Merkmedicijnen zijn peperduur en worden verkocht voor prijzen die kunnen oplopen tot duizend keer de productiekosten. Zo maken farmaceutische bedrijven optimaal gebruik van hun monopoliepositie zolang ze het patent hebben op een populair geneesmiddel....
Dat blijkt bijvoorbeeld uit een overzicht van de verkoopprijs van de merkloze cholesterolverlager Simvastatine tussen 2004 en 2007, dat dagblad Trouw afgelopen zaterdag publiceerde. Sinds het patent op dit veelgebruikte geneesmiddel in 2003 verliep, is de prijs weliswaar gedaald van 50 naar 8 euro voor dertig pillen. Maar bij gebrek aan echte prijsvechters in de pillenbranche gebeurde dat uiterst langzaam. Alleen al aan Simvastatine betaalde de Nederlandse consument via zijn verzekering zeker 200 miljoen euro teveel, becijfert het rekencentrum van de zorgverzekeraars Vektis.
Zelfs de huidige ‘laagste’ prijs van ruim 8 euro is waarschijnlijk aan de hoge kant, schatten deskundigen. Aangenomen wordt dat het merkloze Simvastatine bij de fabriek van de producent in India (kwalitatief even goed als de echte) niet meer dan 1,50 euro hoeft te kosten. In een markt waar de aanbieders elkaar optimaal zouden beconcurreren, kunnen de kosten van cholesterolverlagers en andere medicijnen nog een flink stuk omlaag.
Producenten en handelaren van van generieke geneesmiddelen zijn bepaald geen Robin Hoods die stelen van de rijken om de armen een plezier te doen. Merkloze medicijnen zijn ook geen uitzondering meer, maar een mainstream product. In Nederlandse apotheken is de meerderheid (54 procent) van de verkochte medicijnen van een merkloze variant. In omvang en omzet doen sommige generieke bedrijven nauwelijks onder voor de bekende producenten van patentmiddelen. De goedkoopste leverancier voor Simvastatine in Nederland is Pharmachemie. Met een jaaromzet van 8,4 miljard dollar en 26 duizend werknemers staat dit bedrijf in de toptwintig van de grootste farmaceutische bedrijven ter wereld.
In Nederland tonen de leveranciers van merkloze pillen zich nadrukkelijk géén voorstander van een open markt en vrije concurrentie. De Bond van de Generieke Geneesmiddelenindustrie Nederland (Bogin) reageerde afgelopen week bijvoorbeeld verheugd op de uitspraak van de Bredase rechtbank, die de opgelaaide strijd tussen ziektekostenverzekeraars en geneesmiddelenfabrikanten aan banden legde.
Volgens de rechter willen de verzekeraars scherper onderhandelen dan is vastgelegd in een afspraak – het Transitieakkoord – die vorig jaar tussen de overheid en farmaceutische bedrijven werd gemaakt. De Bogin had die uitspraak liever nóg scherper gezien en beraadt zich op juridische stappen om de door de verzekeraars uitgelokte prijzenoorlog verder te frustreren.
Alles liever dan een vrije markt, lijkt het devies van de medicijnfabrikanten. En dat terwijl het Transitieakkoord de farmaceuten en apothekers al flink geld gaat kosten: 340 miljoen in 2008 en 456 miljoen het jaar daarna. De prijs van een harde en vrije onderhandelingsstrijd met de verzekeraars wordt kennelijk hoger ingeschat. Jeroen Trommelen
Minder kosten
Het Transitieakkoord werd dit najaar getekend door verzekeraars, minister Klink (Volksgezondheid) en vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie. Doel is het omlaag brengen van de zorgkosten. Er is afgesproken om de prijs van geneesmiddelen te laten dalen. Ook mogen er geen verhogingen worden doorgevoerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Geld:
economie,
consument.