, arbeidsmarktspecialist van het onderzoeksinstituut SEO Economisch Onderzoek. ‘Maar je ziet wel dat door de dreiging van een verplicht reïntegratietraject mensen sneller werk vinden.'
Een stille revolutie aan het werklozenfront, noemt Johan ten Brinke van het reïntegratiebureau Fourstar de ontwikkeling. In 2004 is de nieuwe bijstandswet ingevoerd, waardoor gemeenten beter hun best doen om werklozen aan het werk te krijgen. Bovendien is de markt voor commerciële reïntegratiebureaus opengesteld. Door de concurrentie worden creatievere oplossingen verzonnen om hen aan het werk te krijgen.
Inmiddels is deze sector volwassen aan het worden en uitgegroeid tot een voorbeeld voor het buitenland. Sinds een paar maanden heeft Ten Brinke wekelijks delegaties Duitsers – ‘Van wie de monden openvallen’ – over de vloer. ‘De cijfers waarover vorige maand ophef ontstond, zijn van drie jaar geleden. Toen was onze aanpak heel anders: we zaten toen nog in een spreekkamer en onze klanten hadden veel betere kansen op werk dan onze huidige doelgroep.’
Sinds ruim een jaar moeten Fourstar en consorten aan de slag met het overgebleven ‘granieten’ bestand, veelal langdurig werklozen die niet op het wensenlijstje staan van de doorsneewerkgever. Door de toenemende schaarste op de arbeidsmarkt maken zij nu toch een kans, is de redenering. Máár: ze moeten nog wel leren werken.
Op een Leeuwardens industrieterrein uit de jaren zestig – ingeklemd tussen snelwegen en spoorlijnen, – heeft Fourstar daarom een voormalige fabriek ingericht tot leerwerkbedrijf. Daar kunnen de werklozen onder meer aan de slag in de timmerwerkplaats, de productieafdeling of de schoonmaak. Om problemen met uiterlijk, gezondheid en sollicitatievaardigheden op te lossen, is er een beautysalon, een kledingmagazijn, een fitnessruimte en zijn er coaches. De deelnemers komen zes maanden in dienst bij Fourstar, dankzij subsidie van onder meer de gemeente Leeuwarden, en verlaten zo ‘officieel’ de bijstand.
Dat geldt ook voor Jilt Postma. ‘Ik vind deze aanpak veel beter’ , zegt hij. ‘Ik heb al drie andere trajecten gevolgd. Die stelden niets voor. Ik moest zo nu en dan langskomen voor een kopje koffie en wat lijsten invullen.’ De Fries zit te midden van tientallen anderen in de Fourstars-leerwerkfabriek voor een grote stapel Happinez- en National Geographic-tijdschriften. Hij moet ze samen in een zakje doen, in zijn eigen tempo.
Elke dag heeft hij een andere productieklus. Zijn eerste dag begon met laurierblaadjes die in Silvo-zakjes moesten. Behalve angst om te falen, dacht hij: is dit nou werken? ‘Ik vond het verschrikkelijk. Na drie dagen veranderde dat. Je ziet resultaat van je werk en ik kreeg complimenten van de werkmeester.’
In juni loopt Postma’s contract af. Vanaf april gaat hij samen met zijn coach op zoek naar een andere baan. De kans op succes is 65 procent, aldus Fourstar.
Maar hoe duurzaam is dit Nederlandse arbeidssucces?
Je kunt zo veel arbeidsmarktmaatregelen inzetten als je wilt, maar de belangrijkste factor voor een lage werkloosheid blijft de economie. ‘De werkloosheid ligt nu zo laag, dat de huidige inspanningen niet meer gericht zijn op het terugbrengen van werkloosheid, maar op het activeren van mensen. Iedereen moet werken, vacatures moeten worden vervuld. Dat is goed voor de economie, is de redenering’, zegt Heyma van SEO.
Een hosanna-verhaal vindt hij echter niet op zijn plaats. ‘De aandacht in Nederland gaat uit naar hoe iedereen aan het werk komt. Er wordt minder ingezet op efficiëntere productieprocessen en arbeidsbesparing. Onze economie kan hierdoor op achterstand komen qua innovatie en dat is hélemaal niet duurzaam.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.