*

 

Voorkomen is nu duurder dan genezen

Van onze verslaggeefster − 19/05/07, 02:46

Het lijkt logisch dat een verzekeraar zich bekommert om de gezondheid van zijn klanten. Hoe meer ziektes kunnen worden voorkomen, hoe kleiner de uitgaven aan zorg op termijn immers zijn....

Maar in de praktijk werkt het precies andersom. Een verzekeraar die veel investeert in preventie, moet zijn premies verhogen en dat leidt ertoe dat klanten overstappen naar een ander. De ‘preventie-paradox’ heet dat.

Zorgverzekeraar Agis investeert niettemin jaarlijks zes miljoen euro in preventie. ‘Wij beschouwen preventie als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid, zegt bestuurslid Diana Monisssen. ‘Maar er is altijd een risico dat de verzekerden in wier gezondheid wij investeren, opstappen.’

De verzekeraar probeert ouderen, dikke kinderen of allochtonen met gezondheidsproblemen tot een gezondere levensstijl aan te zetten. Ook investeert Agis in programma’s van huisartsen of specialisten om de begeleiding van chronisch zieken te verbeteren. ‘Denk bijvoorbeeld aan een huisartspraktijk die een speciale verpleegkundige in dienst neemt om diabetespatiënten beter te begeleiden en te controleren. Als je patiënten vaker ziet, kun je voorkomen dat ze zieker worden’, legt Monissen uit.

Ook andere zorgverzekeraars experimenteren met preventieve zorg. Zo maakte UVIT – de nieuwe combinatie van Univé, VGZ, IZA en Trias – vorige week bij de presentatie van de jaarcijfers bekend te willen investeren in speciale poli’s voor mensen met de longziekte COPD. Betere begeleiding levert volgens de verzekeraar een besparing op van 150 tot 200 miljoen per jaar. ‘De gemiddelde COPD-patiënt ligt een week per jaar in het ziekenhuis met acute ademhalingsproblemen. Kosten: 6.000 euro’, zegt bestuursvoorzitter Edwin Velzel. ‘Als je deze patiënten intensiever begeleidt en helpt met hun ziekteproces, kun je het aantal opnames met 30 tot 50 procent verminderen.’

Ook UVIT loopt echter aan tegen de beperkingen in het huidige zorgstelsel. ‘Het systeem bevat de verkeerde prikkels’, zegt Velzel. Het ziekenhuis krijgt betaald per verrichting en heeft er dus baat bij patiënten te behandelen. Het levert de verzekeraar niets op om de ziekenhuiskosten omlaag te brengen en te investeren in preventieve zorg in de huisartspraktijk. Sterker; die investering moet uit eigen zak worden betaald’.

Volgens Guus Schrijvers, hoogleraar Public Health van het Universitair Medisch Centrum Utrecht, zouden verzekeraars erbij gebaat zijn als de sociaal economische status – de zogeheten SES-score – van hun verzekerden zou worden meegewogen bij de verdeling (verevening) van de verzekeringsgelden. ‘Je ziet dat verzekeraars zich nu vooral via collectieve werkgeverscontracten bezighouden met leuke gezondheidsprogramma’s voor werkenden. Dat zijn relatief gezonde mensen. Dat zijn meestal niet de mensen met een ongezonde leefstijl, waar ze zich echt op zou moeten richten.’ Met een financiële prikkel zouden verzekeraars zich ook richten op de gezondheidspreventie van mensen met een lagere sociaal-economische status uit een achterstandswijk, denkt Schrijvers.

Van veel preventieve programma’s zijn de langetermijneffecten nog onbekend. Bij de aanpak van overgewicht bij kinderen bijvoorbeeld is bekend dat het geen zoden aan de dijk zet om alleen informatie te verspreiden over gezonde voeding op scholen. ‘Bij ernstige obesitas helpt alleen een multidisciplinaire aanpak’, zegt Monissen van Agis. ‘Er moet een kinderarts aan te pas komen, een psychiater, een diëtist, een fysiotherapeut en een hulpverlener om te zorgen dat er thuis gedragsveranderingen tot stand komen.’

Volgens Schrijvers zou investeren in preventie net zo vanzelfsprekend moeten zijn als investering in hygiëne in de 19e eeuw was. ‘Er valt nog een wereld te winnen als zorgverzekeraars gaan concurreren op het inkopen van doelmatige zorg in plaats van op premie.’

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />