*

 

‘Reputatieschade? Dat is de wereld op z’n kop’

Van onze verslaggever Olav Velthuis − 19/05/07, 02:46

Ondanks kritiek vindt de oud-PvdA-politicus dat hem geen blaam treft in de affaire-Riza...

Ad Melkert, indertijd bewindvoerder bij de Wereldbank en inmiddels tweede man van de VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP, speelde een hoofdrol in de affaire-Riza. Hij was voorzitter van de ethische commissie die Paul Wolfowitz advies gaf over het belangenconflict dat dreigde toen die aantrad als president. Per mail antwoordt Melkert op vragen die over zijn rol zijn gerezen.

De bewindvoerders van de Wereldbank zeggen in een persbericht te accepteren dat Paul Wolfowitz te goeder trouw en ethisch handelde. Kunt u daar mee leven?

‘Het persbericht is overduidelijk een compromis om unanimiteit binnen het bestuur van de bank mogelijk te maken. Bij een stemming zou de Wereldbank een diep verdeeld huis zijn geworden. Dat zou in niemands belang zijn geweest. Iedereen kan zijn eigen conclusie trekken over wat het betekent als je wordt verondersteld ethisch te hebben gehandeld en toch bent gedwongen om ontslag te nemen.’

De bewindvoerders zeggen ook dat ‘een aantal fouten door een aantal individuen’ is gemaakt. Voelt u zich door die zinsnedes aangesproken?

‘Nee. De verantwoordelijkheid voor de kern van de zaak lag geheel bij de president; zijn medewerkers hebben vervolgens geprobeerd deze verantwoordelijkheid af te schuiven naar de ethische commissie waarvan ik voorzitter was. Maar dat is geheel in strijd met de feiten zoals vastgesteld door de commissie onder leiding van Herman Wijffels.’

In het eindrapport van Wijffels wordt het advies dat de ethische commissie aan Wolfowitz gaf om een belangenconflict op te lossen geen ‘toonbeeld van helderheid’ genoemd. Bent u het daarmee eens?

‘Binnen de procedures van de Bank was echt duidelijk dat het mandaat van de ethische commissie, die toen net na veel hangen en wurgen was ingesteld, beperkt was. Bovendien: volgens de statuten van de bank gaat alleen de president en niet het bestuur over de arbeidscontracten van de staf.’

Waarom was u niet explicieter in het advies dat u aan Wolfowitz gaf? Dat wil zeggen: waarom meldde u hem niet met zoveel woorden dat hij niet zelf mocht beslissen over de details van de regeling met mevrouw Riza?

‘De heer Wolfowitz kon heel goed weten dat hij simpelweg de regels moest volgen. Tijdens de vergadering van het Development Committee (van de ministers van de 185 lidstaten, red.) in april heeft hij zijn spijt betuigd over zijn handelen – dat is later door zijn advocaat niet meer herhaald.’

Vorig jaar meldde een klokkenluider in een e-mail aan de ethische commissie dat Riza een promotie en een salarisverhoging van zestigduizend dollar had ontvangen. Waarom heeft u toen niet, als lid van de ethische commissie danwel als bewindvoerder, aan de bel getrokken?

‘Alle bewindvoerders ontvingen de e-mail die verwees naar de promotie waartoe de ethische commissie had geadviseerd. Maar die mail verwees niet naar de details van de veel royalere feitelijke regeling. Die zijn pas kort geleden naar buiten gekomen.’

De Amerikaanse krant The Wall Street Journal verwijt u een laffe rol en wegrennen van uw verantwoordelijkheid. Wat is uw reactie?

‘De commissie-Wijffels heeft klip en klaar vastgesteld dat nergens uit blijkt dat de ethische commissie goedkeuring heeft gegeven aan de details van de regeling die met Riza is getroffen. Ik kan u overigens verzekeren dat in de geschiedenis van de bank de voorbeelden van het niet aanvaarden van de beslissingen van de president dun gezaaid zijn. Laat het oordeel over mijn aandeel daarin hierdoor worden geleid.’

Vindt u dat uw reputatie is beschadigd door de ‘affaire-Riza’?

‘Dat is de wereld op z’n kop! De president vertrekt, duidelijker kan het niet. De bewindvoeders hebben de zaak niet willen oplossen voordat het contract met de president na zijn aantreden in 2005 werd ondertekend. De ethische commissie nam daarop haar verantwoordelijkheid met het overbrengen van de boodschap dat de partner van de president niet onder zijn supervisie kon werken. Ik hoop dat men de les heeft getrokken dat dit soort dingen vooraf moet worden geregeld.’

In een brief aan Wolfowitz voegt u handgeschreven een uitnodiging toe om met mevrouw Riza bij u thuis te komen eten. Waren u en Wolfowitz bevriend?

‘Het is belangrijk te weten dat in alle fases het zakelijk verschil van mening een goede persoonlijke verstandhouding met de heer Wolfowitz niet in de weg heeft gestaan. Overigens ken ik mevrouw Riza niet persoonlijk.’

In veel Amerikaanse commentaren valt te lezen dat Wolfowitz vooral vanwege zijn reputatie als neoconservatieve havik in de problemen is geraakt bij de Wereldbank. Deelt u die analyse?

‘Voor zijn periode bij de Wereldbank behoort de heer Wolfowitz uitsluitend op zijn beleid en besluiten bij de Bank te worden beoordeeld.’

Volgens andere commentaren zou Wijffels niet over uw rol in de zaak hebben mogen oordelen omdat u landgenoten bent.

‘De heer Wijffels is door de bewindvoerders, inclusief de Amerikaanse bewindvoerder, aangewezen als voorzitter van de commissie die de zaak moest onderzoeken. Wie mij en Herman Wijffels kent, weet dat wij geen zoete broodjes plegen te bakken omdat wij landgenoten zijn. Hij heeft zijn zware taak overigens voorbeeldig professioneel vervuld.’

mailIcon print |