De plannen van minister Verburg van Landbouw om de Nederlandse veehouderij in vijftien jaar volledig duurzaam te maken, kunnen tot ongewenste bijeffecten leiden....
Van een dier in een stal zijn schadelijke emissies nu eenmaal makkelijker af te vangen dan van een beest dat buiten loopt, en dat wekt de komst van varkensflats in de hand, zegt hij.
Om het dierenwelzijn te verbeteren, moet de veestapel kleiner worden, vindt de milieubeweging. Dat schept ruimte om de kip te laten scharrelen en het varken te laten wroeten. Doordat de minister met geen woord rept over een kleinere veestapel, doet ze de dieren tekort, vindt Van Eck.
LTO Nederland ziet dat anders. De organisatie zegt ook met dezelfde hoeveelheid grond en bij gelijke omvang van de veestapel duurzaam te kunnen produceren. Daaronder verstaat de organisatie vooral verbeteringen op het gebied van klimaat, energieverbruik en waterkwaliteit. Aanpassing van de stallen speelt daarbij een cruciale rol. Via mestvergisting kan de uitstoot van klimaatschadelijke stoffen worden teruggedrongen, en helpen boeren en passant bij de opwekking van energie.
Volgens LTO moet daarom vooral worden geïnvesteerd in technologie en aanpassing van de stallen, en daar ziet de organisatie een taak voor Verburg. De minister moet onder meer geld vrijmaken uit het Europese potje voor plattelandsontwikkeling. De honderden miljoenen die daarin zitten, zegt LTO-voorzitter Albert Jan Maat, worden nu vooral gebruikt voor natuurontwikkeling en ‘de aanleg van fietspaden’. ‘Als de minister het volledige bedrag toewijst aan de sector, kan dat geld dienen als smeermiddel voor de noodzakelijke investeringen in stallen’, aldus Maat. Tot die investeringen behoren overigens ook de komst van meer ramen, waardoor er meer daglicht naar binnen kan.
De milieubeweging beziet deze technische oplossingen met argusogen. ‘Met een dakkapel op de varkensflat krijgt een beest geen beter leven’, zegt Van Eck. Mark Heijmans, coördinator landbouw en milieu bij LTO, stelt echter dat vrije uitloop niet per se leidt tot een verbetering van de leefsituatie.
Van Eck, die vorig jaar het burgerinitiatief indiende om een einde te maken aan de intensieve veehouderij, heeft meer kritiek. Onder meer op de rol die Verburg ziet voor de consument. Die moet zich meer bewust worden van de gevolgen van zijn consumptiepatronen voor het milieu en dierenwelzijn. ‘Dat is niet slim’, vindt Van Eck. ‘Ongeveer 70 procent van de Nederlandse vleesproductie is bestemd voor het buitenland. Daar kan de Nederlandse consument niets aan doen. Dat is een probleem dat de minister moet oplossen.’
Bovendien willen de meeste consumenten niet meer betalen voor hun vlees als de buurman dat ook niet doet. ‘Daarom moet er een vleesheffing komen, waar de echte kosten voor vleesproductie tot uitdrukking komen’, zegt Van Eck.
Het geld dat daarmee vrijkomt, kan onder meer worden gebruikt om de sector te saneren. Milieudefensie denkt dat een inkrimping van de veestapel met de helft nodig is om uiteindelijk duurzaam te kunnen produceren, waarbij dierenwelzijn een grotere rol speelt dan in de huidige plannen.
Momenteel is een andere trend gaande: wekelijks stoppen 55 boeren, meldt het CBS. Volgens Van Eck is dat een direct gevolg van schaalvergroting. ‘Duurzame productie vraagt juist om kleinere boerderijen met vrije uitloop.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.